Een baan voor een week

Foto: Edutopia

Het was warm, het nieuwe terras van het Lloyd Hotel was bijna af. De banken en tafels en een aantal stoelen stonden er al, mijn leerlingen waren druk bezig plastic en karton van hippe loungestoelen af te halen. ‘Hoe gaat het?’, vroeg ik. Ik was op stagebezoek bij Chrysa en Jelena. Ze liepen een weekje mee in het Lloyd Hotel, bij de receptie en in de keuken. Een weekje, zo lang (of beter kort) duurt de snuffelstage voor 3 vmbo.

‘Vijftig stoelen uitpakken’, Jelena sloeg haar ogen ten hemel. Maar het hoort erbij. Verder beviel de stage wel. ‘Het is leuk hoor’, zei Jelena. Maar soms wordt het ook wel saai. En dan wordt het met elke tien minuten saaier.’ Voor zichzelf heeft ze een andere carrière op het oog. ‘Ik wil advocaat worden.’ Chrysa beviel het beter, zij wil iets gaan doen richting hospitality.

De donderdag na de stageweek bespreken we tijdens het mentoruur alle stages. Iedere leerling heeft drie gebieden kunnen opgeven waarin hij/zij stage wil lopen en iedereen heeft binnen die persoonlijke top drie een plaatsje gekregen.

De bescheiden Lucretia heeft bij een kraamzorgorganisatie stage gelopen. ‘Vrijdag waren ze me vergeten.’ Daarom was zondag haar eerste stagedag. Ze ging mee op kraambezoek naar een net bevallen moeder en daar deed ze alle dingen die een kraamverzorgster moet doen. Baby wassen, wat huishoudelijke taken, moeder bijstaan. Dat ging kennelijk zo goed dat ze op de laatste dag zelfstandig taken mocht uitvoeren. ‘Ik waste de baby helemaal alleen.’ Een steile leercurve. ‘Ik trilde helemaal!’ Maar het was goed gegaan.

Soraya was aan de beurt. Ik was bij haar op stagebezoek geweest, en ik wist al dat het erg goed was gegaan. Soraya wil architect worden en ze had een stageplek toegewezen gekregen bij AHH, het architectenbureau dat in 1958 is opgericht door Herman Hertzberger. Het is niet alleen een gerenommeerd bureau, het is ook de ontwerper van onze school. Van haar Italiaanse supervisor kreeg ze opdracht om haar droomhuis in Italië te ontwerpen. Ze maakte tekeningen en ze bouwde een maquette. Haar Italiaanse stagebegeleider was onder de indruk. ‘I only gave her some tips and schedules, but she did everything by herself in a very good way.’ In het Engels communiceren was geen probleem. Bonuspunten.

Niet alle stages waren overigens van een leien dakje gegaan. Osko had stagegelopen in een fabriek. ‘Ze maken aansluitingen voor olievaten.’ Het klonk nogal lusteloos, dus ik begreep dat zijn hart daar niet sneller van ging kloppen. ‘En hoe ging het?’, vroeg ik. De begeleiding was niet goed geweest. Hij had van tevoren gebeld, kreeg geen contact, was langs geweest en hij had op z’n zachtst gezegd niet echt een hartelijke ontvangst gekregen. Op zijn hardst gezegd was men gewoon niet geïnteresseerd. Het stonk in de fabriek en de overall en laarzen die hij had gekregen pasten hem niet. Al snel voelde hij zich niet zo lekker, wilde even frisse lucht happen. ‘He, he, niet zomaar weglopen!’, zei zijn begeleider. Maar Osko wilde weg uit de stank. ‘Nou, als je niet wilt blijven, blijf dan ook maar helemaal weg.’ En zo was de stage afgelopen. Nee, dit bedrijf zou hij niemand aanraden. Hoe het helemaal precies zit, weet ik niet. Maar ik denk dat dit bedrijf niet helemaal ingesteld is op het bieden van een helpende hand aan stagiaires. Dat zijn tenslotte niet allemaal leergierige en gemotiveerde Soraya’s. Hoe vervelend zoiets ook is, de gemiste dagen moet hij wel in zijn vrije tijd inhalen op een andere plek.

Ten slotte was daar nog Jeffrey. Zijn hobby’s zijn onder anderen eten en slapen, dus ik vroeg me af hoe een stage aan die interesses tegemoet zou komen. Maar het was wonderwel goed verlopen. Hij had een stage gevonden bij het West Indisch Huis. Zijn begeleider had zelf vijfentwintig jaar geleden op het Montessori College Oost gezeten. Jeffrey had meegeholpen bij het klaarmaken van de locatie voor een trouwpartij en het was zo goed gegaan dat hij een baan aangeboden had gekregen.

Zo’n stage is een opsteker. Een mooi bijeffect is dat kinderen school na zo’n stage een stuk positiever waarderen. Nee, school is zo slecht nog niet. En zo is het. Werken kun je de rest van je leven nog.

De namen in deze column zijn gefingeerd

DELEN
Trudy Coenen
Docent Nederlands op het Montessori College Oost, een 'zwarte' vmbo-school in Amsterdam. Leraar van het Jaar 2010. Auteur van het boek 'Spijbelen doe je maar thuis: verhalen van een docent op het vmbo' (2013).