De regels en de agent

Foto: Reuters

Dit is mijn laatste column voor de grote vakantie. Het schooljaar is bijna afgelopen. Alle examens zijn achter de rug en zoals het er nu uitziet hebben we (of vooral de leerlingen natuurlijk) het goed gedaan. Het slagingspercentage is vijfennegentig procent! En de herexamens moeten nog afgenomen worden, dus het percentage zal nog stijgen. We zijn een topschool, ik wist het al, maar toch altijd leuk om het bevestigd te zien in harde resultaten.

De vliegtickets voor de werkweek naar Barcelona van mijn mentorklas zijn gekocht. Voor de leerlingen die het niet redden om het benodigde bedrag van 395 euro vóór 10 juni te betalen heb ik sponsors gevonden, dus uiteindelijk kan iedereen mee. Ook weer geregeld en een pak van mijn hart.

Voor de leerling die ik in een eerdere column beschreef (Een leerling die nergens om heeft gevraagd), wiens lot in Nederland nog steeds onzeker is, is weer even respijt. De IND had niet genoeg naar het belang van de kinderen gekeken, zo luidde de uitspraak van de rechtbank eind mei. Mijn leerling mocht dus niet uitgezet worden. Dat wil niet zeggen dat ze mag blijven. De IND moet haar overdoen en heeft zes weken de tijd om te reageren. Cliffhanger (hou ik normaal gesproken wel van, maar niet in dit geval).

En dan was er nog het bezoek van twee wijkagenten in de klas. Ik had ze uitgenodigd naar aanleiding van een opmerking van een leerling in de groepsapp. ‘Juf, die liquidaties dat is de schuld van de politie.’ Het ging over de liquidaties in Amsterdam door de mocromaffia.
Sinds er in 2012 in de haven van Antwerpen een lading cocaïne is onderschept, zijn er zo’n dertien slachtoffers gevallen, onder wie een aantal onschuldige, toevallige figuranten. ‘Als de politie gezegd had dat ze die lading hadden onderschept, dan was die oorlog tussen die twee drugsbendes er niet geweest’, was de redenering van mijn leerling. ‘Want dan had de ene bende de andere niet beticht van diefstal.’

Dus waren al die doden de schuld van de politie. Dat cocaïne een illegale drug is en dat criminaliteit die voortvloeit uit handel, vervoer en verkoop ervan een logisch gevolg is van die illegale activiteit, is voor mij volkomen vanzelfsprekend. Maar mijn leerling zag dat anders. ‘Waren ze er nou maar gewoon afgebleven, dan had de hele handel door kunnen gaan en zou er geen slachtoffer gevallen zijn.’ Mijn leerlingen kennen de regels, maar wat ze ervan moeten vinden, daar worstelen ze mee. Thuis kunnen ze er niet over sparren.

Ik besloot een buurtregisseur uit te nodigen om er wat meer over te vertellen. In full gear kwamen twee heren van de politie binnen: handboeien en pistool aan de riem. De introductie had niet beter kunnen verlopen. Net zoals in de wereld buiten school zijn er ook in de klas regels. De kinderen kennen die regels, maar één van de agenten was niet op de hoogte. ‘Dus juffrouw Trudy kwam naar ons bureau en die vroeg of wij wilden komen vertellen over ons werk’, stak hij van wal. Maar zo gaat dat niet bij ons. ‘Juffrouw Coenen’, verbeterde ik hem. ‘Juffrouw Coenen’, haastte hij zich. Het bezoek was nu al geslaagd, merkte ik aan de reactie van de kinderen. Al snel kwam het gesprek op de mocromoorden. ‘Wij zijn niet bij het onderzoek betrokken’, dekten de agenten zich in. Uiteraard hadden ze er wel een mening over: of er nou ladingen onderschept worden of niet, drugsbendes bestrijden elkaar sowieso te vuur en te zwaard en met veel geweld. Het bleef stil in de klas. Niet overtuigd, zo klonk die stilte. Dat er de nodige argwaan tegenover de politie bestaat, bleek wel uit de vragen die ze vervolgens stelden:

– ‘Waarom mag je aangehouden worden als je merkkleding aanhebt?’
– ‘Wie is er schuldig aan de dood van Mitch Henriquez? Wordt dat wel onderzocht?’
– ‘Hoe zit het met etnisch profileren?’

Leerlingen krijgen weleens het etiket opgeplakt dat ze ongeïnteresseerd zijn en niet opletten. Dat is soms ook zo, maar daarnaast weet ik ook heel goed dat ze, als echte pubers, voortdurend bezig zijn hun plek in de wereld te bepalen. De vragen die ze stellen gaan over dingen die ze oppikken uit een maatschappij die hen niet altijd even welkom heet. Het was goed dat de agenten hebben laten zien dat er antwoorden zijn op vragen, waarom er regels zijn en dat die regels voor iedereen gelden.

De meeste lol hadden de leerlingen natuurlijk om de juf Coenen-correctie, die overigens perfect aansloot bij de boodschap van de les: ook de regels in de klas gelden voor iedereen, zelfs voor politieagenten.

DELEN
Trudy Coenen
Docent Nederlands op het Montessori College Oost, een 'zwarte' vmbo-school in Amsterdam. Leraar van het Jaar 2010. Auteur van het boek 'Spijbelen doe je maar thuis: verhalen van een docent op het vmbo' (2013).