Dubbele moraal van GeenStijl

Foto: Wouter Engler

Is de oproep aan bedrijven en overheidsinstellingen niet langer te adverteren op de puberale scheldwebsite GeenStijl en de dito videowebsite Dumpert een poging tot het beperken van de vrijheid van meningsuiting? Vanuit de hoek van de vulgaire makers en hun parlementaire soort- en bondgenoot op het Binnenhof, de zogenaamde Partij voor de Vrijheid, is hysterisch op die oproep gereageerd.

Gewend om zelf schaamteloos te schieten, is men er bij GeenStijl niet op bedacht dat er teruggeschoten zou kunnen worden. Zo lang heeft GeenStijl door intimidatie van alle tegenstanders een situatie gecreëerd waarin men aan tegenspraak ontwend is geraakt. Ook journalist Loes Reijmer van de Volkskrant, één van de initiatiefnemers, kreeg een hoop georkestreerde bagger over haar heen. De oproep van GeenStijl aan haar eigen vaste anonieme zolderkamer-reaguurders zich publiekelijk met verkrachtingsfantasieën op Reijmer uit te leven, is misselijkmakend.

Wie daarvan iets zegt, aldus GeenStijl-adept Annabel Nanninga in de NRC, is een kleinzielige zeur. ‘Pittige commentaartjes’, om meer gaat het volgens haar bij GeenStijl niet. En van ‘zelfgebreid slachtofferschap’ is ze niet gediend. Hier dreigt volgens haar daarom een nuttige vorm van tegendraadsheid door de politiek correcte elite en daarmee een verrijking van het publieke debat met originele opvattingen, via een vorm van drammerige eigenrichting om zeep geholpen te worden. Van grove seksistische reacties ligt zij niet wakker en wie dat wel doet ‘heeft een hysterische agenda’.

Daarbij merkt Nanninga op dat zijzelf ook het nodige met haar politieke tegenstanders te stellen had gehad. Elma Drayer voegde daaraan in de Volkskrant toe dat een tegenhanger als joop.nl evenzeer in vooringenomenheid uitblinkt. Ik kan mij echter niet herinneren dat de lezers door de redactie van joop.nl opgeroepen zijn zich publiekelijk uit te leven in verkrachtingsfantasieën met Nanninga als object. Maar misschien is Nanninga daarvoor wel erg geporteerd, je weet het maar nooit. GeenStijl, keurig door de NRC om commentaar gevraagd (een vorm van hoor en wederhoor die men in die ‘vrijheidslievende’ kring nooit toepast) reageerde met ‘tiefstraal op met je nazikrant, gore NSB’er’.

Tot zover de verrijking van het publieke debat met originele meningen, waarvoor ook Geert Wilders’ propagandachef Martin Bosma in de Tweede Kamer met veel kleinzielig gejammer over ‘censuur’ in de bres sprong. Huillie-huillie, zullen we in de eigen GeenStijl-terminologie maar zeggen. Want o-wee als iemand het zou wagen om het één-A4’tje-programma van de PVV uit te maken voor een nazikrant! Volgens Bosma’s criteria vormde ook het door NSDAP-bons Julius Streicher uitgegeven blaadje Der Stürmer vast een nuttige bijdrage aan de vrijheid van meningsuiting. Mein kampf is in ieder geval weer sinds kort als inspiratiebron vrij in druk beschikbaar. De wetenschappelijke annotatie mag Bosma overslaan.

Een opmerkelijk aspect blijft bij deze kwestie overigens onderbelicht. Dat is nog niet eens zozeer dat dat, wat Nanninga als ‘reaguurders doen niets’ afdoet, in het geval van Sylvana Simons – een ander favoriet slachtoffer van GeenStijl – tot regelrechte bedreigingen en lynchvideo’s heeft geleid. Diegenen die daarvoor inmiddels veroordeeld zijn door de rechter – en van wie sommigen nog in de rechtbank onverbeterlijk bleken – zijn mede opgehitst door GeenStijl en voelden zich daardoor gelegitimeerd.

Nee: het gaat om de enorme discrepantie tussen de wijze waarop GeenStijl’ers de eigen seksistische hetzes bagatelliseren en de wijze waarop diezelfde lieden op islamitische migranten inhakken. Moslims wordt precies verweten waaraan men zichzelf bezondigt: minachting voor vrouwen. Leeft een GeenStijl-reaguurder zich uit in verkrachtingsfantasieën, dan moeten we daarover de schouders ophalen. Roept een groepje Marokkaanse jongens op straat een vrouw wat na, dan is dat – juist in de ogen van de Nanninga’s – een blijk van culturele inferioriteit. Dan blijft van het relaxte standpunt ‘reaguurders doen niets’ weinig over en is plots de westerse beschaving in dodelijk gevaar. Op zulke momenten weet het darmkanaal van de Nederlandse journalistiek van voren niet meer wat ze even eerder zelf van achteren afgescheiden heeft.

Op een iets minder primitief niveau stuiten wij – denk ook aan de open brief over ‘wij’ en ‘zij’ van Mark Rutte voor de verkiezingen – vaker op dit contrast. Hitsige Syriërs die zich op Oudejaarsavond aan ‘onze’ vrouwen vergrijpen, vallen dan in een heel andere morele categorie dan hitsige Hollanders die zich met carnaval aan onze vrouwen vergrijpen. Het eerste moet dan opnieuw aantonen, hoezeer in het Midden-Oosten de vrouw wordt onderdrukt, en het tweede is dan een onschuldig tijdverdrijf. Wee degene die het maar waagt te veronderstellen dat bepaalde hormonale aandriften zich vrijwel universeel voordoen!

Nu zal ik de laatste zijn die ontkent dat er culturele verschillen bestaan tussen Hollanders en Syriërs, maar die schuilen niet in dít specifieke aspect. In beide gevallen meenden de mannen dat hun vrijpostige gedrag toch helemaal zo kwalijk niet was. In het eerste leidt dat tot verontwaardiging, in het tweede tot begrip. Ook in Amerika zaten veel vrouwelijke aanhangers van Donald Trump er kennelijk niet al te zeer mee in hun maag: kleedkamerpraat.

En zijn wij de hertjesranglijsten van de nobele Groningse studentenvereniging Vindicat vergeten, sinds jaar en dag een broedplaats van de vaderlandse elite? Zeker, die leidden tot een hoop verontwaardiging. Maar toch ook tot een hoop vergoelijking in ex-corpsbal-kring. En Vindicat-voorzitter Stijn Derksen bleek op tv al zeer bedreven in het soort babbels dat dan gangbaar is. Hij zal het dan ook vast nog ver in onze samenleving brengen, als studeerkamervariant van GeenStijl.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.