De humor van Pim F.

Foto: NPO

Het was dan wel vakantie, maar in de media is het nooit vakantie. Dus werd ik tijdens mijn vrije week gebeld door de redactie van het televisieprogramma De nieuwe maan. In het kader van de gemeenteraadsverkiezingen organiseerden ze een minidebat tussen Tanya Hoogwerf van Leefbaar Rotterdam en Stephan van Baarle van Denk. Na het debat wilden ze drie niet-politici commentaar laten geven. Of ik wilde komen.

Ik geef graag mijn mening, maar zo vlak voor een uitzending heb ik meestal spijt. Dit keer was het extra spannend, omdat Denk en Leefbaar lijnrecht tegenover elkaar staan en elkaar agressief bevechten. Het zou er vast hard aan toegaan.

Er waren van beide partijen aanhangers meegekomen, de sfeer was niet zodanig dat ik me helemaal op mijn gemak voelde. Waarom had ik in vredesnaam toegezegd.

Eerst zou er gedebatteerd worden, daarna kwamen de ‘commentatoren’ – een Rotterdamse kunstenares, een columniste/filosofe die in Trouw publiceert en ik.

Over het debat kan ik kort zijn: dat was geen debat. De gespreksleidster, Nadia Moussaid, kweet zich goed van haar taak, maar er was geen redden aan. De posities waren al ingenomen, de achterban moest bediend worden, en dan heb je geen ruimte in je hoofd meer vrij om ook nog eens te luisteren.

Toen kwamen wij, de commentatoren. ‘Dit was geen debat, dit was elkaar vliegen afvangen. Jullie wentelen je alle twee in de slachtofferrol’, dat was mijn mening. ‘Daar heb ik last van. Want wat mijn kinderen ervan opvangen zorgt ervoor dat ze ook in die slachtofferrol gaan zitten. Jullie moeten allebei leren dealen met deze maatschappij waarin mijn kinderen zijn, en blijven. Mijn kinderen zijn de toekomst en daar moeten we mee leren omgaan.’ Ik kreeg nog applaus ook.

Hoogwerf betichtte me van ‘vooringenomenheid’. Ik weet niet hoe ik mijn mening anders had kunnen formuleren. Het was een reactie op wat ik gehoord had. Dus wat ze daar precies mee bedoelde weet ik niet.

Na de opname dronk ik nog een kopje thee. Het publiek en de aanhangers van de twee partijen liepen door elkaar, allebei trots op hoe ze hun partij hadden gerepresenteerd. Beide kanten waren goed herkenbaar. Denk bracht vooral in pak geklede mannen mee, gewichtig – zowel figuurlijk als vaak letterlijk – met glimmend zwart haar en al dan niet een (zweem van een) baard. De aanhang van Leefbaar kenmerkte zich door een meer volkse uitstraling, maar er waren ook wat jongeren met strak kapsel bij, allen oer-Hollands. Ik bedoel dus blank.

Zo en groupe vond ik ze vrij onbenaderbaar, maar een vriendin die met mij mee was raakte in gesprek met een van de mannen van Leefbaar. Een oudere man, halflang grijs krullend haar, doorleefd gezicht, fors postuur. We hadden hier een ware aanhanger van Pim te pakken, de charismatische vermoorde politicus voor wie hij ook een soort onbetaalde lijfwacht was geweest. ‘Als ik daarbij was geweest’, op het mediapark bedoelde hij, ‘dan was het niet gebeurd’. Ik wil bijna schrijven dat er een traan in zijn ooghoek pinkte, maar laat ik niet overdrijven.

‘Ik ben niet van Leefbaar, hoor’, zei mijn vriendin. Maar dat gaf niks. ‘We hoeven niet allemaal hetzelfde te denken’, zei de man vergoeilijkend. Dat klonk heel verzoenend na het ruzieachtige debat. Hij vertelde hoe hij Pim miste, want Pim had fantastische humor. Toen vertelde hij een mop die Pim hem ooit vertelde toen ze samen in de lift stonden, een mop niet geschikt voor reproductie in deze column. Had een leerling die grap gemaakt, dan had ik hem/haar eruit gestuurd. Maar we zaten hier niet in de klas, dus we luisterden en knikten.

Ik was eigenlijk een beetje moedeloos geworden van dit ‘debat’ waar partijen niet naar elkaar luisterden en geen stap dichterbij elkaar kwamen. Maar om positief te eindigen: ik realiseerde me naar aanleiding van deze avond ook dat we het in mijn klas nog niet zo slecht doen. Alles waar die politici het over hadden is voor ons dagelijkse kost. Alleen is het streven bij ons om naar elkaar te luisteren en om met argumenten te komen. En humor hebben we beslist, maar godzijdank niet de humor van Pim.

DELEN
Trudy Coenen
Docent Nederlands op het Montessori College Oost, een 'zwarte' vmbo-school in Amsterdam. Leraar van het Jaar 2010. Auteur van het boek 'Spijbelen doe je maar thuis: verhalen van een docent op het vmbo' (2013).