Aan touwtjes trekken

Foto: Third Force

Vorige week had ik de laatste tien minuten-gesprekken met leerlingen en hun ouders voor de vakantie begint. Er zijn nog wel acht weken school, maar het eindrapport krijgen ze mee naar huis, hoeven de ouders niet meer voor te komen. Van sommige kinderen komt standaard alleen de moeder of alleen de vader, andere komen samen. Sommige ouders spreken de taal goed, andere beheersen hem wat minder. En je komt altijd weer voor verrassingen te staan.

Als eerste komt Angele met haar ouders. Ze zijn gescheiden, maar beiden komen naar het gesprek. Angele kan het schoolniveau in principe aan, maar ze staat nog niet helemaal veilig qua overgaan. Ze moet er nog even tegenaan. En zo te zien is ze dat ook van plan; ze heeft haar bijbaantjes even on hold gezet. ‘Van mij hoeft ze niet te werken hoor’, zegt haar moeder. ‘Dan heeft ze meer tijd om te studeren.’ Haar vader lijkt er wat minder vertrouwen in te hebben. Maar moeder, een vrolijke dame met zo te zien Indische roots, knikt enthousiast dat alles uit de kast gehaald zal worden. Dat is goed om te horen. ‘Dus goed studeren, je bent intelligent genoeg, je kunt het’, zeg ik aan het eind van het gesprek. Ouders en Angele staan op. Nu is het over het algemeen zo dat de ouders van mijn kinderen niet uit het gestudeerde deel der natie afkomstig zijn. Daar is niks mis mee en dat is geen oordeel maar een constatering, dus ik ben werkelijk verrast als de moeder van Angele nog even achteloos laat vallen: ‘Ja, denk aan Swaab, Wij zijn ons brein.’ Die zag ik niet aankomen.

Soufyan komt met zijn vader. Een vriendelijke man met grote werkhanden die zijn jas tijdens het gesprek aanhoudt. Ook Soufyan zou het kunnen halen, alleen vraag ik me hardop af of hij wel hard genoeg werkt. Daar twijfelt vader ook aan. ‘Soms de hele dag aan de playstation’, zegt zijn vader. ‘En de laptop. En de telefoon.’ Ik knik. ‘Hij moet nu echt gaan werken’, zeg ik. ‘Want anders moet die spelcomputer in de kast.’ Soufyan knikt. ‘Met een slot erop’, voeg ik eraan toe. Vaders ogen beginnen te glimmen achter de bril. Hij draait een denkbeeldige sleutel om en vindt het zo te zien nog niet zo’n slecht idee. Goed dat we elkaar gesproken hebben, want nu weet hij dat we het eens zijn over de aanpak. En dat scheelt een hoop.

De volgende is de moeder van Najib. Maar waar ís Najib? Ah, medische reden. ‘Doktersafspraak liep uit’, dus komt ze maar alleen. Over Najibs schoolresultaten hoeven we het niet lang te hebben, want Najib is een slim kind. Dus begin ik meteen over het filmpje dat hij enige tijd geleden in de groepsapp heeft gezet (Nederland, land van de duivel, zie mijn column Vrijheid in je eentje). Maar daar maakt moeder zich absoluut geen zorgen over. ‘Hij zei al tegen me ‘ze mag me niet’, maar ik zei ‘ze heeft het goed met je voor, ze is een lieve vrouw’.’ In de klas is Najib geen gemakkelijke leerling. ‘Hoe is Najib thuis?’, vraag ik. ‘O, zo lief! Bijvoorbeeld op Moederdag zegt hij ‘kijk nou even in je kamer’. Heeft hij een luchtje gekocht, een luchtje waarvan hij weet dat ik ervan houd. Hij is veel liever dan zijn zusjes.’ Hij heeft er vier. ‘Nee, over Najib hoef ik me geen zorgen te maken’, benadrukt ze nog eens. Ik weet niet of ik daar echt wel van uit kan gaan. Ze staat op, geeft me een hand en loopt naar de deur. ‘Maar als er aan een touwtje getrokken moet worden, dan bellen we, hè?’

Daarna komen nog de ouders van Nasir, twee kleine mensen die de taal niet helemaal beheersen. Ik zie ze zitten op hun brommertje (niet echt, maar ik stel het me voor, want ze komen binnen met twee felgekleurde helmen). Hun slimme stille zoon gaat ongetwijfeld makkelijk over en wil de ict in.

Na nog een paar ouders en kinderen is het om halfzes gedaan. Het is goed dat we elkaar hebben gezien. Iedereen weet weer ‘ik ben in beeld, er wordt op me gelet’. En dat doet soms wonderen voor de werklust, vooral als de ouders erbij betrokken zijn.

Ik kijk reikhalzend uit naar de ontknoping van deze spannende plot.

De namen in deze column zijn gefingeerd.

DELEN
Trudy Coenen
Docent Nederlands op het Montessori College Oost, een 'zwarte' vmbo-school in Amsterdam. Leraar van het Jaar 2010. Auteur van het boek 'Spijbelen doe je maar thuis: verhalen van een docent op het vmbo' (2013).