Hoe krijgen we deze onzalige geest weer terug in de fles?

Foto: de Kanttekening

De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen is uiteindelijk toch meegevallen. Met meevallen bedoel ik dat de klassieke partijen op de links-rechts-schaal, van de SP tot de VVD, minder beroerd hebben gescoord en de polarisatiepartijen, zoals Denk en de PVV, minder goed hebben gescoord dan verwacht.

Vooral door het optreden van de voorlieden van Denk en de PVV is de politiek steeds meer verziekt. Enerzijds door het ophitsende jongste verkiezingsspotje van Geert Wilders, anderzijds door Denks demonisering van Turks-Nederlandse Tweede Kamerleden die vanwege hun erkenning van de Armeense genocide afgeschilderd zijn als landverraders door Turkse media. Dankzij de huidige dominantie van identiteitsthema’s in het politieke debat versterken beide extremen elkaar, waarbij het electoraat van beide partijen zichzelf het slachtoffer voelt van de ander.

De xenofobie bij een deel van de ‘oude’ Nederlanders voedt de etnische zelfprofilering van de ‘nieuwe’ Nederlanders én omgekeerd, waarbij de xenofobie en de etnische zelfprofilering aan beide zijden deels sterk cultureel-religieus wordt ingevuld.

Aan de ene zijde reppen inboorlingen, die zelf in geen decennia meer een kerk van binnen hebben gezien – behalve als toerist in shorts en op slippers op een snikhete dag in een Spaanse badplaats – en nog niet zo lang geleden à la hun ‘vrijheidsheld’ Theo van Gogh smakeloze antisemitische moppen zouden hebben getapt, plots over de sacrosancte ‘christelijk-joodse’ wortels van de Nederlandse samenleving, die vooral door Zwarte Piet en Jan Pieterszoon Coen zouden worden belichaamd.

Aan de andere kant ontdekken – nazaten van – migranten plots dankzij internetimams hun culturele wortels in de vorm van de ‘ware’ islam, in een fundamentalistisch-Saoedische versie die haaks staat op de traditionele en minder dogmatische wijze waarop die meestal door hun eigen voorouders werd gepraktiseerd. Of ze voelen zich veel Turkser dan hun ouders en identificeren zich van de weeromstuit – al dan niet als gevolg van ondervonden discriminatie in het Nederland waar ze geboren en getogen zijn – allereerst met Recep Tayyip Erdogan, die sommigen dan zelfs als ‘hun’ president betitelen.

Denk-leider Tunahan Kuzu opereert in de Armeense kwestie als de lange arm van Ankara. Aan welke kant staan zíj eigenlijk? Die vraag stelde Kuzu in een veelbesproken interview met Erdogan-nieuwszender aHaber aan de Turks-Nederlandse Tweede Kamerleden die voor de erkenning van de Armeense genocide hadden gestemd. Aan welke kant staan zíj? Aan de kant van de Nederlandse democratie met al haar gebreken of de perfecte Turkse dictatuur in wording?

De kwestie maakt in elk geval duidelijk hoezeer juist binnen de Turks-Nederlandse migrantengemeenschap een kloof loopt tussen dat deel dat inmiddels goed geïntegreerd is en dat deel dat de westerse democratische waarden maar halfhartig omarmt. Halfhartig onder meer om: wél tegenover virulente PVV-nationalisten in Nederland voor zichzelf minderheidsrechten claimen, maar diezelfde rechten, op grond van een eigen virulent nationalisme, aan minderheden in Turkije ontzeggen. Dan wordt vrijwel één-op-één de landverradersretoriek van Erdogan gekopieerd.

Twee dingen komen hier nu electoraal samen, die inmiddels helaas ook steeds sterker de lokale politiek zullen vergiftigen. Enerzijds de toenemende profilering op sociaalculturele vraagstukken ten koste van sociaaleconomische vraagstukken. Identiteitskwesties, van hoofddoekjes tot feestdagen, zetten bevolkingsgroepen steeds meer tegen elkaar op, omdat standpunten dienaangaande als een aanval op het eigen bestaansrecht worden gezien. Dat is mede mogelijk geworden doordat de klassieke links-rechts-partijen sociaaleconomisch te dicht op elkaar zijn gekropen. Ook het CDA en vervolgens eveneens de PvdA zijn veel te ver in de neoliberale vermarktingsagenda meegegaan. De medeplichtigheid van deze partijen aan de afbraak van de verzorgingsstaat heeft ze van een deel van de eigen achterban vervreemd. Dat geldt, ironisch genoeg, zowel voor de autochtone als de allochtone kiezer, die respectievelijk bij Denk en de PVV een nieuw onderdak vinden en zo tegenover elkaar zijn komen te staan.

Daarnaast wordt ook de lokale politiek nu, als neveneffect van de migratie van de afgelopen decennia, steeds sterker belast door interne tegenstellingen in het buitenland, waarop sommige politici zich extra willen profileren en die andere politici juist tot terughoudendheid dwingen om niemand van zich te vervreemden. Naast de Armeense en Koerdische kwesties valt hier ook de Palestijns-Israëlische te noemen of de breuklijnen in Syrië tussen de adepten en de haters van Bashar al-Assad.

Met het oog op de Joodse kiezer liepen al veel langer de oude Nederlandse partijen ten aanzien van Israël op kousenvoeten. Nu zijn daar zo veel andere potentiële stenen des aanstoots bijgekomen dat een niet-etnisch geprofileerde partij, die langs sociaaleconomische lijnen wil verbinden, op het – toch voor gemeentes tamelijk irrelevante terrein – van nationale tegenstellingen, duizenden kilometers verderop geen goed meer kan doen. Hoe krijgen we deze onzalige geest weer terug in de fles? Hamvraag voor de komende jaren.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.