Hoe ik het Westen zie

Westen-VonDerDunk.jpg
Foto: © AP

?ahin Alpay, hoogleraar Politicologie en Internationale Betrekkingen aan de Bahçe?ehir Universiteit in ?stanbul, schreef 2 weken terug een interessant stuk in Zaman Vandaag onder de titel Hoe zie ik het Westen?, dat aanleiding geeft tot een paar fundamentele overwegingen. Daarbij gaat het mij nu niet om zijn kritiek op de discrepantie tussen de verheven morele principes en het feitelijke opereren van het Westen, die ik deels zeker deel.

Eén belangrijke kanttekening slechts, inzake het verwijt dat aangaande bloedige dictatoren met twee maten gemeten wordt, omdat Saddam wél en Assad níet afgezet is: in dat opzicht kan het Westen het kennelijk nooit goed doen.

Dat het niet-afzetten van Assad mede voortvloeit uit de weinig optimistisch stemmende gevolgen van het wel-afzetten van Saddam (en Kaddafi) laat Alpay buiten beschouwing, om van de dan dreigende Russische VN-veto’s te zwijgen. Een volledige interventie (Irak), een halfslachtige (Libië) en een uitblijvende (Syrië): het levert kennelijk alle drie puinhopen op.

Het gaat mij nu om een andere aanname van Alpay, waar hij van een universele ‘moderniteit’ uitgaat: ”Ik stel dat het belangrijkste conflict vandaag geworteld is tussen zij die de hedendaagse beschaving verdedigen en zij die deze verwerpen.” De stilzwijgende veronderstelling daarbij is, dat er inderdaad zo’n algemene hedendaagse beschaving is, met andere woorden: dat de klokken in dat opzicht automatisch wereldwijd gelijk (zouden moeten) lopen. Dat is een zeer ahistorische gedachtegang, omdat ze enerzijds suggereert dat iedereen, ongeacht de culturele bagage van het eigen verleden, overal met hetzelfde tempo in dezelfde fase van mentaal-moreel-maatschappelijke ontwikkeling zou moeten verkeren én anderzijds, dat er zo’n eenduidige ontwikkeling (met een soort logisch einddoel) zou bestaan.

De huidige globalisering, waarbij de hele wereld van Spitsbergen tot Tasmanië met elkaar in (dagelijkse) verbinding staat, is echter nog maar een zeer jong verschijnsel, slechts een handvol generaties oud, als uitkomst van het westerse imperialisme. Tot dat moment ontwikkelden culturen zich in hoge mate gescheiden, en zeker niet volgens een vast stramien allemaal vanzelfsprekend in dezelfde richting. Tot Columbus (ook maar 15 generaties terug) bestond er zelfs geen enkel contact tussen de bewoners van Eurazië en de Amerika’s. Het zou tegen die achtergrond toch zeer onwaarschijnlijk zijn dat iedere homo sapiens – honderdduizend(en) jaren na het ontstaan van de menselijke soort – precies op hetzelfde punt van ontwikkeling zou zijn aangeland en dus onder ‘hedendaags’ hetzelfde zou verstaan, waar daarop om te beginnen al fysieke factoren sterk van invloed zijn.

Het maakt voor de aard van een samenleving – en daarmee voor haar normen en waarden, voor wat ‘normaal’ is – heel wat uit, of zij maritiem of alpien is, in de tropen of boven de poolcirkel is gesitueerd. Een blik op de Oudheid volstaat: terwijl in Egypte en Mesopotamië al een hoogontwikkelde cultuur bestond, liepen de Germanen nog in prehistorische berenhuiden rond. Vanzelfsprekend was dat toen van invloed op de vraag hoe diverse volkeren elkaar zagen, en ook op wat zij toen als hedendaags-normaal beschouwden.

Wat nu in VN-handvesten als ”universele mensenrechten” is vastgelegd, betreft in hoge mate de vertaling van hedendaagse westerse waarden, product van de Verlichting en Franse Revolutie, en daarmee van een bepaalde ontwikkelingsfase in de West-Europese geschiedenis, die ook weer niet los te zien valt van de ontwikkeling die het christendom hier heeft doorgemaakt. Dat ze na 1945 meteen ook maar voor universeel zijn verklaard, kwam door de politieke dominantie van het Westen in de relevante VN-gremia.

Dat is ook precies het punt van kritiek van China en Rusland, die er duidelijk een andere – evenzeer op grond van hún historische ervaringen bepaalde – kijk op ‘hedendaags’ op nahouden. Peking legt minder nadruk op individuele burgerrechten en meer op de collectiviteit en het belang van maatschappelijke harmonie. Het Westen is al eeuwen lang uitgesproken individualistisch, wat ook botst op de patriarchale tradities in het Midden-Oosten, die daar veelal religieus worden gelegitimeerd – door Arabische christenen overigens evengoed als door Arabische moslims, die qua maatschappelijke opvattingen onderling vaak veel meer met elkaar gemeen hebben dan met hun verwesterde ‘geloofsgenoten’ in Parijs of Amsterdam.

Op een zeer abstract niveau zullen de meeste culturen zowel de christelijke 10 Geboden als de VN-principes over mensenrechten wel onderschrijven, maar the proof of the pudding is in the eating. Zodra het concreet wordt, loopt het uiteen. De waardigheid van de vrouw – dat daaronder dan in Teheran toch snel iets anders verstaan wordt, hangt samen met diepgewortelde opvattingen over de verhouding tussen familie en individu: in hoeverre er moreel ruimte bestaat om je leven zelf vorm te geven. Eert Uw vader en Uw moeder? Heel mooi – maar in Marokko interpreteert men dat niet als een oproep je dementerende ouders te verstoppen in een bejaardentehuis.

Wie overigens nader inzoemt op het Westen zelf, dat door Alpay min of meer als één monoliet wordt gepresenteerd, zal ook daar de nodige morele verschillen constateren. Tussen Amerika en Europa om te beginnen. Denk aan de doodstraf of particulier wapenbezit, waarbij het eigen standpunt aan beide zijden van de Atlantische Oceaan ook beslist als volkomen hedendaags wordt gezien. Maar eveneens binnen Europa, als het om corruptie en cliëntelisme gaat, tussen Finland en Griekenland of al binnen Nederland tussen Groningen en Mark Verheijen’s Venlo of Jos van Rey’s Roermond.

Thomas von der Dunk is publicist en cultuurhistoricus. Hij promoveerde in 1994 op een proefschrift over de politieke en ideologische aspecten van de monumentencultus in het Heilige Roomse Rijk. Daarna was hij onderzoeker aan de universiteiten van Utrecht, Leiden en Amsterdam.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.