Een uitvolkoren klas

Foto: Reuters

De krokusvakantie had echt geen week later moeten komen. Niet alleen ik, ook de kinderen hadden er grote behoefte aan. Ze krijgen tweeëndertig uur per week les, bijna een fulltime werkweek van voortdurend opletten en bij de les moeten blijven, dat is uitputtend. Dus dat de aandacht en concentratie in de les dan wat minder is, dat begrijp ik en ik heb er vrede mee. We zijn allemaal moe.

De laatste donderdag voor de vakantie. Zoals altijd geef ik vandaag twee uur les aan mijn mentorklas. Eerst een mentoruur waarin we ‘de lopende zaken’ van de kinderen en de klas bespreken, daarna nog een uurtje Nederlands. In het mentoruur bespreken we onder andere de aankomende werkweek in Barcelona. Elk jaar gaat er een groep kinderen een weekje weg. Dat is goed voor de saamhorigheid in de klas en het is leerzaam om een ander land te bezoeken (wat de meeste leerlingen zelden doen). Ik inventariseer wie wel en niet meegaat. Nabihah wil wel mee, maar ze is afkomstig uit Syrië, ze is nog niet zo lang hier en heeft een probleem met haar identiteitsbewijs. Dat gaan we oplossen, want Nabihah moet natuurlijk mee kunnen als ze dat wil.

Ik leg ook alvast verantwoording af voor het bedrag dat betaald moet worden voor de reis. ‘Zodat jullie tenminste weten dat we onszelf niet verrijken met het geld dat jullie ons betalen.’ Klein lesje economie, al is het mijn vak niet. ‘Is er wel genoeg eten daar?’, vraagt een bezorgde leerling. Ik snap de vraag, want de kinderen uit mijn klas hebben voortdurend honger, ze eten veel en dat hebben ze ook nodig. Maar ik kan de leerling geruststellen. ‘Er is een all you can eat-restaurant naast de plek waar we logeren, dus dat komt goed.’

Jaren geleden was ik ook eens op werkweek met mijn klas en toen was Jeffrey mee. Jeffrey kwam uit Ghana en was een kleine drie jaar in Nederland. Uiteraard gingen we ook toen naar het all you can eat-restaurant, want dat is een gegeven in onze werkweken. Jeffrey blééf zijn bord volscheppen. Na drie borden dacht ik, toch eens vragen. ‘Jeffrey, denk je dat je zo eens een keer genoeg hebt?’, zei ik. ‘Dit is je derde bord, hoeveel kan je eten?’ Heel veel, zo bleek. ‘Ik weet toch niet wanneer ik weer te eten zal krijgen?’ Dat was zijn ervaring. Weer een nuttig lesje ‘begrijp je medemens’, als je iets meer achtergrondkennis hebt, begrijp je gedrag vaak een stuk beter.

Aan het eind van het mentoruur wil Najib nog even onderhandelen over het inleveren van zijn opdracht. Najib, die van plan is later veel geld te gaan verdienen en die houdt van dealtjes sluiten, moet nog een boekverslag inleveren. ‘Morgen ligt het bij mij, hè?’, zegt mijn collega-mentorklasbegeleider streng. ‘Nee juf, vrijdag.’ Dat komt mooi uit. ‘Najib, morgen is het vrijdag.’ Tja, vermoeidheid, dan begin je de dagen door elkaar te halen en dat gaat ten koste van je onderhandelingsskills. Enigszins beteuterd legt hij zich erbij neer.

Na het mentoruur volgt er nog een uurtje Nederlands. Het komt uit onze gezamenlijke tenen, maar we persen het eruit. We beginnen met een spreekbeurt van Soraya over de Filipijnen. Het is haar geboorteland en ze weet er veel over te vertellen. Enigszins murw laat de klas het informatiebombardement over zich heen komen. In vijf minuten leren we alles over de geschiedenis, de mode, het volkslied van de Filipijnen (‘dat gaat over het uitvolkoren volk, ik weet niet precies wat dat betekent’), uit hoeveel eilanden het land bestaat en wat de Filipijn zoal eet. Aan het eind van haar verhaal krijgen we een filmpje te zien van de nationale dans, een soort touwtjespringen met twee bamboestokken. Het ziet er gevaarlijk uit, als je niet snel genoeg springt krijg je een stok tegen je enkels. Dat trekt de aandacht. ‘Dat doet zeer, als je dat ding tegen je enkels krijgt!’ Kinderen houden van wreed en mijn klas leeft even op. Na de spreekbeurt zijn er geen vragen. Nee, het is mooi geweest. ‘Omdat het volgende week vakantie is geef ik geen huiswerk op. Na de vakantie weer verder.

De namen in deze column zijn gefingeerd.

DELEN
Trudy Coenen
Docent Nederlands op het Montessori College Oost, een 'zwarte' vmbo-school in Amsterdam. Leraar van het Jaar 2010. Auteur van het boek 'Spijbelen doe je maar thuis: verhalen van een docent op het vmbo' (2013).