Een collega riep ‘aan het gas’

Foto: Wasabi Publicity

Toen ik als meisje nog met lange rok en paardenstaart over straat ging, wilde ik door mijn buurjongens en -meisjes gezien worden voor wie ik echt was, namelijk Dina-Perla en niet persé als Joods. De buitenkant was bovendien niet helemaal in lijn met waar ik zelf als individu in geloofde, maar ik had mij te houden aan de regels van thuis. Dus overcompenseerde ik door mijn gezellige gebabbel met de buren, die mij en het – overigens ook problematische – gezin maar anders vonden en zichtbaar meer afstand hielden tot ons dan tot elkaar. Uiteindelijk slaagde ik erin om de buitenkant te laten vervagen en werd ik overal in de buurt geaccepteerd voor wie ik was. De buurtgenoten volgden mijn ontwikkeling van dichtbij, tot de persoon die ik vandaag de dag ben, mede omdat ik mijn anker en veilige thuishaven nooit verlaten heb.

Hetzelfde gebeurde toen ik de overstap maakte van de joods-orthodoxe school het Cheider naar het Montessori Lyceum Amsterdam. Op mijn eerste schooldag besloot ik dat het tijd was voor die langverwachte broek, die echter niet kon verbergen dat ik uit een Joods gezin kwam. Dat hoefde ook niet. De moeilijkste confrontaties op school waren de geschiedenislessen waarin ik voor het eerst theorieën hoorde over dat de Tweede Wereldoorlog door Joodse mensen was veroorzaakt. Het was afschuwelijk, maar ik hield mijn mond. Ik wilde die orthodoxieloze uurtjes niet kwijtraken en niet riskeren dat ik weer niet gezien zou worden voor wie ik echt was. Straks dachten mijn klasgenoten dat ik het als Joodse meid wel allemaal beter wist.

Ik verzin het niet
Op de universiteit en aan het begin van mijn werkende bestaan kreeg ik er een zeer diverse vriendengroep bij, juist omdat ik hen opzocht. Opvallend was dat velen permanent naar het buitenland vertrokken. Nederland werd immers te klein voor hun aspiraties. Ooit was ik één van hen, maar ik voegde nooit de daad bij het woord, omdat ik hier gelukkig was. Ik hield van Nederland en was loyaal. Vanuit het vak Communicatie deed ik van alles met het thema diversiteit, maar tegelijkertijd kreeg ik voor het eerst te maken met antisemitisme op de werkvloer. Ik liet mij bij wijze van, haast vrijwillig, één jaar lang geestelijk mishandelen, omdat ik Communicatie zo prachtig vond en wilde doorgaan met waar ik aan begonnen was. Een voorbeeld? Een collega riep ooit jetzt aussteigen toen we bij een station aankwamen. Weer een andere collega riep ooit ‘aan het gas’. Ik verzin het niet. Bewijs is er uiteraard ook niet en ongeloof vast en zeker, want niemand verwacht zoiets. Antisemitisme is van alle tijden. Het is nooit verdwenen na de Tweede Wereldoorlog. Sterker nog, ook op de arbeidsmarkt krijgt verkapt antisemitisme soms de ruimte.

Ik leerde
Al gauw leerde ik dat sommige journalisten en relaties in de breedste zin van het woord, mij te snel alleen als Joods wilden bestempelen. En dat terwijl ik zoveel meer ben en net zo goed moslim, christen, hindoe en ga zo maar door, had kunnen zijn. Van sommigen wist ik gewoon dat ik puur en alleen door dat labeltje geen enkele samenwerking kon verwachten. Jarenlang volgde ik in kolommen op TweetDeck hoe journalisten zich over politieke en maatschappelijke vraagstukken uitlieten. Ik wist exact waar ik de anti-Joodse geluiden kon verwachten. Ik leerde stil te blijven en, alweer, hoe met mijn gezellige gebabbel te overcompenseren. Ik leerde dat er mensen waren die zich publiekelijk gunstig uitspraken over Joodse mensen, maar die hen ondertussen achter de schermen schandalig behandelden. Dat mensen urenlang uit de doeken konden doen wat zij allemaal van Israël vonden, zonder er ook maar één keer te zijn geweest. Ik leerde dat er mensen waren die het onderscheid tussen Joods en woonachtig in Israël, oftewel Israëlisch, niet konden of wilden maken. Ik leerde dat wie een stok zocht om mee te slaan, er altijd één kon (uit-)vinden. Ik leerde dat er veel stupiditeit en onwetendheid in de samenleving voorkwam en dat de algemene kennis over wat Joods zijn nou precies inhoudt, beschamend gering was. Dat tot de dag van vandaag. Toen ik in 2012 de Computable Awards in Huis ter Duin in Noordwijk presenteerde, leerde ik niet te reageren op wat een kleine meter van mij vandaan over mij gezegd werd. ‘Eerst heel hard laten werken en dan pikken we hun huizen in.’ Ook dat verzin ik niet. Ik heb geen woord van heel dat gesprek, met de lacherige opmerking aan het eind gemist, of verkeerd geïnterpreteerd, maar ook dat kan ik nooit bewijzen.

