Het leven na de oorlog in Kobani

Foto: Reuters

Een bulldozer tilt puin en huisraad op in een van de straten van de Syrische stad Kobani. Een jongetje en een oude man kijken toe. Bij het beeld is geen commentaar. Je hoort alleen de zware dieselmotor van de bulldozer. Dan zie je tussen het puin iets wat op een arm lijkt, in een blauwe mouw. De bulldozer rijdt een stukje naar achteren en graaft opnieuw, nu dieper. Dan komt een half lichaam tevoorschijn, twee armen en het hoofd van een jonge vrouw in een door het stof vaalblauwe jurk. De bewoners van Kobani graven gestaag de lichamen op van onder het puin van hun stad. Het zijn beelden die wij in Nederland niet te zien krijgen. Te macaber om te tonen aan de Nederlandse kijkers, zo vlak na de avondmaaltijd in de comfortabele huiskamer.

De documentaire Radio Kobani van regisseur Reber Dosky, die onlangs in première ging op het internationale documentairefilmfestival in Amsterdam IDFA (International Documentary Film Festival Amsterdam), toont niet de oorlog in Syrië, maar dat wat er ná de oorlog gebeurt. De gevluchte mensen keren terug naar hun grotendeels kapotgeschoten stad en proberen het leven weer op te pakken. Ik heb de afgelopen jaren al honderden uren Syrisch nieuws gekeken via CNN, BBC en NOS en erover gelezen via de berichtgeving van The New York Times en andere media, maar toch heb ik duidelijk een belangrijk deel van het verhaal gemist.

In de documentaire krijgen we het perspectief van een meisje van begin twintig die samen met een paar vriendinnen na de bevrijding van de stad een lokaal radiostation in Kobani is begonnen: Radio Kobani. Ze doen het op een manier zoals alleen jonge mensen dat kunnen. Ze zetten de microfoon aan, gaan praten en zetten een muziekje op. Terwijl ze dat doen kijken ze met een half oog naar hun smartphone. Ze zijn heel serieus als ze hun interviews doen, maar even later weer heel ontwapenend als ze het hebben over de jongens die ze leuk vinden. Het contrast tussen deze meisjes die energiek hun leven weer oppakken en de finaal kapotgeschoten en gebombardeerde huizen en de lijken die nog overal gevonden worden is groot.

In de documentaire wordt af en toe het beeld teruggespoeld naar de gevechten in de stad voor de bevrijding. In die beelden staat de stad nog grotendeels overeind. De Koerdische strijders veroveren huis voor huis en straat voor straat Kobani terug op de IS-strijders. Soms roepen ze Amerikaanse luchtsteun in om posities te bombarderen. De menselijke prijs is hoog, want ook veel burgers bevinden zich in het vijandelijke gebied dat moet worden veroverd.

Wij zien dagelijks beelden van kapotgeschoten steden en lezen over het aantal burgerslachtoffers. Wij denken vervolgens dat het nooit meer goed gaat komen met Syrië. De meisjes van Radio Kobani laten ons echter zien dat er altijd hoop is. Er zullen altijd weer jonge mensen op staan die voorop gaan, omdat hun leven nog moet beginnen en zij het zich niet kunnen veroorloven om het op te geven. Zij leven vooruit, en dat is blijkbaar net zoals oorlog voeren, ook een oeroude menselijke eigenschap.

DELEN
Maurice Crul
Onderwijssocioloog. Hoogleraar Onderwijs en Diversiteit aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam.