Echte mannen stimuleren hun vrouwen te gaan werken

vrouwen-werken-arbeidsmarkt.jpg
Foto: © AP

Yücel wilde nooit dat zijn vrouw ging werken. Hij vond namelijk dat een echte man zoveel moest verdienen dat zijn vrouw thuis kon blijven en voor de kinderen kon zorgen. Om dezelfde reden wilde hij ook niet dat zijn kinderen gingen werken zolang ze thuis woonden. ”Als mijn kinderen wat extra’s nodig hebben, dan moet ik er desnoods zwart een baantje bij gaan zoeken, maar zij niet.”

Çi?dem, zijn vrouw, vond dat prima. Ze had ook niet de behoefte om te gaan werken, zeker niet toen ze kinderen kregen. Aan het huishouden en de opvoeding van haar kinderen had ze haar handen meer dan vol. Daarnaast vond ze het fijn dat ze thuis was wanneer haar kinderen uit school kwamen. Voor geen geld zou ze dan ook willen ruilen met Hülya, haar beste vriendin die ze had leren kennen tijdens haar studie aan de Vrije Universiteit. Hülya moest hard werken om werk en de opvoeding van haar kinderen te combineren. Dat kon nooit goed voor de kinderen zijn.

Maar alles veranderde toen Yücel tijdens een klus in het weekend een stalen balk op zijn rug kreeg en voor de rest van zijn leven in een rolstoel belandde. Om het huis en de school van de kinderen te kunnen betalen moest Çi?dem een baan gaan zoeken, maar dat viel tijdens de crisis niet mee. Omdat ze bovendien werkervaring miste, had haar universitaire diploma amper nog waarde.

Er zijn in Nederland vele stellen, die net als Yücel en Çi?dem, op grond van hun eigen argumenten besloten hebben dat de vrouw zou stoppen met werken na de komst van de kinderen.

Hoewel de arbeidsparticipatie van vrouwen langzaam toeneemt, verdient ongeveer de helft van de vrouwen in Nederland minder dan het bestaansminimum en is financieel afhankelijk van hun partner. Dat maakt ze kwetsbaar wanneer het inkomen van die partner verdwijnt. Ook bouwen deze vrouwen geen of amper pensioen op.

In Amsterdam geldt voor 10 procent van de vrouwen dat ze helemaal niet werken, geen opleiding volgen en geen uitkering ontvangen. Het gaat hierbij meestal om gezinnen waarvan de moeder huisvrouw is en de man al het geld verdient. Onder Amsterdamse vrouwen van Nederlandse herkomst geldt dit voor 6 procent van de vrouwen, onder vrouwen van Marokkaanse (25 procent) en Turkse herkomst (30 procent) is deze groep veel groter.

Is dat erg? Voor individuele vrouwen valt daar moeilijk een oordeel over te geven. Natuurlijk, werk is voor veel vrouwen goed voor hun zelfbeeld en zelfvertrouwen, maar wanneer vrouwen verwachten gelukkig te kunnen worden in een afhankelijke positie, ook als de kinderen de deur uit zijn, dan is dat voor hen natuurlijk prima.

Voor de samenleving is het wel erg. Het betekent allereerst een verspilling van de talenten van deze vrouwen die we in heel veel segmenten van de samenleving nodig hebben.

De emancipatie van de vrouw in Nederland kan bovendien wel een nieuwe impuls gebruiken. Nog steeds zijn er bijvoorbeeld veel te weinig vrouwen in topposities. Om dat te veranderen moet niet alleen het glazen plafond doorbroken worden, maar moet ook het aantal vrouwen dat zich op de arbeidsmarkt begeeft toenemen.

Moeders zijn verder het belangrijkste rolmodel voor hun kinderen. Een moeder die goed het huishouden runt kan een prima rolmodel zijn, maar zal het in de meeste gevallen moeten afleggen tegen het rolmodel van een moeder die niet alleen kan strijken, maar ook actief deelneemt aan het leven buitenshuis.

Ten slotte zit er een economische component aan het verhaal: het is een verspilling van geld wanneer grote groepen op kosten van de samenleving een (dure) opleiding hebben gehad waar vervolgens weinig tot niets meer mee gedaan wordt. Vanuit deze gedachte vind ik het te verdedigen dat de overheid meer financiële prikkels gebruikt om werken aantrekkelijker en thuis blijven onaantrekkelijker te maken.

Maar uiteindelijk is het aan vrouwen en mannen zelf om de participatie van vrouwen te stimuleren. Ja, ook aan mannen. Want vrouwenemancipatie wordt nog te vaak als een zaak van alleen vrouwen gezien. Echte mannen stimuleren hun vrouwen te gaan werken. Het is logisch dat zij dan zelf ook meer zorgtaken ter hand nemen.

Çi?dem liet me vorige week weten dat ze drie maanden geleden een baantje als receptioniste heeft gevonden in het ziekenhuis. Het bevalt haar zo goed dat ze nu ook een baantje voor haar oudste dochter probeert te regelen.

Ewoud Butter is hoofdredacteur van de nieuws- en opiniewebsite Republiek Allochtonië en mede-oprichter en redacteur van de website Polderislam, die achtergrondinformatie biedt over moslims, islamitische stromingen en de institutionalisering van de islam in Nederland. Hij deed onderzoek naar radicalisering en begeleidde diverse projecten in Noord-Holland. Volg hem op Twitter: @ewoudbutter

DELEN
Ewoud Butter
Politicoloog. Hoofdredacteur van de nieuws- en opiniewebsite Republiek Allochtonië.