Het perfecte leven

Foto: Tom Wang

‘Perfectionisme, volksziekte van een nieuwe generatie’, kopte dagblad Trouw vorige week maandag. Het artikel sloeg op de bevindingen van twee Britse wetenschappers die onlangs ontdekten dat veel millennials – jongeren tussen de achttien en vijfendertig jaar – gebukt gaan onder een heftige vorm van perfectionisme. De gevolgen van ‘overal de beste in willen zijn’ kunnen zó ver reiken dat het in sommige gevallen tot angststoornissen, depressies, burn-outs of zelfs suïcidale neigingen leidt.

Hoewel ik in eerste instantie een beetje moest gniffelen – ik bedoel: perfectionisme klinkt nogal als een first world problem in vergelijking met hongersnood in Jemen of de burgeroorlog in Syrië – erkende ik meteen dat dergelijke aandoeningen ook in mijn eigen omgeving steeds vaker voorkomen. Op Facebook lees ik voortdurend berichten van digitale vrienden die zich wekenlang opsluiten in een klooster om ‘hun hoofd leeg te maken’. Ik deed dit altijd af als aanstellerij of een schreeuw om aandacht, maar is dat eigenlijk wel eerlijk?

Als echte millennial – ik ben van 1986 – weet ik hoe het is om op te groeien in een competitieve wereld. Toen ik zes jaar geleden afstudeerde mocht ik af en toe een opdrachtje doen voor een hongerloontje. Ik wist dondersgoed dat er minstens honderd andere gegadigden waren als ik voor de klus zou bedanken. Bovendien had ik elke cent nodig om mijn eenmanszaak draaiende te houden. In die tijd heb ik veel startende collega’s zien sneuvelen. Sommigen stopten met de journalistiek en gingen een tweede studie doen waarmee ze werden voorbereid op een stabieler bestaan. Inmiddels is ook dát lastig geworden als je al een diploma aan de muur hebt hangen; voor omscholing moet je namelijk instellingsgeld betalen en dat bedrag kan oplopen tot twaalfduizend euro.

Het is dus eten of gegeten worden. De concurrentie is nijpend en werk is niet het enige waarin je moet excelleren. We leven immers in een meritocratie. Je kunt alles bereiken wat je wilt, maar daar moet je wel helemaal zélf voor zorgen. Als je faalt ligt het aan jou. Mijn generatie wil het liefste ‘het perfecte leven’ leiden. Je dient even knap te zijn als de influencers op Instagram en naast een ‘gewone’ studie moet je toch echt een honours-programma hebben gevolgd, het liefst inclusief een stage in het buitenland. Ik geloof niet dat dat voortkomt uit verwendheid of ijdelheid, maar uit de diepe overtuiging dat je het anders niet redt.

Een rondje googelen toont aan dat commerciële bedrijven handig op de angsten en –onhaalbare – verlangens van millennials inspelen. Zo kun je een personal branding coach inhuren om ‘je eigen merk’ te worden, wat dat ook mag betekenen. Er bestaan legio cursussen waarin je leert hoe je ‘een potentiële werkgever binnen één minuut van jouw unieke talenten kunt overtuigen’. De firma Masterflirt leert je graag hoe je de beste minnaar ter wereld wordt. En als je het even allemaal niet meer ziet zitten kun je terecht bij The School of Life om je ‘zelfvertrouwen een boost te geven’, want hé, een gebrek aan zelfvertrouwen is ook weer zo onaantrekkelijk.

Ik klink cynischer dan mijn bedoeling is. Eigenlijk vind ik het heel treurig dat we een prestatiemaatschappij hebben gecreëerd waarin alleen het allerbeste goed genoeg lijkt te zijn. Ik zie het als een groot probleem wanneer mensen denken dat ze zich nooit een dag verdrietig mogen voelen en dat een berisping het einde van de wereld betekent. Volgens mij loop je op die manier inderdaad een groot risico op burn-outs en andere enge kwalen. Misschien zouden we moeten pleiten voor meer middelmatigheid. En voor meer solidariteit onderling. Als we stoppen elkaar op elk vlak af te troeven wordt het leven misschien nét iets minder speciaal, maar waarschijnlijk wel leuker.

DELEN
Natascha van Weezel
Schrijver. Filmmaker.