Ik ben altijd gelovig geweest zonder het te weten

Foto: Reuters

Ik ben net vanuit China met een muisklik CDA-lid geworden. Ik zie Buma wel zitten, ik deel de visie van gespreide verantwoordelijkheid met het maatschappelijk middenveld en ik ben onder de indruk van de Amsterdamse lijsttrekker Diederik Boomsma. Boomsma leidt een eenmansfractie in de ultra-progressieve Amsterdamse gemeenteraad. Hij is er het enige gematigd conservatieve geluid. De door hem geagendeerde problemen, zoals vrouwenhandel en drugsgebruik door tieners, worden door de andere gemeenteraadsleden vaak gebagatelliseerd. Toen hij betoogde over de medische en sociale gevolgen van drugsgebruik voor tieners en een D66’er tegenwierp dat ‘een jointje’ niets uitmaakt, noemde hij D66 ‘een hedonistische puberpartij’. Hij was ook de enige die vraagtekens zette bij de Diyanet-financiering van de nieuwe Boven IJ-moskee in Amsterdam-Noord.

Toch voelt het gek om CDA-lid te worden, omdat ik niet christelijk ben. Natuurlijk staat het CDA niet alleen voor praktiserende gelovigen en zijn er meer atheïstische CDA’ers. Maar ik had het eerder nooit als optie beschouwd vanwege mijn achtergrond. De omgeving waarin ik ben opgegroeid was zo atheïstisch, dat pas tijdens mijn studietijd de eerste christenen en moslims in mijn kennissenkring opdoken. Ik dacht dat ik nóóit CDA zou stemmen. Mijn vrienden moeten er nog aan wennen. Toen ik mijn partijkeuze op Facebook verkondigde, leidde dat tot verbaasde reacties. Een Iraanse vriend schreef dat hij het ‘een interessante keuze’ vond gezien het feit dat ik net als hij atheïstisch ben. Later werd hij vijandiger: ‘Saaie partij.’ En: ‘Nietzsche toont de immoraliteit van de Christelijke moraal. In dat opzicht is hij blijvend van belang, met name om burgerlijke CDA’ers te ontmaskeren.’ Vroeger koesterde ik ook zo’n wantrouwen jegens christenen en CDA’ers.

Een belangrijk verschil is dat atheïsme nu geen belangrijk deel van mijn identiteit meer is. Dat komt door China. In China heb ik het algemeen westerse en christelijke aan mezelf ontdekt. Ik zie nu dat westerse christenen en atheïsten dezelfde fundamentele moreel-politieke verbeelding delen. Verschillen worden kleiner als je ze naast grotere verschillen legt. En er is zoiets als een westerse traditie, maar die is zo heterogeen en wijdverbreid, dat je haar alleen vanuit een heel vreemde cultuur, zoals de Chinese, waar kunt nemen als een object met samenhang.

Ik duid die samenhang trouwens nooit als een ‘joods-christelijke traditie’, want dat begrip legt te veel nadruk op het religieuze en plaatst de islamitische wereld te ver buiten het Westen. Als het met twee woordjes moet, prefereer ik ‘Grieks-christelijk’. Het ‘joodse’ zit dan in het ‘christelijke’ ingeschoven, omdat het jodendom vooral via het christendom Europa beïnvloed heeft. En met het ‘Griekse’ pak je de humanistische traditie en includeer je de islamitische filosofen, onder wie Kindi, Farabi, Avicenna en Averroes, die in de Griekse traditie stonden. De islam zelf staat met één voet in het Westen, met de andere erbuiten. Als religie hoort ze bij het westerse monotheïsme, maar als cultuur ontstond ze net buiten het door de Griekse cultuur gedomineerde (Oost-)Romeinse Rijk, waar de christelijke kerk ontsproten was.

Maar goed, ik geloofde eerst niet in het bestaan van een westerse traditie in het enkelvoud. Pas in China herkende ik in mezelf het Grieks-christelijke. Ik ben ‘gelovig’, waarheidsgelovig. In China valt dat op, omdat de Chinezen waarheid ondergeschikt maken aan sociale relaties, machtsbelangen en zelfbehoud. De ‘waarheid’ kan je aanpassen als dat beter uitkomt. Liegen is toegestaan. De etiquette is dat je je niet opwind over mensen die je proberen te bedriegen. Een Nederlandse zakenman met decennia ervaring in China prentte zijn Nederlands publiek tijdens een praatje in: ‘In China bent u een gelovige. U gelooft namelijk in goed en kwaad.’ En zijn advies voor zakendoen in China: ‘Je moet gewoon ook liegen.’ Een Chinees gezegde luidt: ‘Bedrieg waar je kan, als je ermee wegkomt.’ Natuurlijk kunnen westerlingen ook een potje liegen, maar we doen dat normaliter niet met de vrolijke schaamteloosheid van de Chinezen. Dat komt omdat we, in tegenstelling tot de Chinezen, een sterke traditie van natuurrecht hebben. De idee van natuurrecht is dat er boven de overheid en de regels van de machtigen, een hoger universeel recht bestaat: dat van God, de Goede Maatschappij, mensenrechten of de sharia, waar je het eerste aan kunt toetsen. Het Hogere kijkt mee.

Ik sprak de Nederlandse zakenman op zijn kantoor en hij gaf me een oefening mee om de ‘praktische’ Chinese geest te bevatten. Ik moest, zo zei hij, een stukje schrijven zonder me af te vragen of wat ik schrijf waar of onwaar is, of welke aspecten waar dan wel onwaar zijn. Ik moest niet bewust liegen, maar vanuit conflictvermijding, eigengewin en een onverschilligheid tegenover waarheid, me puur richten op het sociale effect van mijn schrijven. Een hele opgave. Westerse postmodernisten claimen niet meer in waarheid en rechtvaardigheid te geloven en alleen nog in macht, maar dat is zelfbedrog. Nee, Chinese partijfunctionarissen laten zien hoe een echte onverschilligheid tegenover ‘waarheid’ en ‘rechtvaardigheid’ eruitziet. Ach, hedendaagse westerse intellectuelen zijn hartstikke gelovig, maar dat weten ze vaak niet. Provincialisme.

Dit alles gooide ik de Facebook-discussie in. Wat likejes hier en daar, maar niet iedereen was onder de indruk van mijn hoogdravende praatjes. Ze brachten een Amsterdamse vriend, die net als ik dol is op journalist Christopher Hitchens, maar ook diens antitheïsme onderschrijft, tot steigeren. Hij appte dat ik als ‘gelovige’ even serieus te nemen ben als een ‘vegetariër die vlees eet’. Nu gaat hij trouwens zelf ook op Boomsma stemmen, zo schreef hij, vanwege een gebrek aan betere rechtse alternatieven: ‘Het moet maar.’ Maar hij wilde me toch nog even pesten: ‘De groeten aan Jezus.’

DELEN
Eric Hendriks
Socioloog aan de Universität Bonn. Essayist.