De mislukte coup is een zegen voor Erdogan

Foto: Reuters
De mislukte staatsgreep in Ankara heeft inmiddels ook een aantal verontrustende ontwikkelingen binnen de Turks-Nederlandse gemeenschap blootgelegd, waarbij de steeds verder oplopende politieke en maatschappelijke spanningen binnen Turkije nu ook in Nederland worden geïmporteerd. Verontrustend zijn daarbij vooral drie dingen. Ten eerste de vanzelfsprekendheid waarmee veel Turkse Nederlanders de lezing van Ankara over de couppoging kopiëren. Ten tweede de in verkettering en soms zelfs in geweld ontaardende bejegening van andersdenkenden (lees: alle critici van Erdogan ), waartoe dit bij sommige Erdogan-aanhangers leidt – plus het feit dat die dat ook als legitiem beschouwen. En ten derde het stilzwijgen van de nieuwe partij Denk, die toen het om de bescherming van moskeeën ging vooraan stond, maar nu niet van zich laat horen, omdat ook zij kennelijk het standpunt van Ankara klakkeloos overneemt. Een ding laten de twee Denk-Kamerleden op dit moment namelijk volledig na: zelfstanding denken.

In een interview met de NRC hekelt de Turkse ambassadeur in Nederland, Sadik Arslan, het gebrek aan westerse medewerking bij de aanpak van de Gülen-beweging als aanstichters van de couppoging. Het bewijs voor haar rol, zo beweert hij, is ”overweldigend”, ”hard” en ”overtuigend”. Of de ambassadeur ook zélf gelooft wat hij als zoveelste buikspreekpop van Erdogan uitkraamt, laat ik in het midden. In elk geval gelooft gelukkig geen enkele serieuze Europese politicus hem. Het punt is namelijk: het blijft in dat opzicht steeds bij schreeuwerige beweringen, die alleen met de regelmaat van een haperende langspeelplaat worden herhaald in de hoop dat ze daarmee vanzelf de waarheid worden. Tot nu toe heeft nog niemand ook maar een snipper bewijs daarvoor gezien. En zolang dat er niet is, bestaat er geen enkele reden voor welke westerse regering ook om in opdracht van Ankara enige maatregel tegen de aanhangers van Gülen te nemen. Dat, zoals Arslan beweert, er diverse bekentenissen van daders zijn, zegt gezien de omstandigheden waaronder die zijn verkregen weinig. Human Right Watch en Amnesty International maken zich met reden zorgen over de omstandigheden waaronder de verdachten van de couppoging worden vastgehouden, en op foto’s waarop enkelen hunner aan de pers werden gepresenteerd, zijn duidelijk de sporen van mishandeling te zien.

Verdacht is vooral het Erdogan-bewind. Met zeer grote gretigheid – Erdogan zelf sprak zelfs letterlijk van een ”godsgeschenk” – heeft ze de mislukte putsch aangegrepen om al zijn tegenstanders politiek uit te schakelen en zijn machtsgreep op het land te vergroten. Er is – buiten de heren Kuzu en Özturk misschien – toch niemand die echt gelooft dat al binnen een etmaal precies bekend is wie er allemaal bij de couppoging betrokken waren? Dat men dat allemaal binnen no time door politieonderzoek wist te achterhalen?

Tienduizenden mensen zijn nu al gearresteerd, ontslagen of op non-actief gezet. De lijsten daarvoor lagen uiteraard allang klaar, het wachten was voor Erdogan slechts op de beste gelegenheid. Wat dat betreft fungeert de klungelige couppoging voor hem precies als de even klungelige Rijksdagbrand voor Hitler: als goedkoop excuus om de noodtoestand uit te roepen en zo dictatuur te vestigen die toch al op het programma stond. Voor een Erdogan -aanhanger nu vanwege die vergelijking witheet van woede ontploft: het was Erdogan zélf, die recent Hitler als een daadkrachtige leider aanprees.

Zij die nu, ondanks die noodtoestand, hardnekkig Erdogan als ”democraat” blijven verdedigen – hij is inderdaad langs democratische wijze aan de macht gekomen, maar dat was Hitler ook – verwijzen graag naar Frankrijk. Daar is, na al die aanslagen, toch ook de noodtoestand uitgeroepen, en na Nice weer verlengd? En Turkije heeft toch, afgezien van die couppoging, met de PKK nog heel wat meer terrorisme te verduren? Dat laatste is allemaal waar, maar miskent een cruciaal verschil, los van het feit dat ook aan de Franse juridische (over)reactie wel degelijk dubieuze kanten zitten. Dat is, dat in Frankrijk die noodtoestand niet tot arrestatie, vervolging of ontslag van tienduizenden mensen heeft geleid, maar slechts tot die van niet eens een promille daarvan. Dat is het verschil tussen een land waar de regering zich door bloedige omstandigheden gedwongen voelt de noodtoestand uit te roepen, en een land waarvan de regering de omstandigheden maar al te gretig aangrijpt om dat te doen.

De formele democratie mag dan, met het afslaan van de putsch in Ankara gered zijn, de rechtsstaat is daarvan nu het slachtoffer  en daarmee ook de democratie in diepere zin. Want democratie behelst meer dan dat de meerderheid beslist: namelijk, dat daarbij de rechten van minderheden worden gerespecteerd, in plaats van met voeten te worden getreden. Dat is iets, wat al die Erdogan-aanhangers die in Istanbul juichend de straat opgingen om vervolgens de doodstraf voor alle als landverraders weggezette andersdenkenden te eisen, niet snappen.

Dat veel Turken in Turkije, gehersenspoeld als gevolg van het huidige mediamonopolie van het Erdogan-bewind, de propaganda van het bewind voor zoete koek slikken, is nog enigszins begrijpelijk. Maar dat ook een groot deel van de Turkse Nederlanders dat doet en sommigen hunner daarin een vrijbrief zien om anderen te terroriseren, stemt zeer droevig, omdat zij wèl in een land leven waar het hebben van een afwijkende mening een grondrecht vormt. Men had mogen hopen dat de voorlieden van Denk, die zich op andere momenten – en niet altijd geheel ten onrechte – over de naar PVV-clichés neigende opvattingen van sommige collegae beklagen, zich daarvoor nu luid en duidelijk zouden inzetten. Helaas is hen het vermogen daartoe kennelijk niet gegeven.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.