De context van een telefoonboek

Foto: Reuters

Zoals bijna elke les, begonnen we ook vandaag weer met een spreekbeurt. Saai, al die spreekbeurten? Nee, het gaat altijd weer over wat anders. Het is leerzaam voor me, want het gaat vaak over dingen die de kinderen persoonlijk raken. Zo hield Soraya enige tijd geleden een spreekbeurt over de Filipijnen, waar ze vandaan komt. En Ravinder ging het vandaag hebben over het sikhisme. Ravinder is in Nederland geboren, maar zijn ouders komen uit India en bijna zijn hele familie woont daar nog. Hij is een sikh, wat je ook ziet aan zijn hoofdbedekking – met een soort kleine tulband houdt hij zijn haar bij elkaar. Sikhs mogen over hun hele lichaam hun haar niet afknippen. Ravinder heeft dus ook een baard, die hij overigens wel knipt.

‘Het sikhisme is het beste geloof in de wereld’, begon Ravinder. ‘Want het laat iedereen in zijn waarde en oordeelt niet. Het is het meest vredelievende geloof, totdat de moslims kwamen. Die probeerden ons geloof weg te krijgen en toen hebben we met z’n allen gevochten.’ Sikhisme in een notendop. De klas zat aandachtig te luisteren. Ravinder vertelde ook dat alle sikh-mannen Singh heten. ‘Nou, dat is dan een heel makkelijk telefoonboek’, zei ik. Een nogal old school-opmerking, gezien het feit dat het telefoonboek dit jaar voor het laatst verschijnt en veel van mijn leerlingen waarschijnlijk nog nooit van hun leven een telefoonboek hebben gezien. Ik snap dat het onzin is om nog langer een telefoonboek te maken als je alles in no time op internet kunt opzoeken. Maar ik realiseerde me dat daarmee eigenlijk ook iets anders verdwijnt: in een telefoonboek zie je het totaalplaatje; zoek je op internet iets op dan vind je alleen wat je zoekt en zie je niet hoe wat je zoekt is ingebed in een context. In een telefoonboek zou je zien dat Singh een nogal veelvoorkomende naam is – zacht uitgedrukt, als je gericht op naam zoekt op internet, dan zie je die context niet. Ravinder kreeg een unanieme negen van de klas.

Nu we al enigszins naar het eind van het jaar toe gaan wordt steeds duidelijker wie het schooljaar met goede resultaten zal afsluiten en wie niet. Een aantal leerlingen hoort eigenlijk niet in mijn klas, maar eerder op de havo of misschien zelfs het vwo. Maar achtergrond speelt vaak een rol bij het inschatten van het niveau van het kind. In bepaalde milieus is havo absoluut geen optie, omdat er toch minstens naar het atheneum gegaan moet worden, of de kinderen dat nou kunnen of niet. Maar mijn kinderen komen uit een heel ander milieu. Soms is dat een zegen, maar het komt het kind niet altijd ten goede.

Enige tijd geleden keek ik naar het programma Voor de ommekeer, een talkshow op internet waarin gesprekken worden gevoerd over ‘een wereld in verandering’. Te gast was Reda Belkadi, directeur van de Stichting voor Kennis en Sociale Cohesie. Belkadi vertelde dat hij was opgegroeid in een achterstandswijk in Utrecht. Aan het eind van de basisschool wist hij het wel. ‘Ik wilde met mijn vriendjes naar de lts, met mijn twee linkerhanden.’ De leerkracht dacht daar anders over. ‘Jij gaat naar het vwo.’ Aldus geschiedde. ‘Het treurige is dat je elke dag voorbeelden ziet van mensen die dat niet hebben gehad. Soms heb je sturing nodig.’ Heel erg waar.

Een aantal jaar geleden was ik via een evenement in contact gekomen met de directeur van het Euro College, een particuliere (dure) opleiding waar kinderen versneld een mbo- of hbo-opleiding kunnen volgen. Hij bood mij een plaats op het college aan voor een leerling ‘naar mijn keuze’. Het was een fantastische kans, want zo’n opleiding is qua kosten voor de meeste van mijn leerlingen niet haalbaar. Maar het stelde me wel voor een dilemma: iemand kiezen is ook een heleboel anderen niet kiezen. Uiteindelijk koos ik Maria, omdat ik dacht dat zij het zou kunnen, en omdat ik dacht dat ze qua achtergrond zou kunnen aarden op de school. Ze heeft het moeilijk gehad, maar ze heeft het gered. Inmiddels doet ze een lerarenopleiding Engels en Spaans en loopt ze stage op onze school.

Ik zie meer kinderen over wie ik denk: je kunt meer. Maar het lukt niet altijd om ze dat extra zetje te geven. Context is belangrijk en die reikt verder dan de C van Coenen.

De namen in deze column zijn gefingeerd.

DELEN
Trudy Coenen
Docent Nederlands op het Montessori College Oost, een 'zwarte' vmbo-school in Amsterdam. Leraar van het Jaar 2010. Auteur van het boek 'Spijbelen doe je maar thuis: verhalen van een docent op het vmbo' (2013).