Interventie zonder einde

F22_30.png
Foto: © Reuters

En zo is, met Amerika, ook Nederland weer vrijwel automatisch de volgende oorlog in het Midden-Oosten ingerold. In plaats van de vredespresident die hij hoopte te worden door twee oorlogen ? in Afghanistan en Irak ? te beëindigen, is Obama met de bombardementen op IS een nieuwe oorlog gestart. Ditmaal niet, zoals bij de opstand tegen Kaddafi in Libië, leading from behind, maar gewoon voorop. Het maakt opnieuw duidelijk dat het niet zo makkelijk is de impopulaire erfenis van een voorganger van je af te schudden: met Bush’ aanval op Saddam Hoessein is de chaos begonnen, waarbij tirannie plaats heeft gemaakt voor anarchie.

Dat Obama niet stond te springen om opnieuw te interveniëren, is de afgelopen jaren wel duidelijk geworden. Niet alleen hij, ook het Amerikaanse electoraat was oorlogsmoe. Vandaar dat hij, met Libië in het achterhoofd, al die tijd niet in de aanmerkelijk bloedigere burgeroorlog in Syrië heeft ingegrepen en de rode lijn die hijzelf getrokken had, stilzwijgend opgaf. Bij de etnische en religieuze complexiteit van Syrië verbleekt immers Libië. Syrië vormt het echte kruitvat in deze contreien.

De snelle expansie van IS liet Washington inmiddels echter steeds minder keuze, omdat de zelfbenoemde ‘kalief’ Baghdadi ? anders dan Assad ? geen ‘binnenlands’ probleem is, maar de hele statenorde in het Midden-Oosten dreigt op te blazen. Door de onthoofding van twee Amerikanen is bovendien de stemming in Amerika omgeslagen, en door de kantelende publieke opinie voelt Obama zich gedwongen in te grijpen. In het Midden-Oosten zorgt dat bij de slachtoffers van het oorlogsgeweld voor dubbele gevoelens. Enerzijds is men blij dat er nu eindelijk hulp van buiten komt. Anderzijds versterkt dat het idee dat Amerika twee onthoofde Amerikanen erger vindt dan honderdduizenden door Assad vermoorde Syriërs ? die vormden tot dusverre immers géén reden tot ingrijpen.

Dat Nederland vervolgens ook militair is gaan meedoen, kan in het licht van de geschiedenis niet echt verbazen, ook al beperkt de Nederlandse inzet zich om volkenrechtelijke redenen (wel toestemming van Bagdad, niet van Damascus) tot Irak. Opvallend is daarbij dat in Den Haag de discussie zich opnieuw vooral op de mogelijke legitimiteit van militair ingrijpen heeft geconcentreerd, en minder op de mogelijke effectiviteit. Eigenlijk heeft alleen GroenLinks die vraag gesteld.

Dat iets politiek legitiem is, impliceert namelijk niet dat iets daarmee ook politiek verstandig is. Woede en afschuw alleen, zo schreef Wouter Bos al terecht in zijn Volkskrant-column van 18 september, zijn voor het beginnen van een nieuwe oorlog niet genoeg. Het is nu eenmaal veel makkelijker om een oorlog te beginnen, dan om die succesvol te beëindigen, en op het Binnenhof zijn de risico’s van niet-ingrijpen en van wel-ingrijpen nauwelijks tegen elkaar afgewogen. Eén ding weten we wel: eerdere westerse interventie heeft niet opgeleverd wat men ervan verwachtte. In Afghanistan is nu met hangen en wurgen een compromis-regering tot stand gekomen, maar de Taliban staan nog steeds met bommen klaar om het wankele pact op te blazen. In Irak kwam na de val van de soenniet Saddam geen democraat, maar een sjiitische sektariër aan de macht, wat de soennieten massaal in de armen van IS heeft gedreven. En Libië lijkt het gelijk van Kaddafi te illustreren, die eens stelde dat zonder zijn harde hand het land uit elkaar zou vallen.

Welke argumenten zijn er dan om aan te nemen dat deze nieuwe strijd tegen IS ditmaal wél succesvol zal zijn? Opnieuw worden irreële verwachtingen geschapen om de westerse bemoeienis te legitimeren. Was Obama aanvankelijk nog terughoudend door te stellen dat vernietiging van IS een illusie is en indamming het hoogst haalbare, nu heeft hij dat voorbehoud laten varen. Al stelt hij nadrukkelijk zich tot luchtaanvallen te beperken en geen Amerikaanse troepen op de grond te willen hebben, IS zal op de grond verslagen moeten worden. Gaat dat zonder de Amerikaanse landmacht? En Den Haag vervalt in de oude fout door weer met een tijdpad aan te komen: we doen voor een jaartje mee. Zoiets dacht men 100 jaar geleden ook bij het uitbreken van wat vervolgens de Eerste Wereldoorlog zou blijken te worden: vóór Kerst weer thuis. Maar een oorlog valt niet te plannen, al was het maar omdat een oorlog een politieke situatie is waarin de vijand niet meewerkt.

Daarbij zullen, naarmate de strijd intensiveert omdat IS niet van opgeven weet, onvermijdelijk ook veel bur­gerslachtoffers vallen. Koren op de molen van de IS-propaganda. Dat is het grote dilemma: men realiseert zich te weinig dat een beetje oorlog voeren (om burgers te sparen) niet gaat, maar voluit oorlog voeren (met veel burgerdoden) voor een nieuwe toestroom aan IS-strijders zal zorgen. Het gevaar is dat men met deze interventie-zonder-einde juist meer terroristen creëert dan elimineert, en zo dus bevordert wat men wil bestrijden.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.