Canada: het Beloofde Land

Foto: Reuters

Wanneer ik vroeger aan Canada dacht zag ik voornamelijk bossen voor me vol wilde elanden en grommende beren. Of ik mijmerde over besneeuwde heuvellandschappen, stomende watervallen, smeulende kampvuren, ijzige gletsjers en geurende naaldbomen. Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet dol ben op de natuur. Uiteraard kunnen natuurelementen adembenemend mooi zijn en weet ik net als ieder ander dat frisse buitenlucht goed is voor je longen. Zelf ben ik echter meer een meisje van de stad. Ik kom gek genoeg pas tot rust als ik kan verdwalen tussen auto’s, wolkenkrabbers en massa’s toeristen. Daarom was ik nooit op het idee gekomen om een bezoek te brengen aan Canada. Toch kon ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen toen ik een paar weken geleden werd uitgenodigd door een Nederlandse mensenrechtenorganisatie voor een werkbezoek aan ‘het land van de ahornsiroop’.

Van de politieke situatie wist ik schandelijk genoeg niet al te veel. Dat premier Justin Trudeau ontzettend knap is was me natuurlijk niet ontgaan, maar ik had werkelijk geen idee over zijn standpunten op het vlak van economie, sociale zaken of volksgezondheid. Pas tijdens de ruim negen uur durende vliegreis kwam ik erachter dat Pierre Trudeau (de vader van) in de jaren zestig, zeventig en tachtig al minister-president was geweest en dat hij indertijd voor opschudding had gezorgd met zijn progressieve wetten rondom echtscheidingen en homorechten.

Nadat ik enigszins was bijgekomen van mijn jetlag merkte ik dat Toronto in niets leek op het landelijke beeld dat ik in mijn fantasie had geschetst. Het was een drukke, chaotische stad met zo’n acht miljoen inwoners. Sneeuw bleek al helemaal nergens te bekennen: de thermometer tikte 33 graden Celsius aan en de mussen vielen van de torenhoge daken. Een stad naar mijn hart, dus. Wat verder opviel was de vooruitstrevende houding van de Canadezen. Ze waren niet alleen ontzettend vriendelijk, maar bovenal geïnteresseerd in alles wat met diversiteit en inclusie te maken had.

In de vijf dagen dat ik aan de andere kant van de Atlantische Oceaan verbleef werd ik voortdurend aangeklampt door mensen die klaagden over de Muslim ban van Donald Trump en hun verbijstering over de demonstraties van rechts-extremistische groepen in het Amerikaanse Charlottesville afgelopen augustus. Ze staken de schaamte over de nieuwe koers van hun buurland niet onder stoelen of banken. Ik ontmoette een senator die zich inzet voor de rechten van de inheemse bevolking (inuit en eskimo’s, de oorspronkelijke bewoners van het land). Ik sprak met de diversiteitcommissie van de politie, waarvan nagenoeg de hele agenda gevuld was met evenementen als Black History Month, Noroez – Perzisch Nieuwjaar – en Holi (het hindoeïstische lentefeest). En ik leerde Mounir kennen, een Syrische vluchteling uit Damascus, die nog geen jaar geleden met open armen werd ontvangen in Montreal. Tegenwoordig loopt hij rond met een geborduurd rood-wit embleem van de Canadese vlag op zijn rugzak.

Het meest werd ik geraakt door de toesprak van de minsister van Veiligheid en Justitie tijdens een herdenkingsbijeenkomst voor gevallen soldaten: ‘Er is plek voor iedereen in ons land. Ons land dat een mozaïek vormt van individuen met verschillende achtergronden, religies, moedertalen, gebruiken en rituelen. Samen vormen wij Canada! Ik ben trots op het feit dat ook onze soldaten deze rijkheid aan culturen met zich meebrengen en ons hier allemaal van laten genieten.’ Net als veel andere voorbijgangers bleef ik stilstaan om te applaudisseren. Zoiets hoor ik Mark Rutte nog niet zo snel zeggen…

Mocht het populisme in Europa verder oprukken, dan kan ik altijd nog naar Canada uitwijken. Mijn nieuwe Beloofde Land met Trudeau als mijn voorman. Want zeg nou zelf, wie is er bestand tegen een extreem knappe premier die het als zijn persoonlijke missie ziet om de samenleving toleranter en verdraagzamer te maken?

DELEN
Natascha van Weezel
Schrijver. Filmmaker.