De vrijheid van 5 mei

auschwitz-reuters55-png.png
Foto: © Reuters

Ik hoor het een ouder niet snel zeggen: “Pietje, ga maar lekker met je Holocaust-lego spelen.” En dat dat dan ook nog echt gemeend is. Er is immers Holocaust-lego gemaakt. Het was de Poolse kunstenaar Zbigniew Libera die in 1996 een set concentratiekamp-lego ontwikkelde, dat niet van echt te onderscheiden was. Het was voorzien van barakken, van hekken met prikkeldraad, SS’ers en broodmagere gevangen, in kampjargon “Muzelmannen” genoemd.

Ook denk ik dat het niet zo is dat mensen voor hun vertier eens gaan kijken en luisteren naar het YouTube-filmpje dat in 2010 werd geüpload waarop we mensen zien dansen voor de poort van vernietigingskamp Auschwitz, onder de tekst “Arbeit macht frei”. Al dansend horen we hen I will survive zingen. We zien ook beelden van de zingende en dansende mensen bij de ovens in het voormalige kamp. De acteurs in het filmpje zijn jonge mensen, maar er is ook een oudere bij: een joodse overlever van de kampen. Hij en zijn kleinkinderen wilden op deze manier laten weten dat de nazi’s niet gewonnen hadden. De joden zijn er nog.

Voordat de vermoorde filmmaker Theo van Gogh zijn tirades over de islam en moslims de vrije loop liet, mocht hij graag ‘grappen’ maken over de Holocaust. Illustratief was zijn opmerking dat er een weeïg zoete karamelgeur hing rond het vernietigingskamp. “Vandaag vergassen ze zeker suikerzieke joden”, was zijn commentaar op de geur.

De draak steken met de Holocaust, de Holocaust ontkennen, spotten met de Holocaust en – al of niet oprechte – kunst maken geïnspireerd door de Holocaust, het is allemaal al zo oud als de Holocaust zelf.

Als daarom de rapper Appa denkt de samenleving te kunnen schokken door te stellen dat de Holocaust een mythe is, of bewondering uitspreekt voor Hitlers Mein Kampfdan sluit hij zich slechts aan bij de eindeloze rij mensen die vinden iets over de Holocaust te moeten opmerken of zeggen. Niets nieuws onder de zon.

Rapper Appa meent door zijn provocaties begrip te willen kweken voor het lot van de Palestijnen. Dat is zijn goed recht. Maar ik vrees dat hij door zijn manier van aanpak weinig begrip zal genereren. Mensen winden zich over hem op, en hij manoeuvreert zich in een positie waar hij nauwelijks meer uit kan.

Tegelijkertijd stel ik vast dat het eigenlijk een goede zaak is wat rapper Appa doet. Hij hanteert een stijl die hij de islamofoben verwijt. Wat hij doet is op dezelfde grove manier gebruik maken van de demoniseringsstrategieën als zijn tegenstanders. Hij betoont zich hiermee als het vlees geworden al te cynische westerse Europeaan. Hij hoort er helemaal bij. Feitelijk is hij ongevaarlijk.

Moeten we daarom blij zijn met mensen als Appa? Van mij mag hij zingen wat hij wil, maar ik denk vaak aan het ware woord van de vader van Theo van Gogh die zei dat je wel alles mag denken, maar nog niet alles hoeft te zeggen. Aan de andere kant, het is nu eenmaal de rol van de nar om te shockeren, en Appa is dan gewoon de moslimnar van onze samenleving.

Een ander geluid, dat ik zeer verfrissend vond kwam van de hoofdredacteur van de Moslimkrant, Mohammed Bourzik, die op maandag 4 mei in het programma Pauw verklaarde dat moslims zich niets aan moesten trekken van al die beledigingen aan het adres van Allah en de profeet. “Allah en de profeet zijn veel te verheven om aandacht te besteden aan dit soort beschimpingen”, dus trek je er niets van aan, zo was het verstandige devies van de hoofdredacteur, waarmee hij zich, evenals Appa, betoonde als vleesgeworden Europeaan.

Leve dus de vrijheid die we op 5 mei vierden.

Jan Jaap de Ruiter is arabist aan de Tilburg University. Hij houdt zich bezig met de status en rol van het Arabisch en de islam in West-Europa en Marokko. Hij publiceert over beide thema’s in diverse talen, waaronder in het Frans, en gaat het debat erover aan in nationale en internationale context. In heden en verleden heeft hij in menig Nederlands en Europees onderzoeks- en ontwikkelproject geparticipeerd. Volg hem op Twitter: @janjaapderuiter

DELEN
Jan Jaap de Ruiter
Arabist aan de Tilburg University.