Etnisch profileren: lessen uit Ferguson

FERGUSON-MauriceCrul.jpg
Foto: © Reuters

Welke lessen kunnen we in Nederland leren uit de recente discussie over het politieoptreden ten aanzien van zwarte jongeren in Amerika? Veelvuldig werd in Nederlandse kranten geschreven dat zwarte jongeren ook “veel vaker crimineel” zijn dan andere groepen in Amerika. Het vaker aanhouden van zwarte jongeren door de politie, zo is de redenering, roepen zij deels over zich zelf af doordat zij vaker diefstallen en geweldsdelicten plegen. Die redenering wordt hier in Nederland ook vaak gebruikt ten aanzien van Marokkaans-Nederlandse jongens of Antilliaans-Nederlandse jongens. Deze robuust ogende redenering heeft echter een aantal problemen, dat in Amerika wél, maar in Nederland niet of nauwelijks wordt genoemd. Waar steekt de politie de grens over tussen effectief politieoptreden naar onrechtvaardig optreden?

Als in een bepaalde buurt meer straatroven worden gemeld dan ligt het vanuit het standpunt van effectief politie optreden voor de hand dat de politie in die buurt meer gaat patrouilleren. En als opgepakte daders vaker jongens dan meisjes zijn, dan ligt het voor de hand dat de politie zich tijdens patrouilles meer op de jongens richt. En als de daders vaak uit een bepaalde etnische groep komen is het niet onlogisch dat zij die groep scherper op de korrel heeft. Kortom, het lijkt erop dat de politie rationele keuzes maakt als het gaat om potentiële daders te pakken. Het kan echter zijn dat de politie door deze focus, die op zich op harde feiten is gebaseerd, doorslaat en agenten alleen nog maar mogelijk crimineel gedrag of zelfs alleen nog maar criminelen zien als ze jongens van een bepaalde etnische afkomst tegenkomen op hun patrouilles.

Een fictief rekenvoorbeeld illustreert wat er dan gebeurt. Stel: in de ene etnische groep rijden 4 op de 20 jongens op een gestolen scooter en in de andere etnische groep rijden 2 van de 20 jongens op een gestolen scooter. Van de eerste groep worden in de loop van een jaar 9 jongeren aangehouden voor controles door de politie, echter, in de tweede groep maar 3. De kans dat de jongeren van de eerste groep met een gestolen scooter worden aangehouden is daarmee onevenredig groot. Er rijden weliswaar 2 keer zoveel jongeren uit de eerste groep op een gestolen scooter, maar hun pakkans is 3 keer zo groot en dus disproportioneel groot. Dat versterkt het idee bij de politie dat de eerste groep veel meer crimineel is dan in werkelijkheid. De signalen dat dit in Nederland gebeurt, zijn bij enkele politie korpsen helaas ook te signaleren.

Het andere grote probleem bij de – negatieve – aandacht voor een specifieke etnische groep zijn de zware consequenties voor de niet-criminele jongeren uit die groep. De 16 niet criminele jongens uit de eerste groep worden immers veel vaker ten onrechte aangehouden als de niet criminele jongens uit de andere groep. De enige tastbare reden voor hun aanhouding is dat zij tot de gestigmatiseerde groep behoren, iets waar zij zelf niets aan kunnen veranderen. Rechtvaardigt de oververtegenwoordiging van crimineel gedrag in hun etnische groep een dergelijk stigmatiserend gedrag van de politie? Bovendien kunnen er onvoorziene consequenties zijn. De persoon in kwestie heeft toevallig zijn legitimatie niet bij zich en voor hij het weet heeft hij zo toch ineens iets strafbaars gedaan. Een ander die zijn legitimatie heeft vergeten zal er nooit de consequenties van ondervinden, omdat hij nooit wordt aangehouden bij controles.

In een rechtstaat zijn onze politici uiteindelijk degenen die de gelijke behandeling van iedereen moeten garanderen, maar wie komt er in het huidige politieke klimaat op voor de jongens die stelselmatig en buitenproportioneel door de politie worden aangehouden? Wachten we op ons eigen Ferguson of nemen we echt serieus dat democratische grondrechten voor iedereen in gelijke mate gelden? 

Maurice Crul is hoogleraar Onderwijs en Diversiteit aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam.

DELEN
Maurice Crul
Onderwijssocioloog. Hoogleraar Onderwijs en Diversiteit aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam.