De etnische lens: onderwijs

onderwijs-school-educatie-MauriceCrul-DeEtnischeLens.png
Foto: © AP

New Yorkers kijken naar alles om hen heen door de etnische lens. Een buurt is Chinees, Italiaans of het was vroeger Pools en nu Colombiaans. Ook de lokale politiek wordt op die manier geduid. Een politicus is niet alleen een Democraat of Republikein maar ook Latino, Asian of African American. Ook mijn Sociologie en Politicolgie collega’s op de City University of New York en in Princeton analyseren de wereld om hen heen op een dergelijke manier. Van de manier waarop kinderen op school presteren tot de keuze waar iemand gaat wonen en de manier waarop mannen en vrouwen met elkaar omgaan wordt geduid door de etnische lens. Het was één van die dingen die mij als gasthoogleraar in New York opvielen en ik besloot een deel van mijn tijd in New York te besteden aan het nader onderzoeken van dit fenomeen.

Ik erken enerzijds het belang van iemands etnische afkomst maar tegelijkertijd geeft het mij ook een enigzins ongemakkelijk gevoel. Ik denk dat iemands etnische afkomsts niet altijd doorslaggevend is in de verklaring van zijn of haar gedrag, prestaties of opvattingen. Versmalt de etnische lens ons blikveld juist niet in plaats van dat het, kenmerkend voor een lens, ons beeld juist scherper maakt? Ik besloot om de proef op de som te nemen en twee onderwerpen te kiezen waarin de blik door de etnische lens vaak de dominante blik is. In het onderwijs is de etnische lens bijzonder sterk aanwezig en ook als men over buurten praat is dat het geval. In dit eerste deel van mijn verhaal kijk ik naar onderwijs.

Onderwijsprestaties worden, ook in Nederland, vaak uitgesplitst naar etnische groepen. Nederlandse kinderen met Nederlandse voorouders doen het meestal het beste in het onderwijs en Nederlandse kinderen met Turkse of Marokkaanse voorouders staan aan de andere kant van het spectrum. We weten dat veel van het verschil wordt verklaard door de opleiding van de ouders. Maar ook als je kinderen vergelijkt van ouders die hetzelfde opleidingsniveau hebben blijft er meestal nog een aanzienlijk verschil over. Dat wordt meestal aangeduid als de “etnische factor” of het “etnische verschil”. Wat dat precies betekent blijft vaak nogal vaag. Hechten ouders van Turkse of Marokkaanse afkomst soms minder belang aan onderwijs? Vinden zij het onderwijs van meisjes misschien minder belangrijk dan dat van jongens? De etnische lens opent de sluizen voor allerlei vooroordelen en stereotypen.

In mijn eigen zoektocht vond ik twee belangrijke argumenten tegen de etnische lens in het onderwijs. Ik heb ze uitgewerkt in een wetenschappelijk artikel en ik vat ze hier kort samen. Het eerste argument is de grote verscheidenheid binnen één en dezelfde etnische groep. We vinden bijvoorbeeld onder jongeren van Turkse afkomst ongeveer even veel voortijdige schoolverlaters als jongeren die een HBO of een universitair diploma hebben. Het relatief grote aandeel Turks-Nederlandse voortijdig schoolverlaters is voor de mensen die de wereld door de etnische lens bekijken een bewijs van een negatieve Turkse factor. Maar als etniciteit een verklaring zou zijn voor negatieve onderwijsuitkomsten hoe moet dit dan met het omgekeerde? Tenslotte is er een even grote groep juist opvallend succesvol gezien de lage opleiding van hun ouders. Als dit juist door de positieve Turkse factor komt hebben we een probleem: Ze kunnen niet allebei tegelijkertijd waar zijn. Als etnicteit een verklaring is voor voortijdig schoolverlaten, hoe kan dan tegelijkertijd etniciteit ook de verklaring zijn voor een positievere uitkomst?  De etnische lens heeft een zichtbaar probleem als niet alleen negatievere uitkomsten verklaard moeten worden maar ook de positievere.

Het andere belangrijke probleem van de etnische lens is dat door de focus op etniciteit de omstandigheden waaronder jongeren moeten presteren buiten schot blijft. Ik vond drie school-systeem-factoren die samen een alternatieve verklaringen geven voor de etnische verklaring van het verschil in prestaties. Het volgen van de peuterspeelzaal of de crèche, het bezoeken van een gemengde school en het selectie proces rond het schooladvies aan het eind van de basisschool. In het zogenaamde TIES-onderzoek dat ik heb gecoördineerd reconstrueerde we de schoolcarrières van 500 tweede generatie Turks-Nederlandse jongeren en 500 autochtone jongeren in Amsterdam en Rotterdam. De autochtone jongeren gingen ook bij een gelijke opleiding van de ouders ruim anderhalf keer zoveel naar havo en vwo dan de tweede generatie Turks-Nederlandse jongeren. Van de Turks-Nederlandse jongeren ging een deel naar de peuterspeelzaal of de crèche. Van die jongeren ging een veel groter deel later naar havo of vwo. Door de deelname wordt de helft van het gat gedicht in doorstroming naar havo en vwo met autochtone jongeren gedicht. Niet een etnische factor, maar de beschikbaarheid van een crèche plaats of de peuterspeelzaal is de reden voor het ontstaan van het verschil. Sommige Turks-Nederlandse kinderen uit de steekproef gingen niet alleen naar de peuterspeelzaal of de crèche, maar ook naar een basisschool waar de helft of meer van de kinderen van Nederlandse afkomst waren. Die tweede omstandigheid dicht bijna het hele gat in de doorstroom naar havo/vwo met de jongeren van Nederlandse afkomst. De derde factor is het selectie proces na de basisschool. Bij een niet onaanzienlijk deel van de jongeren van Nederlandse afkomst die een gemengd basisschool advies (vmbo-t/havo) krijgen weten de ouders hen toch op een havo/vwo school te krijgen. Dat lukt de Turkse ouders minder goed. Meer Nederlandse ouders weten een gemengd advies om te buigen in toegang tot een havo-opleiding. Als dit proces voor iedereen gelijk zou verlopen zou ook het laatste kleine verschil van de zogenaamde etnische factor worden weggewerkt.

De twee tegenargumenten bewijzen voor mij hoe belangrijk het is om kritisch te zijn over de etnische lens. In plaats van dat we zoeken naar waarin de Turkse ouders in gebreken blijven richt de lens van de onderzoeker zich hier op de gelijke toegang tot peuterspeelzalen en de creche en het belang van gemende scholen. Ook vanuit het oogpunt van beleid is het belangrijker om te kijken naar welke factoren schoolsucces bevorderen. De onderwijs omstandigheden moeten er ideaal gezien voor zorgen dat de achtergrondkenmerken van de ouders er niet meer toe doen. Als kinderen op de peuterspeelzaal Nederlands als tweede taal leren dan maakt het ook minder uit of je ouders het al dan niet goed spreken. Een kind wordt dan niet gestraft voor het feit dat zijn ouders deze taal niet goed machtig zijn. Ons streven moet zijn dat geen enkel kind de dupe wordt van wat zijn of haar ouders hen toevallig wel of niet kunnen meegeven. Wees daarom kritisch om de etnische lens te gebruiken bij het interpreren van verschil.

Maurice Crul is hoogleraar Onderwijs en Diversiteit aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam.

DELEN
Maurice Crul
Onderwijssocioloog. Hoogleraar Onderwijs en Diversiteit aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam.