Incidenten en hypes bepalen de agenda van het islamdebat

vlag-south-carolina-reuters.jpg
Foto: © Reuters.

Afgelopen week reed een man in Graz in Oostenrijk in op een menigte. Drie doden en 34 zwaargewonden. In South Carolina schoot een blanke jongeman negen Afro-Amerikanen dood in een kerk. Wat hebben deze twee gruwelijke gebeurtenissen met elkaar gemeen? Dat ze aanleiding vormen voor een discussie over oorzaak en gevolg die ver uitstijgt boven de gebeurtenis zelf.

In gevallen waar mensen op gewelddadige wijze om het leven komen door een welbewuste daad van iemand, komt snel een geruchtenstroom op gang over motieven en oorzaken. Dat is begrijpelijk, maar zo’n behoefte aan duiding kan snel ontaarden in een uitermate beladen en in veel gevallen kwalijke discussie. De man in Graz bleek een genaturaliseerde Bosniër en zoals we allemaal weten zijn Bosniërs moslims, dus zullen er wel religieuze motieven in het spel zijn. In elk geval probeerde de extreem-rechtse FPÖ er een slaatje uit te slaan door religieuze motieven er met de haren bij te slepen. De partij grijpt elk incident aan om haar xenofobe politiek uit te venten.

In het geval van de aanslag in South Carolina waar de racistische motieven als het ware voor het oprapen lagen, gebeurde het omgekeerde en bleven de media hardnekkig spreken van een “psychotische schutter”, een “lone wolf”. Daarmee wordt de pijnlijke realiteit dat de Verenigde Staten nog steeds niet definitief hebben afgerekend met het racisme, weer eens duidelijk. Pas onder grote politieke druk en dankzij de sterke politieke lobby besloot de gouverneur van South Carolina de zuidelijke vlag, die symbool staat voor het racistische verleden van het zuiden van de VS, niet meer te hijsen op overheidsgebouwen.

Hoe comfortabel is het om dit soort terreurdaden af te doen als de wanhoopsdaad van een éénling en zo een discussie over een maatschappelijk probleem uit de weg te gaan. Omgekeerd worden wanhoopsdaden van éénlingen maar al te graag opgeblazen tot een groot maatschappelijk kwaad als dat politiek goed uitkomt. Juist omdat we er in de meeste gevallen wel nooit achter zullen komen wat de ‘echte’ oorzaak was, lenen dit soort gebeurtenissen zich heel goed voor politieke speculatie en polarisatie. Neem de verkrachting en moord op het meisje Vaatstra in 1999. Velen bleven ervan overtuigd dat de dader gezocht moest worden onder de bewoners van een nabijgelegen asielzoekerscentrum. De moord werd de aanleiding voor de lokale bevolking om hard tegen de aanwezigheid van asielzoekers te demonstreren. Onsmakelijke theorieën en volkswijsheden deden de ronde over de modus operandi van de dader; “iemands keel doorsnijden dat doet een Nederlander niet”. In 2012 bleek de dader een uit de klei getrokken blanke boer uit de omgeving te zijn. Wat zou het goed zijn geweest als naar aanleiding daarvan een debat was gevoerd over de vraag hoe dit soort framing in zijn werk gaat, een discussie over de maatschappelijke impact, de persoonlijke schade als gevolg van onterechte beschuldigingen en de motieven van daders. Een discussie even heftig als de discussie over de islam in Europa na de aanslagen in Parijs begin dit jaar. Helaas de discussie bloedde dood.

Die discussie moet altijd gevoerd worden, ook als het de terreurdaad van een moslim betreft. Als iemand uit naam van de islam mensen doodschiet, dan is het begrijpelijk dat andere moslims zeggen dat dit niets met hun religie te maken heeft. Dat kan waar zijn maar feit blijft dat de dader hier anders over denkt. Ook dat moet aan de orde worden gesteld. Dit soort gebeurtenissen laat zien dat er nog steeds sprake is van het meten met twee maten bij het bepalen welke kwesties op de maatschappelijke agenda worden geplaatst en welke niet. Welke zaken hebben een bredere impact en belangrijke maatschappelijke gevolgen? Welke kwesties moeten leidend zijn in de politieke besluitvorming?

Afgelopen week was de aftrap van de Ramadan Talks op de Moslim Omroep. Zoals elk jaar rond de vastenmaand wordt een serie gesprekken georganiseerd over kwesties rond de islam. Ik mocht aan het eerste gesprek deelnemen met als onderwerp: het islamdebat. We kwamen tot de conclusie dat het vooral incidenten en hypes zijn die de agenda van dat debat bepalen. Gebeurtenissen zoals ik hierboven beschreef zijn daar typische voorbeelden van. Hoe kun je ervoor zorgen dat die agenda wat minder eenzijdig is? Hoe kunnen we een stap verder komen en niet blijven hangen in zelfbeklag? Gebeurtenissen met een grote impact kun je niet sturen. Die gebeuren, dat heeft zijn eigen dynamiek. Het allerbelangrijkste is dat de discussie over de betekenis van zulke gebeurtenissen gevoerd wordt, argumenten op tafel komen, en onwelgevallige zaken niet onder het vloerkleed verdwijnen. Laat de agenda niet alleen door anderen bepalen, maar bepaal zelf actief mee.

Thijl Sunier is hoogleraar Antropologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Daarnaast is hij redacteur van het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Muslims in Europe, voorzitter van de Netherlands Interuniversity School for Islamic Studies en voorzitter van de Antropologen Beroepsvereniging.

DELEN
Thijl Sunier
Antropoloog. Hoogleraar Islam in Europese Samenlevingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voorzitter van de Netherlands Interuniversity School for Islamic Studies.