2018 was een nachtmerrie

Foto: AP

Op Instagram en Facebook zie ik de ene na de andere gelukzalige samenvatting van 2018 voorbijkomen. Mijn digitale vrienden gebruiken veelvuldig een speciale app om de hoogtepunten van hun jaar in negen foto’s te tonen en schrijven daar teksten bij als: ‘Wat een TOPJAAR’ of: ‘Wat een prestaties heb ik dit jaar geleverd’. Ik scrol door de blije kiekjes van vakanties op tropische stranden, sprookjeshuwelijken en pasgeboren baby’s.

Voor mij geen blije teksten dit jaar, geen bruiloft, geen baby en geen vakantiefoto’s, want er was geen tijd voor een reisje naar de zon. Eerlijk gezegd was 2018 afschuwelijk, een nachtmerrie, een kutjaar. Maar dat plaats je niet op sociale media, want wie zit er op dat soort gezeur te wachten?

Natuurlijk blik ik, zoals iedereen rond de jaarwisseling, wel terug. In februari publiceerde mijn moeder haar biografie over Max van der Stoel, waar ze acht jaar aan werkte. Een hele prestatie en in principe een mooi moment, maar op exact dezelfde dag overleed haar beste vriendin aan een hersentumor. Iets meer dan een maand later kreeg mijn vader de diagnose alvleesklierkanker, wat leidde tot een zware operatie, meerdere ziekenhuisopnames, een sonde in zijn neus, een half jaar chemotherapie en bovenal tot heel veel angst en tranen.

In april verbrak mijn ex-vriend onze relatie van bijna zes jaar en moest ik op zoek naar een nieuw huis. In november overleed mijn tante en twee weken geleden hoorden we dat de chemotherapie bij mijn vader niet was aangeslagen. Ze zeggen altijd dat slechte dingen ‘in drieën’ komen, maar in mijn geval kun je daar beter ‘in vijven’ van maken.

Gisteren viel mijn oog op een kaart die verloren in een rek hing tussen andere kaarten in pasteltinten met jubelteksten als ‘Wauw, jullie gaan samenwonen’ en: ‘Gefeliciteerd met je pensioen, eindelijk tijd om van het leven te genieten’. Deze kaart viel me in eerste instantie op door de harde rood-zwart-witte kleuren. Toen ik hem oppakte las ik: ‘Fuck 2018. Goodbye, Goodluck! Thanks for nothing.’ Even speelde ik met de gedachte om dit plaatje op Facebook te plaatsen als tegenwicht voor zoveel borstklopperij op mijn tijdlijn.

Ik bedacht me net op tijd. Begon ik niet al te zwartgallig te worden? Ja, 2018 was enorm zwaar. Zonder twijfel het moeilijkste jaar uit mijn leven tot nu toe. Maar was álles zo slecht geweest? Absoluut niet. Hoewel ik mijn reis tot twee keer toe heb moeten uitstellen, ben ik afgelopen zomer naar Israël en de Westelijke Jordaanoever afgereisd om mijn vierdelige documentaireserie op te nemen. Mijn vrienden stonden dag en nacht voor me klaar en bovendien werd ik na maanden van liefdesverdriet opeens weer verliefd. Maar het belangrijkste is toch wel de tijd die ik met mijn vader heb kunnen doorbrengen. Als ze de tumor iets later hadden ontdekt, was hij er allang niet meer geweest. Het is het grootste cliché ter wereld en misschien gebruik ik het alleen als schrale troost voor mezelf, maar eigenlijk is me dat zoveel meer waard dan een reisje naar een tropisch strand.

De vooruitzichten voor 2019 zijn op dit moment ronduit grimmig. Het zou best kunnen dat het een nog veel moeilijker jaar gaat worden, mocht mijn vader verder achteruitgaan. In de tussentijd blijf ik hopen op een wonder en knuffel ik papa zoveel als ik kan. Want dat is het beste wat ik nu kan doen. Hij is er namelijk nog, hij ademt, hij leeft.

DELEN
Natascha van Weezel
Schrijver. Filmmaker.