Economische crisis Turkije is van eigen makelij

Foto: Reuters

‘Nederland opent weekendscholen in Turkije voor bijles economie’, zo kopte de satirische website De Speld op 15 augustus. ‘Op de scholen’, aldus het berichtje, ‘moeten jonge Turken les krijgen in economie, zodat toekomstige regeringen er niet zo’n puinhoop van maken dat de munt van het land instort. De ouders van minister van Financiën Berat Albayrak hebben hun zoon meteen aangemeld bij de Hollandse School’. Het kan, zo ‘citeert’ de site Albayraks moeder, immers ‘nooit kwaad om wat basiskennis over economie te hebben’.

Onbekend is of Albayraks schoonvader, president Erdogan, met wiens beleid hier indirect de vloer aangeveegd wordt, inmiddels al een aanklacht wegens smaad heeft ingediend. Maar mogelijk heeft die het momenteel daarvoor toch echt te druk, nu de Turkse lira inderdaad in sneltreinvaart naar beneden keldert, en hij de confrontatie aan moet met een bullebak die niet voor hem onderdoet, maar over een beslissende voorsprong aan machtsmiddelen beschikt: Donald Trump.

Die confrontatie spitst zich op twee punten toe. Enerzijds op een economische oorlog, waarbij Washington en Ankara elkaar door steeds hogere importtarieven op de knieën trachten te dwingen, anderzijds op de door de Turkse regering gearresteerde Amerikaanse dominee Andrew Brunson, die ervan beschuldigd wordt als onderdeel van een door de CIA opgezet netwerk van christelijke missionarissen met de Gülen-beweging en de PKK tegen de Turkse staat geconspireerd te hebben. Erdogan draait er daarbij niet omheen dat Brunson als ruilmiddel moet dienen om de reeds jaren in Amerika levende Fethullah Gülen, die van de mislukte staatsgreep van 2016 beschuldigd wordt, in handen te krijgen. ‘Geef ons jullie geestelijke’, aldus de boodschap, ‘dan krijgen jullie onze dominee’.

Anders dan Erdogan misschien verwachtte, heeft dat in het Witte Huis niet tot toegevendheid geleid, maar juist tot verharding. Trump eist op hoge toon directe vrijlating van Brunson, omdat die beschuldigingen op niets gebaseerd zouden zijn, en dreigt, als dat niet gebeurt, Turkije met een handelsoorlog economisch, en zo ook politiek, op de knieën te dwingen. Ankara van zijn kant dreigt daarop nu zelfs de NAVO-band te verbreken, en zijn heil bij Rusland en China te zoeken.

De kans dat Trump inzake Brunson inhoudelijk het gelijk aan zijn kant heeft, mag op ruim boven de negenennegentig procent worden geschat. Voor het omgekeerde is de door Erdogan in elkaar gedraaide complottheorie, waarbij de meest onwaarschijnlijke partners zich tegen Turkije verenigd zouden hebben, te ongeloofwaardig. Maar dat betekent niet automatisch dat het door Trump gekozen politieke antwoord, waarbij hij volledig in de overdrive gaat, ook wenselijk is. Geen zinnig mens zal, mocht de huidige financiële crisis in Turkije daartoe leiden, Erdogans ondergang als zodanig betreuren, maar de prijs zou wel eens te hoog kunnen zijn. Speciaal mede vanwege de bijwerkingen voor Europa, dat geen partij is in dit conflict.

Hoe belachelijk ook in onze ogen: met zijn complottheorieën inzake Brunson en Gülen vindt Erdogan in eigen land wijd en zijd gehoor, en zelfs bij veel Turkse emigranten en hun nazaten in den vreemde. Dat hij eveneens in Nederland weer bij de laatste presidents- en parlementsverkiezingen moeiteloos op de eerste plaats eindigde, en bijvoorbeeld het vijanddenken van Denk grote geestverwantschap met zijn eigen vertoont, zegt genoeg. Die politieke complottheorieën staan niet los van de economische, waarbij de ineenstortende lira volgens Ankara niet het gevolg van eigen wanbeleid, maar van een westerse samenzwering zou zijn.

Ofschoon Erdogans oproep aan zijn eigen onderdanen om ‘als goede patriotten’ nu euro’s en dollars voor lira’s in te wisselen, tot dusverre weinig wordt opgevolgd – integendeel zelfs – betekent dat niet dat het daaraan ten grondslag liggende denken niet bij een groot deel van zijn achterban aanslaat. Dat die, indachtig een vorige hyperinflatie in 2004, waarbij velen hun spaarcenten verloren, in de praktijk vervolgens het particuliere banksaldo zwaarder laten wegen dan dat van de staat, is een tweede. Eerst komt, vrij naar Berthold Brecht, nu eenmaal het eigen eten, en dan pas de nationale ‘eer’.

Ook het dreigement van een wisseling van allianties is niet geheel loos. Het moge, objectief, vanuit Turks perspectief alleen al om economische redenen uitermate onverstandig zijn om Europa en Amerika voor Rusland in te ruilen, maar net als voor Trump vooral het belang van Trump zélf op de eerste plaats komt, geldt dat ook voor Erdogan. Aan het behoud van zijn eigen machtspositie is het belang van Turkije ondergeschikt. En nu beide heethoofden tegenover elkaar staan, kunnen beiden het zich niet veroorloven voor de ander te wijken. Een dergelijke capitulatie tast in eigen ogen hun mannelijkheid aan.

Zeker, de economische crisis in Turkije, die door Trumps handelsoorlog op gevaarlijke wijze verergerd wordt, is in de kern van eigen makelij. Alleen laat het onverantwoordelijke economische gedrag van Erdogan zich niet corrigeren door er eigen onverantwoordelijk politiek gedrag tegenover te zetten. Het opzetten van Hollandse weekendscholen met basiscursussen economie, misschien is dat toch niet zo’n gek idee. Kan ook Stef Blok zich meteen weer een beetje rehabiliteren.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.