Het recht om te generaliseren

Foto: YouTube

Een tijdje geleden ging het in de ‘ontwikkeltijd’ (niet alleen de leerlingen krijgen les op mijn school, ook wij – de leerkrachten – worden bijgespijkerd, ontwikkeltijd heet dat) over DE mavo-leerling, wat die allemaal zou (moeten) kunnen en doen. Misschien komt het omdat ik meer iemand van de praktijk ben dan van de theorie, maar ik kon me er geen voorstelling van maken. DE mavo-leerling? DE mavo-leerling bestaat volgens mij helemaal niet. Het ene kind kan iets wel, het andere kind niet en zal het ook nooit leren. Ieder kind heeft weer een ander temperament en het is af en toe nog een behoorlijke klus om daarmee om te gaan. Je moet altijd weer kijken wie je voor je hebt en daar pas je je lessen op aan.

Mijn mentorklas is een caleidoscoop van karakters. De groepsapp van de klas laat dat altijd mooi zien. Laatst wilde een leerling wisselen van profiel: van ‘nask’ – natuur- en scheikunde – naar economie en ze meldde dat in de groepsapp. ‘Dit is de groepsapp’, appte ik, om aan te geven dat je dit beter in een één-op-één-berichtje kunt melden. Want hoe werkt dat dan in de groepsapp: anderen gaan zich ermee bemoeien. Merouan: ‘Maar nask is de toekomst.’ Komt Kathy erin: ‘Niemand vroeg om je mening schat.’ Merouan: ‘Schat, ik ben je schat niet.’ Tijd om in te grijpen: ‘Allemaal naar bed nu.’ Het was al best laat. Kathy: ‘Okay, maar niemand vroeg om je mening, vriend. En zo dom doen. Bitch.’ Ik: ‘Pardon?’ Merouan: ‘Waar komt al die agressie vandaan?’ Kathy: ‘Juf, hij maakt mijn hoofd heet.’

Dat Kathy een vurig karakter heeft, was me al duidelijk geworden uit haar spreekbeurt die ze in het begin van het jaar hield. ‘Gay is okay’ was de titel. En wee degene die dat niet vond! Meer dan een pleidooi voor diversiteit was het een waarschuwing voor degene die het er niet mee eens was. Kathy is door het minste of geringste op de kast te krijgen, dan krijgt ze een waas voor haar ogen en gaat ze vechten. Heel anders dan Merouan die meer het type zuiger is. En dat zijn dan slechts twee leerlingen in mijn klas. En die twee totaal verschillende mavo-leerlingen moet je dus ook op totaal verschillende manieren benaderen.

Net zoals DE mavo-leerling niet bestaat, kun je ook niet generaliseren over het type leerling op basis van zijn of haar afkomst. Omdat ik op een school werk met voornamelijk kinderen van niet-Nederlandse origine, heb ik daar vaak mee te maken. Met generalisaties bedoel ik bijvoorbeeld ‘Surinamers zijn lui’ en ‘Chinezen zeggen nooit wat ze op hun lever hebben’. Zulke algemeenheden kan ik eigenlijk niet op een leerling plakken, omdat ik merk dat er eigenlijk geen enkele leerling aan zo’n stereotype voldoet. Voor je het weet is een vooroordeel een oordeel en daarmee doe je de leerlingen toch tekort.

Maar dat zo’n stereotype soms enthousiast omarmd wordt door de groep die – zou je zeggen – juist ‘slachtoffer’ is van die generalisatie, bleek enige tijd geleden in mijn klas. De les was afgelopen, iedereen was bezig zijn boeken op te bergen en ik weet niet hoe het gesprek erop kwam, maar ineens ging het over Turken. Mohammed spuide zijn oordeel over DE Turk in het algemeen en ventileerde een generalisatie die volgens hem klopte als een bus: ‘Juf, wist u dat alle Turken stinken?’ Dat hij zelf in de klas altijd naast zijn Turkse vriend zat weerhield hem er niet van deze boude uitspraak te doen. De Turkse vriend leek zich er verder trouwens weinig van aan te trekken. Hij zag het in ieder geval niet als een belediging waar hij zich tegen zou moeten verdedigen. ‘En dat zeg jij’, zei ik verbaasd tegen Mohammed, ‘een Marokkaan’. Waarmee ik maar wilde zeggen: jij weet toch alles van generalisaties, als er over één groep gegeneraliseerd wordt, dan zijn het wel de Marokkanen! Mohammed keek me aan met een blik van ‘je snapt het niet’. ‘Maar juf, hoe kunnen Marokkanen nou stinken?’, zei hij. ‘Die nakken (stelen) die deo!’ Ik zou er zelf niet op gekomen zijn.

De namen in deze column zijn gefingeerd.

DELEN
Trudy Coenen
Docent Nederlands op het Montessori College Oost, een 'zwarte' vmbo-school in Amsterdam. Leraar van het Jaar 2010. Auteur van het boek 'Spijbelen doe je maar thuis: verhalen van een docent op het vmbo' (2013).