Anti-sportheld

Foto: YouTube. Donkey kick.

De laatste tijd kwakkelde ik wat met mijn gezondheid. Nadat ik voor de tweede keer in drie maanden tijd was uitgeschakeld door het griepvirus melde ik me bij de huisarts. Het eerste wat ze vroeg was of ik wel genoeg bewoog. Ik vertelde trots dat ik veel door de stad wandel op weg naar afspraken. Ze rolde met haar ogen en verzuchtte ‘nee, echt bewegen, sporten bedoel ik’. Sporten? Ik? Er is weinig waar ik een hekel aan heb, maar me vrijwillig in het zweet werken is zogezegd niet echt ‘mijn ding’.

Mijn gedachten dwaalden af naar de middelbare school, waar ik niet bepaald uitblonk in de gymlessen. Balsporten vond ik eng, wat ervoor zorgde dat ik altijd als laatste werd gekozen door mijn klasgenootjes. En ook turnen lukte niet erg. Ik viel uit klimrekken, kon geen salto’s maken en kreeg mijn benen niet door de houten ringen waar mijn vriendinnen sierlijk in rondzwaaiden. Dus allemaal leuk en aardig wat de dokter zei, maar een griepprik leek me een beter idee.

Toch besloot ik haar advies op te volgen – na wat verzet – en kocht ik een tienrittenkaart voor een yogaschool (ook een soort sport). Alleen verliep die na drie maanden, omdat ik me via een online inschrijfformulier moest aanmelden voor iedere les en het kwam nooit uit voor mijn gevoel. Te druk met werk, te koud buiten of volgeboekte klasjes.

Niet lang na de verloopdatum zag ik op Instagram een advertentie voor een health boutique. Het sprak me aan dat ik daar onder begeleiding van een personal trainer in een warmtecabine van vijftig graden Celsius aan mijn belangrijkste spiergroepen kon werken. En dat ook nog liggend. Extra bijzonder aan deze training was de belofte dat je het maar dertig minuten per keer hoefde vol te houden. Hoe moeilijk kon het zijn? Ik besloot meteen een halfjaarabonnement te nemen, want als ik iets écht aanpak dan het liefste meteen goed. Bovendien kreeg ik een fikse korting als ik me voor langere tijd zou committeren.

Eenmaal in de warmtecabine brak de spreekwoordelijke hel los. Ik moest oefeningen met namen als ‘gedraaide crunch’, ‘donkey kick’ en ‘beenschaar’, doen. Vijftig graden Celsius bleek wel erg heet te zijn en het tempo was zo moordend dat ik het niet bij kon houden. Na afloop deed mijn lichaam zoveel pijn dat ik twee dagen nauwelijks kon lopen. Aangezien ik het een beetje zonde vond om er meteen weer mee te stoppen ging ik drie dagen laten braaf weer. Het werd alleen maar erger. De enthousiaste, afgetrainde coaches bleven maar roepen ‘lekker Natascha, je gaat als een speer’, terwijl ik wist dat het een leugen was. Ik vergat constant goed door te ademen, waardoor mijn gezicht eerst rood werd en daarna paarsig. Wat het niet beter maakte was dat mijn hoofd met van alles bezig was, behalve de opperste concentratie die verlangd werd. Ik dacht aan de boodschappen die ik nog moest doen, het rapport van het SCP waaruit blijkt dat Nederlandse jonge vrouwen minder economisch zelfstandig zijn dan vrouwen in andere landen en de situatie in Afrin.

Van tevoren keek ik steeds dagenlang op tegen de sessies. Tot vorige week. De pijn en moeite tijdens het trainen waren niet minder, maar toen ik na afloop in de kleedkamer zat voelde ik me vrolijk en relaxed. Mijn huid had een gezonde, roze blos en ik had de hele dag veel energie. Ik vermoed dat ik nooit een sportheld zal worden, al is het misschien toch de moeite waard om het nog een kans te geven. Want sommige dingen zijn gewoon goed voor je, ook al blink je er niet in uit.

DELEN
Natascha van Weezel
Schrijver. Filmmaker.