De etnische lens: de buurt

Schilderswijk-DenHaag.png
Foto: © Wikimedia Commons

Het dagelijkse actuele nieuws is gekaderd door de etnische lens. In de Oekraïne vechten etnische Russen tegen Oekraïners, in de Gazastrook woedt een oorlog tussen Israeli’s en Palestijnen. Maar dichter bij huis duikt de etnische lens ook steeds vaker op. In deze column kijk ik naar de etnische lens in de buurt.

We vinden het ondertussen heel gewoon dat mensen een buurt ”Turks” of ”Marokkaans” noemen. Mensen hebben het over een ”zwarte buurt” of een ”migrantenbuurt”. De suggestie is dat het wonen in een dergelijke buurt wordt bepaald doordat er een bepaalde etnische groep woont. Ook wetenschappers die buurtrelaties bestuderen gebruiken vaak een dergelijke etnische lens. Ze leggen bijvoorbeeld een verband tussen de leefbaarheid ? of juist de spanningen ? in de buurt en de aanwezigheid van bepaalde etnische groepen. In Nederland leidt een dergelijke visie niet direct tot een geweldadig conflict, maar ook hier is het schijnbaar makkelijker om alles te herleiden tot een etnisch verschil.

Amsterdam gaf het onderzoeksbureau O&S opdracht voor een ambitieus project: om onderzoek te doen naar conflicten en spanningen in 20 Amsterdamse buurten. Een hele interessante studie die in een vijftal publicaties naar buiten is gebracht. In de studies wordt onder andere ingegaan op de spanningen tussen verschillende etnische groepen in de buurten. Verschillen in leefstijlen of cultuurverschillen worden door de geïnterviewde bewoners vaak als oorzaak van de conflicten genoemd. De grote hoeveelheid onderzoeksmateriaal die zo duidelijk in de richting van een etnische verklaring leidt vormde voor mij een mooie uitdaging om juist naar een alternative verklaring voor de conflicten te zoeken. Dat is ten slotte een van de grondgedachtes van de wetenschap. Je probeert een bestaande verklaring (in dit geval de etnische verklaring) te weerleggen en een andere verklaring te formuleren om zo een beter inzicht te krijgen.

Ik was vooral gefascineerd door de uitkomsten van de wijk Haveneiland West in de Amsterdamse uitbreidingswijk IJburg. Die prachtige nieuwbouwwijk is gebouwd door beroemde architecten voor de nieuwe middenklasse van Amsterdam. Grote appartementen waarvan velen zicht hebben op het IJ trokken vanuit de hele stad kopers en huurders aan. Slecht een klein deel van de huizen in de wijk is sociale huurwoningen (14 procent). En juist dat blijkt de wijk waarin volgens het rapport van O&S de grootste conflicten tussen bewoners te vinden zijn. Meer mensen dan bijvoorbeeld in de Bijlmer geven aan dat er conflicten zijn tussen de bewoners. De Nieuwe Haven is een meerderheids-minderheden-wijk, er is niet één groep die de meerderheid vormt. Mensen van Nederlandse afkomst vormen een nipte minderderheid (47 procent) in de wijk. De vier klassieke minderheidsgroepen (van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse afkomst) vormen samen een kwart van de bewoners en een ander kwart van de andere bewoners is een mix van nieuwe en oudere migrantengroepen. Het is wat de Amerikaanse socioloog Steve Vertovec een superdiverse buurt zou noemen. Want naast een grote etnische diversiteit wonen er ook mensen van allerlei sociale klassen en leeftijdsgroepen.

Nergens in Amsterdam lijken de bewoners zó met elkaar in botsing te komen als in deze wijk. Waarom? Aan de andere kant van Amsterdam, in West, in de Jacob van Lennep buurt, is de bewoners populatie bijna identiek in etnische zin. De Jacob van Lennep buurt is echter één van de wijken met de laagste scores op conflict en spanningen. Dat vond ik bijzonder interessant. Waar de etnische mix in IJburg voor heel veel spanningen zorgt is dat blijkbaar niet het geval in de Jacob van Lennep buurt. Hoe kan dat? Misschien is de etnische verklaring toch iets te simpel?

De geluidsoverlast van spelende kinderen (tot 14 jaar) is in de buurt op IJburg één van de hoogst scorende oorzaken van overlast. De kinderen spelen in de binnentuinen waarvan de omringende woonblokken werken als een klankkast die alle geluiden in de binnentuinen verstrekt. Doordat de buurt relatief veel gezinswoningen heeft en nog zo nieuw is, is het aandeel jonge kinderen bijzonder groot en het is ook groter dan werd verwacht: meer dan een kwart van de bewoners is onder de twaalf jaar. De kleine kinderen zijn relatief vaak van Nederlandse afkomst. De oorzaak van de overlast is echter niet etnisch (ook al gaat het voor het merendeel om kinderen van Nederlandse afkomst) maar de fysieke bouw van de huizenblokken veroorzaakt dat gewoon buiten spelende kinderen toch aanzienlijke geluidoverlast geven. Het zelfde geldt voor overlastgevende jongeren. Bij gebrek aan ander onderdak in de buurt, staan ze onder de luifel van de entree van de huizenblokken of binnen in het portiek of de gallerij. De wat oudere tieners zijn hier weer vaker van Surinaamse, Marokkaanse of Turkse afkomst. Die verdeling in leeftijdsgroepen naar etnische groepen leidt er toe dat de overlast door de bewoners etnisch wordt geduid, terwijl het eigenlijk om heel algemeen en gewoon gedrag van jongeren gaat.

