Een handtas is ook een tas

Foto: Reuters

Vijf dagen met school naar Barcelona, vijf leermomenten.

Dag 1: een tas is een tas
Tot onze grote verbazing zijn alle leerlingen ‘s ochtends om vier uur aanwezig op Schiphol. Wat wel geheel aan onze verwachtingen voldoet is het gemarchandeer met de bagage. Elke leerling mag tien kilo handbagage meenemen, in één tas.

‘Maar ik mag toch wel nog een handtas mee?’
‘Nee, je mag maar één stuk handbagage.’
‘Maar een handtas is toch geen extra tas?’

Gelukkig hebben we twee lege koffers bij ons. Zo kunnen toch nog een boel spullen mee die in extra tassen zitten die, geheel tegen verwachting, toch tassen blijken te zijn. ‘Echt, juf!’

De aankomst in het vakantiepark Bon Repós, zo’n vijftig kilometer onder Barcelona, maakt indruk. ‘Onze’ huisjes worden met bewondering bekeken. ‘s Avonds komt de campingbewaker even langs, een potige Spanjaard in uniform, met wapenstok en handboeien aan zijn riem. ‘Loop even met hem langs de huisjes’, zeg ik tegen mijn collega Antonio. Ik heb het vermoeden dat dat wellicht preventief rustgevend zou kunnen werken. Inderdaad zit iedereen om twaalf uur in zijn eigen huisje, de regel op onze werkweek. Of iedereen ook slaapt weet ik niet, maar rustig is het wel.

Dag 2flamenco beats museum
Met de trein gaan we naar Barcelona. Het programma zit bomvol: een bezoek aan het Picasso-museum, de Barrio Gótico, de kathedraal bekijken, een wandeling door de stad en ’s avonds nog een flamencoshow.

Het Picasso-museum hebben de meeste kinderen in tien minuten wel gezien (‘wie was die gast eigenlijk, dat-ie een eigen museum heeft?’), behalve twee Ghanese jongens. De tijd die voor anderen meer dan genoeg is voor het hele museum, besteden zij aan één enkel schilderij. ‘Kijk, als ik hier ga staan ziet het er weer heel anders uit.’ En zo bekijken ze schilderij na schilderij. We moeten ze wegtrekken omdat we anders ons programma niet af krijgen.

Wat opvalt als we in de stad lopen, is dat we opvallen. We worden bekeken. En niet op een leuke manier. Angèle, niet al te frêle gebouwd, zit in de metro naast een mevrouw die vindt dat ze te veel ruimte inneemt. Ze maakt een opmerking: ‘Tu madre y tu padre’, die hebben haar vast helemaal verkeerd opgevoed vermoeden we. ‘Je zal je eigen madre en padre bedoelen’, zegt Angèle. Gelukkig moeten we er snel uit, voordat het nog echt ruzie gaat worden.

Omdat we niet veel tijd meer hebben voordat de flamencoshow begint, verdelen we ons over Kentucky Fried Chicken en McDonald’s om nog wat te eten. Daarna snel naar het theater waar de flamencodansers en -gitaristen al klaar staan.

Het is een geweldige avond, niet alleen voor onze kinderen maar ook voor de optredende artiesten. Je ziet ze verbaasd kijken. ‘Zijn wij nou zo goed of wat is er in vredesnaam aan de hand met het publiek?’ Na elk nummer juichen en klappen en joelen de kinderen uitgelaten. Want ja, als onze kinderen ergens enthousiast over zijn steken ze dat niet onder stoelen of banken.

Dag 3: de zee is soms genoeg
Opeens zijn er twee ID-kaarten weg, geen idee hoe dat nou weer kan. Dus we moeten naar de politie om dat aan te geven. Verder is het vandaag campingdag. De hele dag zwemmen, op het strand en ‘s avonds wokken. Simpel programma, iedereen blij.

Dag 4shit happens overal
Met de kabelbaan naar de Montjuïc en naar Camp Nou. ‘s Avonds gaan we eten in Barceloneta, maar in de richting van het restaurant is het een en al politie. Er is een opstootje van Afrikaanse straatverkopers en er worden mannen gearresteerd. Onze kinderen kijken er niet heel erg van op. Een typisch geval van shit happens?

Dag 5: wees beleefd tegen de geüniformeerde medemens
Gezamenlijk ontbijt, huisjes opruimen, koffers pakken en met de trein naar het vliegveld. Daar is nog even een incidentje bij de douane. Anuar, opgehitst door een paar knapen die de hele week al stierlijk vervelend zijn geweest, is brutaal tegen een douanier. Terecht wordt dat niet getolereerd, maar ja, wij moeten wel een vliegtuig halen en we kunnen Anuar daar moeilijk achterlaten. Nadat we met een praten-als-Brugman-tactiek Anuar uiteindelijk mee kunnen nemen, is het huilen geblazen. ‘Ik was het niet!’ Wie het dan wel was zegt hij niet. Nog erger dan valselijk beschuldigd worden is een snitch zijn en iemand erbij lappen. Eenmaal in het vliegtuig is iedereen binnen twee minuten onder zeil.

Het was niet alleen een heel nuttige, maar ook een zeer leerzame week.

DELEN
Trudy Coenen
Docent Nederlands op het Montessori College Oost, een 'zwarte' vmbo-school in Amsterdam. Leraar van het Jaar 2010. Auteur van het boek 'Spijbelen doe je maar thuis: verhalen van een docent op het vmbo' (2013).