De herverkiezing van Erdogan is niet meer dan logisch

Foto: Reuters

Met de herverkiezing van Erdogan als president, in combinatie met een parlementaire meerderheid voor zijn partijencombinatie, heeft Turkije een volgende, door de kiezer gelegitimeerde stap gezet op weg naar een autocratie. Zeker: formeel is er geen sprake van een dictatuur, omdat de verkiezingen niet worden afgeschaft noch tot een complete farce worden gereduceerd, zoals in het Syrië van Assad of het Noord-Korea van de Kims. ‘Noord-Koreaanse meerderheden’ van negenennegentig procent liggen ook in de toekomst niet in het verschiet.

Maar van eerlijke verkiezingen is allang geen sprake meer. De officiële staatsmedia lopen allemaal aan de leiband van Ankara en onafhankelijke particuliere bestaan amper nog: de meeste zijn door nauw aan Erdogan gelieerde tyconen opgekocht of min of meer verboden, waarbij redacteuren en journalisten en masse op beschuldiging van ‘terrorisme’ achter de tralies zijn beland. En ‘terrorist’ is in het Turkije van Erdogan vrijwel iedereen die het waagt bij de onmetelijke wijsheid van de besluiten van de ‘grote leider’ vraagtekens te zetten, dan wel de vuile was van corruptie of andere wetsovertredingen in zijn entourage buiten te hangen. Zelfs de nodige parlementariërs zijn op grond van zulke beschuldigingen gevangengezet.

Erdogan kreeg daardoor in de media tig keer meer ruimte dan al zijn opponenten bij elkaar. Vooral daarin, meer dan in feitelijk geknoei met de stembusuitslag zelf, lag het oneerlijke karakter van deze verkiezingen, net als van de voorgaande verkiezingen, waarbij staatsorganen voor eigen politieke propaganda van de zittende machthebbers werden misbruikt. Precies zoals in het Rusland van Poetin al langer het geval is en sinds kort ook in het Hongarije van Orban. Aan Orbans eigen woorden is het begrip ontleend, dat nu voor dit verschijnsel wordt gehanteerd: de ‘illiberale democratie’.

Dat is een systeem waarbij weliswaar op gezette tijden verkiezingen worden gehouden, maar waarbij de pers sterk aan banden is gelegd, waardoor het risico op verlies voor de machthebber bijna tot nul is gereduceerd, en de rechtsstaat wordt verkracht, omdat de trias politica is opgeheven en de rechterlijke macht tot het verlengstuk van de regering is gedegradeerd. Het resulteert in ‘sterke mannen’, die met een beroep op de volkswil alle tegenstand monddood maken: ik ben door het volk gekozen, dus ik mag uit naam van het volk doen wat ik wil met de macht.

Eigenlijk was dat al de manier waarop Hitler en Mussolini opereerden, met dat verschil dat in het nazistische Duitsland en het fascistische Italië het meerpartijensysteem als zodanig werd afgeschaft. De staat wordt door dit soort machthebbers min of meer als persoonlijk eigendom beschouwd, zoals dat vroeger voor absolutistische monarchen gold. Niet toevallig wordt door opponenten kritisch gesproken van ‘tsaar Poetin’ of ‘sultan Erdogan’.

Gezien dit ongelijke speelveld is het een hele prestatie van de Turkse oppositie dat ze het bij deze verkiezingen nog zover heeft geschopt. Het toont in elk geval aan dat het verzet tegen dictatoriale neigingen in de Turkse samenleving dieper geworteld is dan in Rusland, waar de echte oppositie tegen Poetin geen deuk in een pakje boter slaat en door het Kremlin met succes als irrelevant kan worden weggezet. Of in Sisi’s Egypte, waar na het kortstondige democratische experiment na Mubaraks val vrijwel iedereen de militaire dictatuur heeft omarmd. De aantrekkingskracht van autoritaire leiders ‘die weleens even orde op zaken gaan stellen’ blijkt ook in oude democratieën groot, zoals het fenomeen Trump bewijst.

Daarbij komt in het geval van Erdogan – analoog aan dat van Poetin – een sterk nationalistisch sentiment: de nieuwe leider zet het eigen land weer krachtig op de kaart. Hij laat niet meer over zich lopen. Juist de machteloze Europese kritiek op Moskou en Ankara versterkt ginds het gevoel: deze leider laat tenminste niet meer door het arrogante Westen over zich en ons heen lopen – het Jeltsin-trauma van de Russen – en wij doen er internationaal weer toe. Hij bouwt, niet gehinderd door het bureaucratisch gelamenteer dat polderdemocratieën eigen is, ziekenhuizen, vliegvelden, bruggen, snelwegen: het land gaat er uiterlijk zienderogen op vooruit. We horen hier een echo van de autobahnen van Hitler en wat de Olympische Spelen voor hem in 1936 waren, is het WK voor Poetin nu. Ook bij het bedrijfsleven raakt dat trouwens vaak een gevoelige snaar: denk aan het enthousiaste bij Nederlandse ondernemers over niet te missen kansen in China.

Bovendien, met een geknevelde pers krijgen veel ingezetenen automatisch een scheef beeld van de werkelijkheid. Wie alsmaar te horen krijgt dat regeringscritici ‘terroristen’ of ‘zetbazen’ zijn van een ‘buitenlandse macht’, gaat daar, bij gebrek aan tegengeluid, op den duur toch wat van geloven. Dat geldt althans voor de grote massa, die niet dagelijks met politiek bezig is. Dus dat veel Turken met Erdogan weglopen, is verklaarbaar, ook omdat zijn conservatieve gelovige achterban dankzij hem nu kansen krijgt, die deze voordien in het licht van het strict seculiere karakter van het land niet bezat – denk aan de hoofddoekjeskwestie op universiteiten.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.