Hokjes

Foto: Vile Arts

Ik ben boos. Écht boos. En ik wil niet langer zwijgen over wat me frustreert, kwetst en angst aanjaagt; hoe impopulair me dat bij sommigen ook zal maken.

Het begon iets meer dan een maand geleden. De strijd om de gemeenteraadsverkiezingen was net op stoom aan het komen en de Rotterdamse afdelingen van de PvdA, GroenLinks en de SP maakten bekend dat ze een ‘links’ pact hadden gesloten met de lokale partij Nida van islamitische signatuur. Ik vond dat op zijn zachtst gezegd opmerkelijk. Hoewel het niet mijn persoonlijke voorkeur heeft, is het niet zo dat ik persé tegen politieke partijen ben die door religie zijn geïnspireerd, maar een aantal jaar geleden kwam ik Nida-voorman Nourdin el-Ouali tegen bij een televisiedebat over de Gaza-oorlog, die op dat moment gaande was. Ik schrok van zijn woede en agressie ten opzichte van Israël. Nu sta ik zelf ook nogal kritisch tegenover de regering van Israël, maar hij ging veel verder. Voor mijn gevoel maakte hij nauwelijks onderscheid tussen de regering en de bewoners van dat land. Iets wat mij totaal in het verkeerde keelgat schoot.

Onlangs klapte het ‘links’ verbond door een tweet die Nida in 2014 verstuurde: ‘Wij zeggen #Zionisme = #ISIS #vrijheidvanmeningsuiting.’ Met daaronder een opsomming van zes zogenaamde gelijkenissen tussen IS en Israël. Heel Nederland was in rep en roer. Hoe kon hij dat nou doen? Mij verbaasde het eerlijk gezegd niet.

Wel vond ik het vervelend dat meneer complottheorieën aan het verkondigen was en ook nog het lef had om in een uitzending van Pauw te zeggen dat het klappen van het ‘links’ verbond een typisch voorbeeld was van ‘meten met twee maten’. ‘Over Israël en Joden mag je niets zeggen, over moslims mag je alles zeggen.’ Ik noem dat leed vergelijken met leed, een gevaarlijk en polariserend spelletje. Toen ik iets in die trant publiceerde kreeg ik half progressief Nederland over me heen. Waarom nam ik opeens zo’n ‘rechts’ standpunt in? Ik kwam toch altijd op voor moslims? Waarom liet ik ze dan nu in de steek? Veel mensen die achter rechtse partijen staan waren juist weer blij verrast met mijn uitlating en behandelden me als een soort verloren dochter.

Dat het nooit saai is in verkiezingstijd bleek een door een nieuwe rel. De PVV kwam vorige week met een werkelijk afschuwelijk spotje op de proppen. Bijna drie minuten lang vulden teksten als ‘islam is discriminatie’, islam is terreur, islam is Jodenhaat’ en ‘islam is dodelijk’ mijn beeldscherm. Het feit dat er voor bloedrode typografie was gekozen maakte het nog erger. Geert Wilders was al vaak veel te ver gegaan, maar toch werd ik wederom misselijk. Ik schreef dat ik me als Jood niet liet misbruiken om moslims te bashen. En wat gebeurde er? Degenen die een dag eerder nog teleurgesteld in me waren bleken opeens blij te zijn met mijn steunbetuiging. En mijn ‘nieuwe rechtse vrienden’ concludeerden dat ze ten onrechte een bondgenoot in me dachten te hebben gevonden. Je bent klaarblijkelijk zo ‘goed’ of zo ‘slecht’ als je laatste tweet.

Ik vind het een onzinnige gedachte dat je in dit soort situaties automatisch voor de ene óf voor de andere partij moet zijn. In dit geval ben ik tegen allebei, want ik verzet me tegen iedere vorm van populisme. Ik wil niet in een land wonen waar Joden of Israëliërs gelijkgesteld worden aan een terroristische organisatie en ik wil ook niet in een land wonen waar een deel van de bevolking wordt gedemoniseerd. Beledig me, noem me naïef of kots me desnoods uit, maar ik laat me niet in een hokje plaatsen. Door niemand niet!

DELEN
Natascha van Weezel
Schrijver. Filmmaker.