Hindoestaanse woede

Foto: Biswarup Ganguly

De geest is uit de fles. In de nasleep van de #MeToo-discussie is er nu een uitbarsting van jarenlang opgekropte woede en frustratie over seksueel geweld, machtsmisbruik en de positie van de vrouw gaande, onder andere onder Hindoestaans-Nederlandse vrouwen.

Uiteraard speelt dit onderwerp ook binnen veel andere bevolkingsgroepen, maar waar de laatste jaren veel aandacht was voor de positie van de vrouw in Turks- en Marokkaans-Nederlandse kring en met #MeToo vooral kwesties in autochtone hoek onder de loep lagen, is het nu de beurt aan Hindoestaans-Nederlandse vrouwen om misbruik aan de kaak te stellen.

In Noord-Afrikaanse kring waren recentelijk de uitspraken van de Algerijns-Nederlandse rapper Boef over kechs (hoeren) aanleiding om de tweederangspositie die veel Marokkaans-Nederlandse vrouwen in hun sociale omgeving genieten aan de kaak te stellen.

Onder Hindoestaanse-Nederlandse vrouwen gaat het nu om de affaire die speelt rondom de Haagse ambtenaar S. N., die heeft geleid tot een offensief tegen seksueel geweld en de taboes daaromtrent in de Hindoestaanse gemeenschap. De aantijgingen aan het adres van S.N. zijn al veelvuldig in het nieuws geweest. Aanvankelijk was hij genomineerd voor de Joke Smit-prijs, een staatsprijs die gaat naar een persoon die zich inzet voor de emancipatie van vrouwen in Nederland. S. N. had zich volgens de jury daarvoor hard gemaakt vanwege zijn inzet voor stichting Vobis/Hindustani in Den Haag, die zich onder meer inzet voor kwetsbare meisjes in de Hindoestaanse gemeenschap.

Activist en feminist Shirin Musa van vrouwenrechtenorganisatie Femmes For Freedom stelde in de media dat S. N. zich schuldig heeft gemaakt aan aanranding en zelfs verkrachting van vrouwen. Van de beschuldiging van verkrachting was S. N. overigens in het verleden vrijgesproken, vanwege een gebrek aan overtuigend bewijs. Echter, de verhalen over het vaak misplaatste en grensoverschrijdende gedrag van S. N. jegens vrouwen in de openbaarheid zijn legio onder Hindoestaanse Nederlanders. Zijn nominatie en de aantijgingen van Musa hebben geleid tot een uitbarsting waarvan het einde voorlopig nog niet in zicht is.

Dat feit op zich is verrassend te noemen. Onder Hindoestanen is het spreken over seksueel geweld over het algemeen een sterk taboe. Als je als slachtoffer de vuile was buitenhangt loopt je het risico dat je halve sociale omgeving over je heen valt. Er wordt dus van je verwacht dat je zwijgt wanneer iets je overkomt. Wanneer je tegen deze sociale code in je mond opendoet, word je of niet geloofd of velen keren zich tegen je.

Het is bijzonder om te zien dat in de slipstream van #MeToo en dankzij het activisme van Musa een grote groep Hindoestaans-Nederlandse vrouwen in Nederland opstaat om dit zwijgen te doorbreken. Belangrijk is ook dat er nu voor dit onderwerp steeds meer media-aandacht komt. Media kunnen een belangrijke rol spelen bij het bespreekbaar maken van seksueel geweld, problemen omtrent de positie van de vrouw, de machtspositie die sommige Hindoestaanse mannen kunnen ontlenen aan de cultuur van eer en zwijgen en het tot nu toe gebrek aan rolmodellen die dit zwijgen doorbreken.

Met de ophef rondom S.N. zien we hoe Hindoestaans-Nederlandse vrouwen zichtbaar voor iedereen opstaan en het vertikken om nog langer stil te zijn. Dat S.N. nooit is veroordeeld – net als vrijwel alle machtige mannen die door #MeToo ten val zijn gekomen – brengt een zekere tragiek met zich mee, voor zijn mogelijke slachtoffers of voor hemzelf indien hij toch onschuldig blijkt te zijn. Desondanks vervult deze kwestie een belangrijke rol in de meest recente emancipatiegolf van Hindoestaans-Nederlandse vrouwen, waarbij de woede een katalysator vormt voor een nieuwe generatie vrouwen die opstaat tegen patriarchale structuren en het geweld dat daaruit voortkomt. Het streven is naar volwaardige gelijkheid en (seksuele) vrijheid voor alle Hindoestaanse vrouwen. Laten we van harte hopen dat deze emancipatiegolf succesvol zal zijn.

DELEN
Gert Jan Geling
Publicist. Kernlid van de denktank Liberales. Onderzoeker aan het Leids Universitair Centrum voor de Studie van Islam en Samenleving dat verbonden is aan de Universiteit Leiden.