De honderdelf dagen van Halbe Zijlstra

Foto: YouTube

In 2013 vierden wij het Nederlands-Russisch vriendschapsjaar. Inmiddels zijn Den Haag en Moskou ernstig gebrouilleerd. In 2014 vierden wij het Nederlands-Turkse vriendschapsjaar. Inmiddels zijn ook Den Haag en Ankara ernstig gebrouilleerd. In 2015 volgde het Nederlands-Vlaamse vriendschapsjaar. Dat liep voor de verandering wel goed af.

De honderdelf dagen van Halbe Zijlstra. Hoe zullen die in de geschiedenisboekjes terechtkomen, nu de minister wegens bovenmatig fabuleren voortijdig is vertrokken? Voor zover we hem ons over een paar jaar überhaupt nog zullen herinneren, zal de episode-Zijlstra vooral in het teken staan van de verhouding tot Rusland en Turkije. Het zijn de twee dossiers waarin de meest zichtbare stappen zijn gezet. Alleen wel in de foute richting, namelijk nog verder weg van een oplossing. Met Ankara zijn de contacten nu formeel verbroken en in Moskou zal Zijlstra’s opvolger op kousenvoeten moeten opereren. Het gebruik van het woordje ‘nepnieuws’ voor Russische desinformatiecampagnes van welke aard ook zal op hoongelach stuiten. Zelfs een piepend muisje heeft dan al snel op de diplomatieke porseleinkast het verwoestende effect van een roedel dronken olifanten.

Nederlandse boerenpummels en buitenlandse autocraten, dat is geen gelukkige combinatie. En Nederland is sinds de eeuwwisseling in zijn internationale optreden beslist pummeliger geworden, mede omdat daarmee ook steeds vaker thuis electoraal kan worden gescoord. I am Dutch, so I can be blunt, aldus Kees de Jager als minister van Financiën onder Rutte-I. Maar al Annemarie Jorritsma gaf, in haar hoedanigheid van vice-premier onder Wim Kok, voordien eens te kennen dat Frankrijk een leuk land was, alleen jammer dat er Fransen woonden. Nee, de term shithole countries moest op de onovertroffen taalkunstenaar Donald Trump wachten, maar in zijn poging om Zijlstra (want: de coalitie) te redden, vroeg Alexander Pechtold zich af wie er wel eens een eerlijke Rus had ontmoet. De eerste aangifte van discriminatie heeft hij al binnen. Nee, niet van Thierry Baudet, die bij de MH17-ramp liever Vladimir Poetin dan Mark Rutte gelooft. Bovendien is na die tegen Ollongren nóg een klacht voor D66 beslist al te veel eer.

‘Ik zeg wat ik denk’, dat vormt sinds Pim Fortuyn steeds vaker de leidraad in het openbaar. En schelden kunnen dictators toch veel beter dan democraten, dat werd reeds bewezen in de crisis rond de ongewenste komst van de Turkse minister. Met mussoliniaanse bravoure werden Nederlanders door Recep Tayyip Erdogan uitgemaakt voor ‘nazioverblijfselen‘. Inderdaad, overblijfselen, als we zélf nazi’s waren geweest, hadden wij voor de man die een paar jaar terug nog Adolf Hitler om zijn daadkracht roemde, tenminste nog iets om het lijf gehad.

Nederlandse politici stellen daar retorisch weinig tegenover – dat is altijd zo geweest. Rutte pruttelde iets van ‘volstrekt onacceptabel’ en dat was het dan. Een paar getalenteerde tekstschrijvers hadden daar toch wat mooiers van moeten kunnen maken! Een vlammende rede over vrijheid, mensenrechten en democratie, was dat teveel gevraagd? Maar ja, onze parlementariërs lepelen meestal hun ambtelijke standpunten op de meest kleurloze wijze op van een A4’tje.

Over de nu bij zijn overlijden bijkans heilig verklaarde Ruud Lubbers liet een voormalige CDA-fractiegenoot weten dat hij weliswaar elke vergadering met de Bijbel begon, maar daaruit wel voorlas als betrof het een kookboek. De Bergrede klonk indertijd anders.

Den Haag moet het niet hebben van retoriek, maar van de consistentie. Als het gaat om Rusland staat Nederland dankzij Zijlstra’s mislukte poging zijn imago van internationaal ervaren politicus op te pimpen nu op nog meer achterstand dan het toch al stond. Het was de facto al nagenoeg uitgesloten dat Rutte ooit zijn belofte de daders voor het gerecht te brengen, gestand zou kunnen doen. Weinig kans dat Poetin ze, ongeacht alle bewijzen, aan Den Haag zou uitleveren. Nu is die kans kleiner dan ooit.

Als het gaat om Turkije, hebben we nog steeds te maken met een NAVO-partner, waarvan juist Rutte zich met zijn vluchtelingendeal afhankelijk heeft gemaakt. Van enige consistentie valt hier werkelijk niets te bespeuren. Nog maar een paar weken geleden weigerde Zijlstra, ondanks druk vanuit de Tweede Kamer, de Turkse aanval op de Koerdische enclave in Syrië eenduidig te veroordelen. Weinig later werd officieel aangekondigd dat Den Haag de Nederlandse ambassadeur in Ankara nu zelf thuis houdt en de betrekkingen dus geheel verbroken worden. Ook al zat een terugkeer er nu niet in, omdat Erdogan te weinig compromisbereid was, zo’n openlijk rondgebazuinde stap is weer het andere uiterste. Het is in het diplomatieverkeer soms verstandiger zaken in het midden te laten, omdat je je door zo’n formele breuk ook zélf buitensluit. Vraag het de Amerikanen, die überhaupt niet met Noord-Korea willen praten, waardoor vice-president Mike Pence bij de recente Olympische Winterspelen stuurs voor zich uitstarend eenzaam op de tribune zat.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.