Gratievol
Totdat mijn boek Exodus uit de vuurtoren: schaduw achter en gezicht naar de zon uitkwam, had ik mij publiekelijk nooit over mijn Joods-zijn uitgesproken. Sterker nog, jarenlang zag ik er tegenop. Ga maar eens kritiek leveren op het orthodoxe web, keuzes die voor je gemaakt worden en je op lange termijn met tien-nul achterhouden, mensenrechten op microniveau en mechanismen die ooit ergens ontstaan zijn, zoals bijvoorbeeld ook in de documentaire One of us te zien is. Ik was op alles voorbereid. De wijze waarop deze wake-up call en tool voor duurzame verandering werd omarmd, kan ik echter alleen bestempelen als gratievol. Ongetwijfeld zal niet iedereen fan van mijn stijl zijn geweest, maar ik zal nooit kunnen zeggen dat er geen support vanuit de orthodoxe gemeenschap is geweest. Zij zullen nooit kunnen zeggen dat ik even lekker zin had om op het Joodse nest te fitten. Trots ben ik, want kijk: dit kunnen wij. Tja, ik ervaar dan wel weer dat dit boek mij in diskrediet bij een aantal corporate relaties brengt. Ik zal eerlijk toegeven dat ik mij ook om die reden jarenlang afvroeg of ik het wel moest willen. Angst overwinnen en dapper zijn, kent vele gradaties.

Verward
Hoe zacht dat alles ook klinkt, woede komt in mij op als ik zie wat er in Europa speelt. Gruwelijke moorden omdat iemand Joods is. 4 mei kan nooit eens één jaar gevrijwaard zijn van gezeik, uh, discussies. Partijen die zo krom zijn als ik weet niet wat en heel hard schreeuwen om inclusiviteit, maar ondertussen vriendelijk doch doortast een Joods akkoord afwijzen. Het kan fouter: laten we na de Tweede Wereldoorlog even belasting innen op iets dat iets recht zou moeten trekken. Het is bijna lachwekkend. Radicale groeperingen waar haat gecultiveerd wordt. Kennissen van mijn leeftijd die zeggen de optie van het buitenland achter de hand te willen houden. Afgelopen week kwam ik erachter dat de vrouw van een kennis enige tijd geleden in een doodgewoon koosjer restaurant werd neergestoken (ik had even wat gemist, aangezien ik niet alles volg en niet midden in de Joodse gemeenschap leef). Dan zijn er nog de eigenaren van een ander restaurant, namelijk HaCarmel, die sluiting overwegen, omdat Nederland te slap is om eens niet te polderen en te gaan staan voor wat juist en humaan is. Gewelddadige mensen in Nederland heten vanaf nu ‘verward’. Ik denk dat Nederland verward is. Tot slot blijkt het momenteel nodig te zijn om een enquête te houden en de ervaringen met antisemitisme te verzamelen. Man, man, man.

Ideeën
Nou is antisemitisme een hardnekkig probleem. Iets dat eeuwenlang is bestendigd, valt heel moeilijk te ontkrachten. Sterker nog, sommigen beweren dat antisemitisme op celniveau in de mens voorkomt. Laat ik mij nu niet aan die discussie wagen en alleen aangeven hoe plat – en tegelijkertijd gevaarlijk – deze reputatiekwestie is. Ook het feit dat veel Joodse mensen keiharde werkers, pioniers, denkers en bijdragers zijn en daarmee een bepaalde positie in de samenleving weten te bemachtigen, wekt nijd op. Vanuit diverse spirituele werken wordt dan ook uitgelegd dat Joodse mensen niet zozeer the chosen people zijn, maar als eerste in de rij van de verschillende soorten mensen, bepaalde ideeën binnenkrijgen. Alles in de wereld begint immers met een idee, oftewel met levenskracht. Ook hebben we vele malen kunnen ervaren hoe het grootste goed het slechtste kwaad kan aantrekken. Dan moeten we uiteraard niet de intermenselijke problematiek in de samenleving vergeten, want alles is immers aan elkaar verbonden.

Vruchtbare bodem
Here’s the thing: laten we nooit te slap omgaan met de bescherming van onze humaniteit, Joods of niet – dat zal mij worst wezen. De geschiedenis leert ons dat één individu zes miljoen mensenlevens kan vernielen. Humaniteit – liefde is het enige onmiskenbare wat we in de wereld hebben. Antisemitisme en wat voor vorm van racisme dan ook, is niet baanbrekend. Het is het domste wat er is, hoe verkapt en geraffineerd het ook gebracht wordt. Dan heb je het niet begrepen als mens. Het is vermoeiend. De wereld verandert en ik heb vertrouwen in wat ik om mij heen ervaar: een gigantische groep mensen die vanuit een hoger bewustzijn leeft en niet anders zou willen. Totale verbondenheid en alles wat erbij komt kijken, inclusief de doorontwikkeling van het oude naar het nieuwe. Daar zijn we pas aan begonnen, en dat geldt ook voor de politiek. We gaan nergens heen en we laten ons niet door angst leiden. Eerder door functionele en gekanaliseerde woede als het moet, want gek genoeg kan dat, in combinatie met rust en gedachtewisseling, voor een zeer vruchtbare bodem zorgen, voor de meest exotische oogst op termijn.

DELEN
Dina-Perla Portnaar
Groeide op in een streng joods-orthodoxe omgeving en schreef daarover het boek 'Exodus uit de vuurtoren: schaduw achter en gezicht naar de zon'. Haar nieuwe boek 'Levende sierlijkheid', een gids om aan jezelf te werken met basisprincipes voor persoonlijke groei, empowerment en spiritualiteit, is net uit. Voor de Kanttekening schrijft ze artikelen en columns over lifestyle en zingeving.