Door de ervaren overlast denkt ruim één derde van de bewoners negatief over andere bevolkingsgroepen. Dat is meer dan in elke andere van de 20 wijken uit het onderzoek. Maar interessant is dat als gevraagd wordt of het negatieve oordeel geldt voor álle leden van die bevolkingsgroep waarover men negatief denkt, maar 2 procent zegt dat dit het geval is. Blijkbaar hebben mensen ook positieve ervaringen met mensen uit diezelfde etnisch groep en willen zij die mensen niet wegzetten als problematisch. Tegelijkertijd worden de negatieve ervaringen wèl etnisch geduid, maar de positieve ervaringen dus blijkbaar niet. We zagen zoiets ook al bij mijn vorige column over het onderwijs. Schooluitval onder Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse kinderen wordt toegeschreven aan een etnische oorzaak, maar schoolsucces onder diezelfde groepen (het behalen van een Hbo of Universitair diploma) niet.

In de Jacob van Lennep buurt werkt dat blijkbaar anders. Enerzijds omdat mensen door de fysieke omstandigheden minder overlast van elkaar ervaren (er zijn in die buurt daar geen binnentuinen en er zijn meer voorzieningen voor jongeren) maar ook door een ander belangrijk verschil. In de Jacob van Lennep buurt hebben twee keer zoveel respondenten contact over de etnische groepsgrenzen heen, blijkt uit het onderzoek. En door die contacten worden de ook daar aanwezige negatieve ervaringen veel minder vaak etnisch geduid. Door de contacten worden de positieve ervaringen van de buurtbewoners blijkbaar meer betekenisvol en vormen zij een buffer tegen de negatieve etnische duiding. Als je als Turks gezin Nederlandse buren hebt waar je persoonlijk vriendelijk contact mee hebt dan denk je als een Nederlands jongetje van andere buren altijd zijn fiets in het portiek zet waardoor je er maar met moeite door kunt (een reëel voorbeeld uit het onderzoek) niet: ”Dat is een hinderlijke typisch Nederlandse gewoonte”. Je denkt gewoon: ”Dat ene jongetje doet dat en dat is hinderlijk”.

Die uitkomst betekent een belangrijke doorbraak voor ons inzicht om spanningen tussen bewoners te voorkomen. Er zullen namelijk altijd negatieve ervaringen zijn tussen bewoners van verschillende etnische groepen. Maar alleen via persoonlijke interetnische contacten slaan die negatieve ervaringen niet om in het etnisch duiden van die negatieve ervaring. In het beleid voor buurten gaat de aandacht vooral uit naar het voorkomen van negatieve ervaringen. Begrijp mij goed, dat is natuurlijk belangrijk, maar om te zorgen dat die negatieve ervaringen niet tot conflicten leiden waarin etnische groepen tegenover elkaar komen te staan heb je vooral meer interetnisch contact tussen mensen nodig. Belangrijk om te benadrukken is dat het dus niet nodig is dat jij persoonlijk de overlastgevende jongens in het portiek aanspreekt, maar het is wel belangrijk dat je, zelfs als is het maar oppervlakkig, contact legt buiten je eigen groep. Dat levert iedereen wat op. Het levert jou persoonlijk iets op omdat je negatieve ervaring met individuen niet langer als een daad gezien worden van een hele groep. Dat is belangrijk voor je gevoel van veiligheid in je buurt. En tegelijkertijd wordt met jouw contact de sfeer van de wijk in zijn geheel verbeterd.

Mijn 13-jarige dochter, die toevallig in IJburg op school zit en de buurt dus kent, antwoordde toen ik het haar voorlegde: ”Dus het begint bij jou zelf”. Inderdaad, het begint bij ons. Als wij zelf open staan voor contacten buiten onze eigen etnische groep dan ontstaat er een andere, minder negatieve sfeer in de buurt. Vanuit een recent Engels onderzoek kan daar nog iets aan worden toegevoegd. Als er in een buurt mensen zijn die contacten onderhouden over etnische grenzen heen dan levert dat niet alleen die mensen die zulke contacten onderhouden iets op, maar zelfs de mensen die niet zulke contacten onderhouden. Ook de mensen zonder interetnische contacten hebben volgens het onderzoek meer vertrouwen in mensen buiten hun eigen groep omdat ze zien dat mensen van hun eigen etnische groep contacten onderhouden met mensen buiten hun groep. Bruggen bouwers in wijken zijn dus ongelooflijk belangrijk. Het zijn meestal heel gewone mensen in heel gewone situaties die zulke contacten onderhouden, moeders op speelpleintjes, vaders in het portiek die een praatje maken, kinderen op school en buurtbewoners in de winkels. Het begint dus inderdaad bij ons zelf, maar het levert ons allemaal iets op!

Maurice Crul is hoogleraar Onderwijs en Diversiteit aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam.

DELEN
Maurice Crul
Onderwijssocioloog. Hoogleraar Onderwijs en Diversiteit aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam.