De geschiedenis, dat zijn we zelf

Foto: Remco Platjes

Het is alweer ruim een week geleden, Dodenherdenking. En toch wil ik er in mijn column graag nog over schrijven. Als je ziet hoeveel impact de oorlog nog steeds heeft, dan komt het niet aan op een weekje.

Sinds ik lid ben van het Amsterdams Comité 4 en 5 Mei ga ik op de ochtend van 4 mei naar de Oosterbegraafplaats in Amsterdam. Daar vindt altijd een indrukwekkende ceremonie plaats. In een stoet, voorafgegaan door de burgemeester van Amsterdam, lopen we langs gedenktekens die herinneren aan de Tweede Wereldoorlog. Er is een blaaskapel, er zijn militairen aanwezig – uit Nederland en andere landen – en in colonne lopen we een rondje over de begraafplaats, houden halt, zijn stil en leggen bloemen neer. Het aanwezige publiek is wel, zo was me opgevallen, van een zekere leeftijd. Weinig kinderen. Terwijl herdenken volgens mij een zaak van alle leeftijden is. Dus vroeg ik aan mijn mentorklas wie mee wilde naar de herdenking. ‘Iedereen mag mee, maar je moet wel stil zijn.’ Ongeveer acht leerlingen waren geïnteresseerd.

Voor veel mensen in Nederland is Dodenherdenking een totaal vanzelfsprekend iets, maar voor Sya, die uit China komt, is het heel wat minder vanzelfsprekend. Ik denk dat zij, voordat ze drie jaar geleden naar Europa kwam, nog nooit van Hitler had gehoord. De Tweede Wereldoorlog zegt haar niet zo veel. En Osko, die geboren is in Irak, weet heel goed wat oorlog is – want hij is er de oorzaak van dat hij vluchtte – maar met de vervolging van Joden door de nazi’s is hij niet bekend. De naam ‘WERELDoorlog’ is in dat opzicht eigenlijk nogal pretentieus, want in andere delen van de wereld werden weer heel andere ‘wereldoorlogen’ uitgevochten. Maar goed, dat terzijde.

4 mei om tien uur ’s ochtends stond ik met mijn leerlingen in de grote groep bij de ingang van de Oosterbegraafplaats te wachten tot de rondgang zou beginnen. Mijn leerlingen onwennig natuurlijk, ze kenden niemand. We stonden vlak bij waarnemend burgemeester Jozias van Aartsen. Ik had hem nog nooit ontmoet en ik vond het wel een goed moment om mezelf te introduceren. Dus ik stelde me voor. ‘Ik ben Trudy Coenen, ik geef les hier vlakbij, op het Montessori College Oost.’ We schudden elkaar de hand. ‘En ik dacht: het is altijd zo grijs hier, ik neem een paar kinderen mee.’ Mijn kinderen schrokken zich rot door deze onverwachte introductie, zo plotseling oog in oog met de burgemeester en dan ook nog een hand moeten geven. Maar hij bleek niet iemand om bang voor te zijn. ‘Wat goed dat jullie hier zijn’, zei hij. Aangenaam verrast. De kinderen lachten een beetje schaapachtig. Logisch, ze geven niet elke dag de burgemeester een hand.

En toen begon de tocht. De blaaskapel uit Landsmeer voorop, bij elk van de zes gedenkpunten waar we stopten werden bloemen gelegd en waren we even stil. Hoewel die stilte relatief was, want het barst van de vogels op de begraafplaats en die hebben weinig boodschap aan stilte. Het was een gefluit en gekwinkeleer van jewelste. Maar dat had wel wat. Tijdens de stilte bij het laatste gedenkteken, waar de taptoe geblazen werd, was het een wild geklepper van snavels – ik denk lepelaars, maar ik ben geen vogelkenner – maar dat maakte het niet minder indrukwekkend. Ik zag het aan mijn leerlingen die er zelf ook een beetje stil van werden.

Na de herdenking waren er broodjes in de aula. Ik vroeg de kinderen wat ze ervan vonden. ‘Heel indrukwekkend’, zei Latisha. Ontroerd was ze niet. ‘Daarvoor is het toch te ver weg.’ Maar dat de oorlog ruim zeventig jaar na dato nog zo’n impact heeft, dat maakt indruk.

De kracht van herdenken is groot. De saluerende militairen maakten indruk. De blaaskapel en de taptoe maakten indruk. Daarbij aanwezig zijn doet meer dan tien geschiedenislessen in de klas over de Tweede Wereldoorlog, al wil ik het belang van geschiedenisles natuurlijk niet uitvlakken. Maar live de geschiedenis aanschouwen, dat valt eenvoudigweg niet te overtreffen. De oude dame die met betraande ogen bloemen neerlegde bij het monument voor de achttien verzetsstrijders die in 1942 gefusilleerd zijn, maakte duidelijk dat geschiedenis vlakbij is. We voelden het allemaal, de kinderen, ikzelf, de andere aanwezigen. We aanschouwden de geschiedenis en maakten er tegelijkertijd deel van uit.

De namen in deze column zijn gefingeerd.

DELEN
Trudy Coenen
Docent Nederlands op het Montessori College Oost, een 'zwarte' vmbo-school in Amsterdam. Leraar van het Jaar 2010. Auteur van het boek 'Spijbelen doe je maar thuis: verhalen van een docent op het vmbo' (2013).