Charlie Hebdo heeft sympathie verspeeld

Foto: Reuters
Er is weer ophef over een cartoon uit Charlie Hebdo. Het satirische blad is sinds vorig jaar een symbool geworden van de vrijheid van meningsuiting, nadat twaalf medewerkers bruut waren vermoord door terroristen die moeite hadden met spottekeningen van de profeet Mohammed. Veel mensen hanteerden in de weken daarna uit solidariteit met de vermoorde cartoonisten de leus ”Je suis Charlie’‘.

De sympathie voor Charlie Hebdo is inmiddels voor een deel weer verdampt. Met een spotprent van het verdronken Syrische jongetje Alan Kurdi verloor het blad in januari al een aantal sympathisanten en vorige week nam het aantal fans van Charlie Hebdo verder af. Aanleiding daarvoor was een tekening van de Rwandees-Belgische zanger Stromae in het laatste nummer. Boven zijn hoofd staat de vraag ”papa waar ben je?” Als antwoord krijgt de zanger ”hier, hier en daar ook!”, te horen van afgerukte ledematen.  Het is niet alleen een smakeloze cartoon, de wetenschap dat de vader van Stromae tijdens de Rwandese genocide werd vermoord en daarna in stukken werd gesneden, maakt de tekening ronduit pijnlijk en kwetsend, zeker voor Stromae en zijn familie. De cartoon leidde tot een golf van kritiek, zeker op social media. Bij het schrijven van dit stuk is het niet bekend of de redactie van Charlie Hebdo de geschiedenis van de vader van Stromae kende en dus bewust hiermee de spot dreef, of dat het op onwetendheid berustte.

Het is niet de eerste keer dat Charlie Hebdo in de ogen van veel mensen over de schreef gaat. Het blad heeft een lange traditie van kwetsen, beledigen en spotten waarbij ze overigens ook knetterhard voor zichzelf kunnen zijn. Daardoor heeft ze in de loop van de tijd veel mensen van zich vervreemd. De redacteuren van het blad zoeken bewust de grenzen op en verleggen die soms. Ze zijn rücksichtslos, compromisloos en geregeld ook smakeloos. Maar, ze blijven meestal wel binnen de wettelijke kaders. Het behoort allemaal tot de vrijheid van meningsuiting.

Die vrijheid is overigens niet absoluut. Het aanzetten tot haat of het oproepen tot geweld mag bijvoorbeeld niet, net als bijvoorbeeld kinderpornografie of het beledigen van nationale symbolen als de vlag van Frankrijk of de koning in Nederland. Hard in een volle bioscoop ”brand, brand” roepen wanneer er niets aan de hand is, kan gevaarlijke consequenties hebben. Het is in ieder geval onverantwoordelijk en kan in sommige gevallen strafbaar zijn. Het is ook onverantwoordelijk om iedere dag tegen je kind te zeggen dat het bijzonder dom en lelijk is. Dat mag, maar het zal niet bijdragen aan een positief zelfbeeld van je kind en is in zekere zin schadelijk. Ook bevolkingsgroepen kun je op die manier stigmatiseren en beschadigen. Door dergelijke grenzen wil Charlie Hebdo zich niet laten beperken. Het blad verklaart zich tegenstander van racisme, maar karakteriseert zichzelf ook als een journal irresponsable, een roekeloze of onverantwoordelijke krant.

“We blijven tekenen”, verklaarde Rénald ”Luz” Luzier een jaar geleden. Luz is de tekenaar van Charlie Hebdo die de aanslag op het blad overleefde, omdat hij de bewuste dag te laat was op de redactie. ”Onze taak als cartoonist is het kleine van de mens centraal te stellen, het idee te vertalen dat we allemaal kleine mensjes zijn en proberen om daar ons plan mee te trekken”, verklaarde hij.

Er is niets mis met het bespotten van de kleine en de soms grote onvermogens van de mens en de kleinburgerlijke moraal. Van Kooten en De Bie en de makers van de Britse serie Monty Python waren er bijvoorbeeld meesters in. Er is ook niets mis met de draak steken met de kleinmenselijke hypocrisie, bijvoorbeeld de hypocrisie waarmee het debat over de vrijheid van meningsuiting wordt gevoerd. Politieke meningen en religieuze overtuigingen moeten in een democratische samenleving onderwerp van spot kunnen zijn, net als goden en profeten, idolen, politieke en religieuze leiders of andere mannen en vrouwen met macht. Dergelijke spot kan schuren en ongemakkelijk zijn, het kan als kwetsend en onbeschaafd worden ervaren, maar het werkt ook relativerend  en is een belangrijk wapen tegen elke vorm van religieuze of politieke intolerantie. Maar het direct en persoonlijk bespotten en natrappen van individuen die door omstandigheden waar ze zelf niet voor hebben gekozen, weerloos zijn, is wat mij betreft een brug te ver. Het mag en voor die vrijheid zal ik blijven staan, maar ik vind het ook walgelijk.

En ook dat is maar een (kleine) mening.

DELEN
Ewoud Butter
Politicoloog. Hoofdredacteur van de nieuws- en opiniewebsite Republiek Allochtonië.