In Israël is alles politiek

Foto: Reuters

Wanneer je op vakantie gaat naar Israël kun je je voornemen om je níet met politiek bezig te houden, maar de kans dat dit daadwerkelijk lukt is nihil. Toen ik twee weken geleden op het vliegtuig naar Tel Aviv stapte, beloofde ik mezelf plechtig dat ik aan niets anders zou denken dan de bruiloft van mijn nicht, familie en het strand. De eerste twee dagen lukte dat aardig, maar op de derde dag ging het mis. Samen met mijn vriend bracht ik een bezoek aan Jeruzalem, waar we lunchten met enorme hoeveelheden hummus, een wandeling maakten door de christelijke wijk en een bezoek brachten aan de Klaagmuur in de Oude Stad. Eigenlijk wilde ik graag naar de islamitische wijk, maar onze gids raadde dat af, omdat ze meende dat daar af en toe opstootjes plaatsvonden tussen joden en moslims tijdens de ramadan. Ik vond dat nogal paranoïde en vroeg me af of de gids bevooroordeeld was tegen Arabieren en ons daarom niet wilde meenemen.

Op de terugweg naar het busstation bleek een belangrijke verkeersader te zijn afgesloten door de politie. De agenten zagen er gespannen uit en maanden ons om zo snel mogelijk de andere kant op te lopen. Op internet las ik tot mijn grote schrik dat er een aanslag was gepleegd op nog geen tweehonderd meter bij ons vandaan: in de islamitische wijk hadden drie Palestijnen op Israëlische politieagenten ingestoken met messen. Eén van de agenten, een vrouw van 23 jaar, overleed aan haar verwondingen. De drie aanslagplegers werden doodgeschoten door omringende soldaten.

Eenmaal in Tel Aviv leek het alsof er niets was gebeurd. Het leven ging door zoals altijd. Men was klaarblijkelijk al gewend aan dit soort gebeurtenissen. De terrassen zaten bomvol, de rooftop party’s werden niet afgezegd en voor de hipste restaurants stonden ellenlange rijen. Pas de volgende ochtend merkten we dat het politieke circus wel degelijk was losgebarsten, zoals viel te lezen in alle Israëlische kranten. IS claimde de aanslag als eerste, maar even later claimde ook Hamas de aanslag ‘van de drie heldhaftige martelaren’. De Israëlische premier Netanyahu was vooral boos op president Abbas van de Palestijnse Autoriteit, omdat hij volgens hem de aanslag niet veroordeelde. Hij ging zelfs zo ver door te zeggen dat ‘deze houding van Abbas aangeeft dat er geen serieuze partner voor vrede aan Palestijnse kant is’. Hij ging meteen over tot represailles: vanwege de ramadan hadden 350 Palestijnen van de Westoever visa gekregen om Jeruzalem te bezoeken. Die werden per direct ingetrokken.

Soms koester ik de ijdele hoop dat er ooit nog een oplossing komt voor het Israël-Palestina-conflict. Ik pleit voor de dialoog en ben ervan overtuigd dat Israëliërs en Palestijnen elkaar vooral moeten leren kennen, omdat het wantrouwen voor elkaar pas afneemt als je ‘de ander’ als mens van vlees en bloed leert zien. Dat kan ik natuurlijk makkelijk zeggen vanuit mijn appartement in het Amsterdamse. Pas nu ik hier ben voel ik hoe beklemmend het conflict is en begrijp ik hoe muurvast het zit. Palestijnen en Israëliërs – en met name de politici aan beide kanten – houden elkaar gegijzeld in een wurggreep van angst en haat. Dat los je niet op door ‘even’ met elkaar te gaan praten over gemeenschappelijke interesses. Ik droom van de dag dat Israëli’s en Palestijnen zij aan zij in vrede kunnen leven en dat het hier écht alleen draait om de vraag waar het leukste restaurant zit en wat de mooiste strandtent is. Maar ik vrees dat ik nog heel lang op die dag zal moeten wachten.

DELEN
Natascha van Weezel
Schrijver. Filmmaker.