Bi-culturele provinciaal verkiest verbinding boven polarisatie

Foto: StockSnap

Wie enkel naar de Nederlandse publieke omroep kijkt en geïnteresseerd is in de multiculturele samenleving, zou kunnen denken dat die samenleving zich enkel en alleen in de Randstad bevindt. Niets is minder waar. Ook in bijvoorbeeld de zuidelijke provincies Noord-Brabant en Limburg is er de nodige culturele diversiteit te vinden. Verschillende bi-culturele Nederlanders aldaar herkennen zich echter niet altijd in het Randstedelijke activisme tegen racisme en discriminatie. Zij kiezen in hun dagelijks leven liever voor verbinding dan voor polarisatie. Meer begrip en waardering voor deze keuze vanuit de Randstad is gewenst.

Al jaren mag ik in het prachtige Limburg genieten van het ultieme volksfeest dat carnaval heet. Een feest dat in het teken staat van het relativeren van de ernst van het leven, het vieren van de liefde en het bewieroken van de saamhorigheid tussen mensen. Jong en oud, wit en zwart vieren carnaval – of eigenlijk vastelaovend – vanaf donderdag tot en met dinsdag. Prachtig verkleed en met compleet onherkenbaar geschminkte gezichten treffen de zuiderlingen elkaar op straat en in keigezellige cafés. Traditionele en moderne liederen in lokaal of regionaal dialect vormen voor mij het hoofdgerecht van de carnavalsfeestvreugde. Zo zat ik ooit in een restaurant in Venlo naast een dame van middelbare leeftijd die me tijdens zo’n traditioneel carnavalslied met betraande ogen vertelde over de manier waarop ze in haar ouderlijk huis samen carnaval vierden. Het levenslied in moerstaal is de ultieme drager van dierbare herinneringen aan vervlogen tijden. Het carnavaleske levenslied kan mensen echter ook laten dagdromen van romantische oorden die utopiaans aanvoelen. Dromen van de partner die je op het oog hebt, maar buiten bereik lijkt.

Met carnaval is alles mogelijk. Juist door het feit dat iedereen verkleed is, ontstaan horizontale relaties tussen mensen. Elite en arbeiders genieten gebroederlijk van het heerlijke gerstenat, de oogverblindende optochten en de euforische liederen. Politici, religieuze leiders en andere machthebbers worden even lekker te kakken gezet. Maatschappelijke taboes worden doorbroken, want deze dagen staan in het teken van relativering. Het leven is de rest van het jaar immers al zwaar genoeg. Tegen deze achtergrond liep ik in 2015 in drie carnavalsoptochten mee als ‘chocoprins’ – uiteraard met een knipoog naar de kleur van mijn huid. Carnaval is voor veel landgenoten van ‘boven de grote rivieren’ sowieso al een onbegrepen feest, maar deze combinatie van mij als chocoprins was voor verschillende Randstedelingen van kleur een brug te ver. ‘Je bent een sell-out’, ‘Je moet racisme bestrijden, niet aanwakkeren’, ‘Je bent niet geïntegreerd, maar geassimileerd’. Ik ben er in de loop der tijd maar mee gestopt uit te leggen waarom ik in de carnavalsoptocht meeliep als chocoprins. Vooral omdat de selectieve verontwaardiging steevast gepaard gaat met een gebrek aan oprechte interesse in de traditionele zeden en culturele gewoonten in andere delen van ons land dan de Randstad. Als je niet weet wat carnaval in het zuiden écht is, kun je er ook niet vanuit je flatje in Amsterdam-Zuidoost over oordelen. In mijn woonomgeving wordt dit fenomeen daarom al vaker bestempeld als ‘Randstedelijke arrogantie’ – een vorm van arrogantie die verder rijkt dan het gebrek aan oprechte interesse in het zuidelijke carnaval.

Zo lijken sommige Randstedelingen te denken dat zij de enige mensen van kleur zijn die zich verzetten tegen discriminatie en racisme. Niets is minder waar. Ook in de provincie zijn er bi-culturele Nederlanders die discriminatie en racisme spuugzat zijn. De strategie die hier echter beter werkt, is die van positiviteit in plaats van negativiteit: eerst de ander begrijpen alvorens zelf begrepen te worden. Zo vond in mijn woonplaats Tilburg in 2018 voor het eerst in het zuiden van ons land een officiële herdenking van het slavernijverleden plaats, inclusief een officiële rol van de burgemeester die tevens een monumentaal kunstwerk toezegde. Daaromheen vonden er dialoogbijeenkomsten plaats, bedoeld om het begrip in de gezamenlijke geschiedenis van het multiculturele Nederland te vergroten. Verschillende bi-culturele Nederlanders in de ‘provincie’ herkennen deze strategie van het streven naar een beter Nederland via verbinding en dialoog. Geen misverstand: ik ben blij en dankbaar dat er Randstedelijke activisten zijn die zich op vreedzame doch confronterende wijze inzetten voor het verbeteren van het leefklimaat voor alle inwoners van ons land. Tegelijk hoop ik ook op meer wederzijds begrip vanuit bi-culturele Randstedelingen richting de provincie. Er zijn immers meer wegen die naar Rome leiden en sommige van die wegen worden gekenmerkt door carnavalsoptochten, polonaises en verbindende dialogen in het lokale dialect.

DELEN
Dave Ensberg-Kleijkers
Directeur Jantje Beton. Bestuurskundige. Auteur van het boek 'Bezielde beschaving: alles behalve een multicultureel drama' (2017).