Gunnen we Yago R. straks een ‘rustig leventje’?

Foto: AP

De vraag dringt zich inmiddels, nu IS militair verslagen is en het ‘kalifaat’ van de landkaart is geveegd, steeds agressiever op: wat te doen met de uit Europa afkomstige jihadisten die nu in Koerdische gevangenkampen zijn beland? Donald Trump heeft er recent geen twijfel over laten bestaan: terugnemen die hap, anders dreigt er wat. Les extrêmes se touchent, want veel van die gewezen strijders voor het shariaparadijs schijnen dezelfde mening toegedaan en inmiddels hartstochtelijk te verlangen naar een veilige cel in een goddeloos Europees land.

Over hun toekomst denken ze even luchtig als over het verleden: een paar jaartjes brommen en dan pakken we het pre-jihadistische bestaan gewoon weer op. In Zweden is al een handvol gevangen oud-strijders op de tv geweest, met een verzoek aan Stockholm om terug te mogen keren. Ze willen weer een ‘normaal’ leven met kinderen op de kinderopvang, zo vertelde een van hen. ‘Daar lijkt in Zweden weinig draagvlak voor’, zo merkte Volkskrant-correspondent Eric van den Outenaar in het desbetreffende berichtje van 8 maart aansluitend droogjes op.

Vier dagen eerder gaf ook de uit Arnhem afkomstige veteraan Yago R. in die geest een exclusief interview, aan diezelfde krant. Hij had een vervelende tijd achter de rug, maar hoopte straks in Nederland gewoon weer een nieuwe start te kunnen maken. Tegenover Ana van Es verklaarde ook hij nu terug te willen voor ‘een rustig leventje’, om ‘op te laden’, zijn kind ‘een gelukkig leven te geven’ en voor het overige zichzelf ‘gedeisd te houden’.

Vroeger verdwenen in christelijke kring zulke lui in het klooster – en voor het Vaticaan was dit tot voor kort voor betrapte seksuele zondaren nog steeds een gangbare weg – maar dat lijkt mij nu niet in de rede te liggen. Tenzij er plots weer een bekering volgt, het zou voor Yago immers niet de eerste zijn.

Hoe dan ook: van enige spijt over de gruwelijkheden bleek niets. Slechts van spijt over het feit dat hij een paar jaar van zijn leven had vergooid. Zeker, hij had fouten gemaakt – ‘ze boden het hele pakketje’ – en zodoende dus een vervelende tijd achter de rug, maar hij rekende erop dat men hem zijn misstapje vergaf – alsof het ging om een uit de hand gelopen dronkenmansruzie tijdens een avondje stappen in Gorinchem, waarbij hij in kennelijke staat een net iets te harde klap had verkocht. En o ja, of Den Haag zijn uit Groot-Brittannië afkomstige vrouw, plus zijn kindje, eveneens maar meteen liefdevol in de armen wilde sluiten.

Ook in zijn geval lijkt het draagvlak daarvoor gering. En opvallend, maar tegelijk ook best verklaarbaar, is juist dat in Nederlandse moslimkring niet iedereen even happig is op zijn terugkeer. Zoals een hunner dat, opnieuw in de Volkskrant, formuleerde: dankzij dit soort lui hebben ik en mijn kinderen ons twintig jaar voortdurend voor onze religieuze overtuigingen moeten verantwoorden. ‘Deze jongens hebben zoveel kapotgemaakt in de samenleving.’

Lang hebben de meeste Europese landen de boot afgehouden, maar nu zij door de Koerden voor het blok en door Trump onder druk worden gezet, begint het wel wat te schuiven. En dat de Europese landen waar het de wandaden van hun staatsburgers betreft – ook al hadden die met hun de rechtsstaat verachtende keuze voor IS moreel zelf een streep onder dat staatsburgerschap gezet – niet helemaal kunnen wegkijken is evident. In elk geval kan men niet de Koerden met dat probleem opzadelen, nu niet elke Nederlandse jihadist zo behulpzaam was om conform Rutte zijn dringende verzoek bijtijds te sneuvelen.

Maar een antwoord op de vraag ‘wat nu’ is nog niet zo makkelijk. Kan men al, om te beginnen, in praktisch opzicht bij de verdere afhandeling wel exact scheiden tussen de bruten, de bruiden en de baby’s? De kinderen van de jihadi’s kan men de wandaden van hun ouders niet aanrekenen, maar betekent dat dat men ze nu bij nieuwe gezinnen moet onderbrengen? En moet men ze actief gaan ophalen, zoals sommigen bepleiten? Den Haag neemt in elk geval, met een beroep op allerlei concrete complicaties voor een delegatie naar het oord des onheils, bewust een afwachtende houding aan.

En dan de bestraffing van de uitgereisde jihadisten. Yago R. was bij verstek tot zes jaar cel veroordeeld. Als hij niemand zelf persoonlijk een haar heeft gekrenkt, is dat voor ‘in vreemde krijgsdienst gaan’ vrij veel. Ik vergelijk het maar even met de vele niet-levenslange gevangenisstraffen die aan verschillende toch vrij grote Joegoslavische oorlogsmisdadigers zijn uitgedeeld. Maar als hij in de voorste beulslinies heeft gestaan, dan is dat juist tamelijk weinig. Een enkelvoudige moordenaar krijgt in Nederland al veel meer. Alleen, hoe dat te bewijzen? Dat het bestaande oorlogsrecht voor dit soort situaties eigenlijk ontoereikend is, is recent al door enkele strafrechtgeleerden opgemerkt. Dat zou terughalen naar Nederland – een paar jaartjes cel en dan dus een rustig leventje om weer op te laden met de kinderen in de kinderopvang – moreel toch tamelijk onbevredigend maken.

Op zich is het gebruikelijke uitgangspunt dat mensen worden berecht in het land waar zij hun misdaden hebben begaan. Voor een internationale opzet wordt meestal slechts gekozen als het om grensoverschrijdende misdaden tegen de menselijkheid gaat, of als onpartijdige rechtspraak ter plekke twijfelachtig is. In Neurenberg stonden de grote nazileiders terecht; de vele kleinere belandden meestal voor een nationaal tribunaal. Berechting in het land van herkomst is ongebruikelijk, dus het zou voor de hand liggen dat berechting van de jihadisten ginds geschiedt.

Alleen staat het Nederlandse verbod op de doodstraf uitlevering door ons aan een Syrische of Iraakse rechtbank in de weg, ook al is er momenteel niet echt sprake van uitlevering door ons, maar meer van een mogelijke uitlevering door de Koerden. Misschien daarom toch maar werken aan dat internationale tribunaal.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.