De domste gehaktbal

Thomas von der Dunk
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

We moeten de overwinning van Forum voor Democratie niet groter maken dan hij is. De tweede partij van Nederland: dat stelt tegenwoordig, bij de totale versplintering van het electoraat, weinig meer voor. Als de eerste ben je met weinig meer dan tien procent van de kiezers. Ooit was dat dertig procent.

Ook heeft het gezamenlijke rechtse blok van VVD, FvD, CDA en PVV tezamen opnieuw ongeveer de helft van de zetels – dat is een omvang die het al decennia heeft. Het is de laatste tijd wat ongebruikelijk geworden om in een links-rechts-tegenstelling te denken, het is nu gangbaar om te spreken van het ‘midden’ versus ‘de extremen’. Toch is het misschien zinniger om de links-rechts-tegenstelling, gezien de grote electorale overlap binnen beide blokken, niet geheel uit het oog te verliezen.

Als de VVD en GroenLinks en alle partijen daartussen als middenpartijen worden gedefinieerd, in plaats van als duidelijk rechtse en duidelijk linkse partijen worden ze één maakt ze tot een pot nat. Dit werkt zo radicalisering in de hand. Het laatste wat dan ook moet gebeuren is dat ze in onmogelijke en ongeloofwaardige coalities inderdaad als bijna één pot nat gaan functioneren. Dan immers wijkt de ontevreden kiezer naar elders uit. Dat was het probleem van Rutte-II, dat vooral voor de PvdA desastreus heeft uitgewerkt: zij werd bij de laatste Kamerverkiezingen gevierendeeld.

VVD, FvD, CDA en PVV bij elkaar optellen is ook om een inhoudelijke reden zinnig, niet alleen omdat een deel van hun electoraat in de loop der jaren van een gematigd-rechtse naar een extreem-rechtse partij uitgeweken is. Om deze uitstroom te keren hebben VVD en CDA deels dezelfde sentimenten bespeeld als Geert Wilders en Thierry Baudet. Vervolgens kiezen dan velen voor het origineel, en niet voor de kopie. Helemaal als de kopie haar grote woorden vervolgens – als gevolg van de noodzaak om een coalitie met de twee enige echte middenpartijen, D66 en CU, in stand te houden – niet waarmaakt. In dat opzicht zijn Wilders en Baudet de tovenaarsleerlingen die aan de tovenaar zijn ontsnapt.

Op vijf terreinen heeft vooral de VVD – maar soms ook het CDA – de afgelopen jaren duidelijk populistische snaren trachten te beroeren. De VVD deed dit zonder dat dit geweldig veel weerstand in de eigen gelederen opriep. Dit lag anders dan bij het CDA, dat in 2010 bijna in tweeën brak over de vraag of er wel met Wilders geregeerd moest worden. Bij de VVD vonden maar drie toonaangevende politici de coalitie met de PVV fundamenteel verkeerd: oud-partijleider Joris Voorhoeve, oud-Europarlementariër Gijs de Vries en oud-Kamervoorzitter Frans Weisglas. De eerste twee zeiden prompt hun lidmaatschap op. Alle andere VVD-prominenten vonden het wel best: de hypotheekrenteaftrek en 130km rijden waren voor de vroem-vroem-partij belangrijker dan de rechtsstaat.

Die vijf terreinen waarop ik doel en die ook Baudet en Wilders hoog op hun demagogenlijstje hadden staan, zijn de volgende: immigratie & integratie, Europa, klimaat, nationale identiteit en de culturele elite. Inzake immigratie en integratie heeft ook de VVD, door voortdurend harde standpunten in te nemen om maar niet voor soft versleten te worden, zich in de richting van de PVV begeven. Het probleem van discriminatie op de arbeidsmarkt werd door Rutte de facto weggewoven: je moet je gewoon wat harder invechten, zo was zijn devies. Denk ook aan het kinderpardon, waar het de achterban van het CDA was die uiteindelijk Sybrand Buma tot een tournure dwong.

Dan Europa: evenzo een thema waarop Baudet herhaaldelijk tamboereert, ook al laat hij de laatste weken indachtig de Britse chaos het woord Nexit misschien even wat minder nadrukkelijk vallen. De VVD heeft jarenlang een sterk eurosceptische houding aangenomen. Zoals Ruttes politieke peetvader en eerste minister voor Buitenlandse Zaken, Uri Rosenthal, het ooit zei: ‘We zijn slechts lid van de EU omdat dat goed voor onze afzetmarkt was.’ Zo plat en dom heeft ook binnen de VVD iemand het zelden geformuleerd, maar het was wel de algemene insteek, eveneens die van Rutte zelf. Pas recent sloeg de premier een heel andere toon over Europa aan.

Ten derde: het klimaat. Ook de klimaatscepsis droop jarenlang van de VVD af. Onder haar Kamerleden telde het ooit René Leegte, die vond dat het KNMI moest worden opgedoekt, omdat de bevindingen van dit wetenschappelijk instituut niet met de onderbuikgevoelens van de vroem-vroem-kiezer strookten. Baudets latere ontslagaanvraag voor weerman Gerrit Hiemstra ligt in die lijn.

Ik herinner mij verder de in VVD-kring gevierde politicoloog Alfred Pijpers, die jarenlang in de Volkskrant vraagtekens bij de opwarming van de Aarde en de rol van de mens daarbij zette. Frits Bolkestein deed dat recent in een interview overigens nog steeds. Toen het klimaatakkoord eraan kwam lag de VVD bij monde van Klaas Dijkhoff voortdurend dwars. Vanwege de slechte rapportcijfers van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal planbureau (CPB) moesten VVD en CDA plots om. Geen wonder dat veel rechtse kiezers, jarenlang door de VVD gevoed met weerzin tegen de ‘klimaatdrammers’, dan overstappen naar de klimaatontkenners, die de domste gehaktbal het behoud van zijn gehaktbal garanderen.

Ten vierde: de nationale identiteit. Bij alle morele hangijzers – Zwarte Piet, slavernij, VOC, dekolonisatie – dook Rutte steeds weer voor elke leidende rol weg, of voedde hij – ‘Zwarte Piet is nu eenmaal zwart’- het behoudzuchtige sentiment. Bedenkelijk was ook, waar het de demonstratievrijheid versus de blokkeerfriezen ging, de stellingname van zijn secondant Dijkhoff. Het vermeende verlies aan nationale identiteit en veiligheid vormde een belangrijk thema van Baudet, en ook de VVD schoof daarbij aan. Dat een van de belangrijkste oorzaken van dat gevoelde verlies het vanwege de belangen van het bedrijfsleven door de VVD gepropageerde neoliberalisme vormt, dat alles ondergeschikt maakt aan geldelijk gewin: daarover geen woord.

En dan tenslotte het volkse afzetten tegen de ‘linkse culturele elite’. Het kersverse VVD-Kamerlid Thierry Aartsen maakte er meteen een nummer van: weg met het concertgebouw. Al eerder klonk vanuit zijn fractie de roep naar een onderzoek naar de ‘eenzijdige’ politieke kleur van universiteiten. Zo’n onderzoek wordt nooit gevraagd voor de boardrooms van multinationals. En dan was er nog Rutte zelf, met zijn opmerking over witte wijn sippende Grachtengordeldieren. Persoonlijk denk ik dan overigens niet aan de Brabander Jesse Klaver, maar eerder aan Frits Bolkestein.

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here