De overeenkomst tussen boerka’s, helmen en mutsen

burka-reuters.jpg
Foto: © Reuters

Het ziet ernaar uit dat het kabinet dan toch een gedeeltelijk verbod op zogenoemde ‘boerka’s’ zal instellen. Al in 2012 zijn daar afspraken over gemaakt onder het eerste kabinet Rutte met gedoogsteun van de PVV. De toenmalige regering wilde eigenlijk een veel omvangrijker verbod, maar dat werd op de lange baan geschoven toen het kabinet viel. Op 22 mei werd de huidige regering het eens over een soort compromis. Gezichtsbedekkende kleding (boerka’s, integraalhelmen en bivakmutsen) wordt verboden in het onderwijs, het openbaar vervoer, de zorg en in overheidsgebouwen. “In het onderwijs moet je elkaar in de ogen kijken. Als een moeder een kind komt ophalen op school dan moet je kunnen zien of het wel echt de moeder is”, zo lichtte de minister Plasterk (Binnenlandse Zaken) het besluit toe.

Dat het in Nederland om een paar honderd vrouwen gaat die hun gezicht geheel of gedeeltelijk bedekken wordt zowel door tegenstanders als voorstanders van de wet ingezet. Tegenstanders menen dat het schieten met een kanon op een mug is: symboolpolitiek die alleen de flinkheid van de regering moet aantonen en de verhoudingen nog weer verder op scherp zet. Voorstanders stellen dat er eigenlijk alleen sprake is van een juridische onderbouwing van iets dat al lang praktijk is. Niets aan de hand dus? Wel degelijk.

Door het verbod uit te breiden naar helmen en mutsen omzeilt de regering handig het argument dat het om een inbreuk op de godsdienstvrijheid gaat. Het zijn immers communicatieregels en omgangsnormen. Een merkwaardig argument. Hoe bepaal je wat goede communicatie is en moet dat wettelijk worden vastgelegd? Waar staat dat je iemands ogen moet zien? Ik geef toe dat de eerste keer dat ik een met een vrouw sprak van wie ik de ogen niet zag even moest wennen, maar dat is dan ook alles, een kwestie van wennen. Communicatie heeft volgens mij te maken met de vraag of je elkaar begrijpt. Dat kan op oneindig veel manieren. Omgangsregels zijn culturele uitingen en veranderen voortdurend, zeker in een tijd van toenemende globalisering. Deze wet is dus eigenlijk het wettelijk vastspijkeren van een bepaald soort cultuuruiting.

Ik vind het allemaal nogal ongeloofwaardig. Een jaar of 20 geleden had de discussies over religieuze kleding vooral te maken met de neutraliteit van de openbare ruimte en de scheiding van kerk en staat. Op die manier werd bijvoorbeeld een verbod op hoofddoeken voor rechtbankpersoneel gerechtvaardigd. Alsof iemand met hoofddoek niet neutraal en professioneel kan zijn. Over neutraliteit hoor je de laatste tijd echter opmerkelijk weinig meer. Misschien wel logisch, want wie durft nog met droge ogen te beweren dat de overheid zich niet intensief met religieuze zaken bemoeit? In naam van de scheiding van kerk en staat komt de overheid met de ene na de andere maatregel die de controle op het doen en laten van het religieuze leven vergroot.

Volgens mij is de belangrijkste reden voor dit besluit de angst voor het vermeende oprukkend radicalisme onder moslims en de veronderstelde groei van het aantal moslims met onwenselijke ideeën en gebruiken. Om greep te willen houden komt de overheid met steeds driestere maatregelen, maar blijft die steeds maar opnieuw verpakken in allerlei schijnredeneringen. Het argument van de voorstanders dat het om de wettelijke verankering van een bestaande praktijk gaat is weinig overtuigend, maar ook principieel onwenselijk en onuitvoerbaar. Om te beginnen wordt het heel moeilijk om te bepalen wanneer er sprake is van ‘onwettige’ gezichtsbedekking. Er moeten allerlei omschrijvingen in de wet komen die uitvoerders in staat moeten stellen om te bepalen of iemand de wet overtreedt. Ik zie de discussies in Nederland al voor me. Mag je wel je neus en je mond bedekken? Tot hoe ver dan? En een vrouw met een hoofddoek zonder gezichtsbedekking maar wel met een zonnebril. Is die ook strafbaar? En wat te denken van een Chinese toerist met een mondkapje? Dat geeft natuurlijk aanleiding tot verwarring en gedoe. Het lijkt een beetje om de situatie in Iran, maar dan omgekeerd. Daar is het dragen van een hoofddoek verplicht. Hoe die hoofddoek moet worden gedragen en hoeveel je van haar gezicht mag zien is echter een voortdurend punt van discussie.

Maar belangrijker is dat de overheid door deze wetgeving elk initiatief om zaken gewoon samen onderling te regelen en zo tot afspraken te komen frustreert. Laat omwille van de godsdienstvrijheid vrouwen dragen wat ze willen en vertrouw erop dat er zonder krakkemikkige wetgeving vaak veel meer bereikt kan worden zonder dat de verhoudingen verder op scherp worden gezet. 

Thijl Sunier is hoogleraar Antropologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Daarnaast is hij redacteur van het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Muslims in Europe, voorzitter van de Netherlands Interuniversity School for Islamic Studies en voorzitter van de Antropologen Beroepsvereniging.

DELEN
Thijl Sunier
Antropoloog. Hoogleraar Islam in Europese Samenlevingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voorzitter van de Netherlands Interuniversity School for Islamic Studies.