De open samenleving en haar vijanden

Foto: AP

Als mens was ik getuige van een bloedige week. De beelden van de afschuwelijke aanslagen in Nieuw-Zeeland hebben mij diep geraakt. Ik voelde mij machteloos, maar vooral ook woedend. Woedend op alles en iedereen. Enkele dagen later vond er weer geweld plaats, deze keer in Utrecht, waarbij drie onschuldige mensen van hun leven werden beroofd. Het lijkt erop dat in een wereld waar extremisme en populisme de boventoon voeren, steeds meer mensen het normaal vinden om agressie en geweld tegen anderen te gebruiken.

Een aanslag op een moskee, op tramreizigers of op welke groep of instelling dan ook, is een aanslag op de mensheid. Terrorisme is niet voorbehouden aan links of rechts, aan moslims of christenen. De dodelijke terreur van Anders Breivik, al-Qaeda, IS of de extreemrechtse dader van de aanslag in Nieuw-Zeeland is in alle gevallen weerzinwekkendheid. Het is niets anders dan pure vijandschap, afkeer en de drang tot vernietiging.

De haat van extremisten, die zichzelf moslim noemen, jegens alles wat niet in hun straatje past, is reëel en moet keihard bestreden worden. Dit gezegd hebbende moeten we ons realiseren dat de haat die sommigen voelen jegens moslims en de islam eveneens reëel is. Als minderheid ben je daarnaast, institutioneel gezien, altijd kwetsbaarder. Ook in het Westen. En gezien de tijdsgeest geldt dat zeker ook voor moslims.

Laat ons daarom duidelijke taal spreken en het beestje bij de naam noemen. Haat jegens moslims is geen ‘gevoel van’ maar een keiharde realiteit. Moslims worden werkelijk gediscrimineerd en uitgesloten. Onder invloed van haatpolitiek en populisme neemt moslimhaat toe, met alle gevolgen van dien. Moslimhaat is gebaseerd op verkeerde percepties en onwetendheid. Het is een staat van ongerechtvaardigde angst en leidt tot wat ik ‘selectief racisme’ noem. Selectief racisme is gericht op een bepaalde groep, niet per definitie een etnische groep.

Onder het mom van vrijheid, veiligheid en het beschermen van de eigen ‘natie’ worden moslims door bepaalde groepen gezien als vreemd aan de eigen cultuur. Daarmee worden moslims buitengesloten en in het meest extreme geval, denk aan het drama in Nieuw-Zeeland, ontmenselijkt en vermoord.

Mensenrechtenactivisten, journalisten en onderzoekers, denk hierbij bijvoorbeeld aan Martijn de Koning en Leo Lucassen, trekken nu aan de bel. Het is vijf voor twaalf. Of wellicht zelfs vijf over twaalf.

Trouwens, selectief racisme beperkt zich heus niet tot ‘populistische machten’, die gebruikmaken van angst jegens de islam omwille van politiek gewin. Selectief racisme overstijgt de politiek en nestelt zich in de hedendaagse cultuur, van maatschappelijke instituties tot de media. Het is soms bewust maar vaak ook onbewust aanwezig. Het uit zich in haatdragende boodschappen, in stereotypen en in vooroordelen. Door de onbewuste culturele component (in onder meer de media, die moslims dikwijls op een stereotype manier neerzetten, zie hierover het uitstekende onderzoek Moslims in Nederlandse kranten van historicus Tayfun Balcik) is het waarnemen van selectief racisme soms lastig voor het grote publiek. Maar bepaalde politieke partijen gebruiken het om moslimdiscriminatie te bagatelliseren, te ontkennen en soms zelfs goed te praten.

Het idee dat ons democratische bestel, in de brede zin des woords, een buffer vormt tegen extremisme, populisme en moslimhaat, is helaas niet altijd correct. Juist het feit dat selectief racisme zich ontwikkelt in de schaduw van ons systeem baart zorgen. Het gaat hier niet alleen om moslims, maar in de kern gaat het om vrijheden. Vrijheiden die ons land kenmerken en juist zo mooi maken.

Vrijheid is echter geen vrijbrief voor vrijblijvendheid, maar een oproep tot verantwoordelijkheid. We moeten iets moois van onze samenleving maken. We hebben de verantwoordelijkheid om de mensen bij elkaar te brengen, niet om de samenleving te ontwrichten en mensen tegen elkaar op te zetten.

Daarom roep ik de politici op om te stoppen met het aanmoedigen van haat en intolerantie. De sfeer die ontstaat kan immers leiden tot politieke druk om een selecte groep fundamentele rechten te ontnemen, vaak onder het mom van veiligheid.

Vanuit de moslimgemeenschap is het ook belangrijk om een richting te bepalen. Wat is onze positie in de Nederlandse samenleving en hoe kunnen wij actief bijdragen aan saamhorigheid en burgerschap? De rotte appels in ons midden moeten we weren en onze kinderen moeten we weerbaar maken tegen alle extreme ideeën en opvattingen.

In deze context hebben de moslimextremisten en moslimhaters elkaar ironisch genoeg nodig. Zonder moslimextremisme zou moslimhaat weinig ruimte krijgen en vice versa.

Persoonlijk wil ik niet in de slachtofferrol kruipen, maar ik wil enkel benadrukken dat het tijd wordt dat we massaal elkaar gaan helpen en bijstaan. Vorige week waren we aan het rouwen, vandaag moeten we in actie komen. Alle burgers, dus niet alleen moslims, moeten collectief deze strijd aangaan. Het gaat hier niet om ‘de moslim’, maar om universele principes, om het fundament van een vrije, open en gezonde samenleving.

Met name de christelijke en joodse minderheden moeten met de moslims krachten bundelen en gezamenlijk één vuist maken. Vrijheid van geloof is helaas niet vanzelfsprekend. Het staat onder druk. Het lijkt iets te worden waarvoor wij moeten strijden, in vrede en in woord uiteraard. Maar strijden moet.

Aan de beroemde Brits-Ierse filosoof Edmund Burke werden de volgende woorden toegeschreven: ‘Het enige wat nodig is voor de overwinning van het kwaad, is dat goede mensen niets doen.’ Laat ons bidden voor de kracht om wel iets te doen. Moge Allah ons land beschermen tegen elke vorm van haat, intolerantie en geweld! Amin.

DELEN
Azzedine Karrat
Imam, theoloog en onderzoeker.