‘Islamisering’: lucratief electoraal winstmodel

Foto: Reuters

We worden in Nederland inmiddels ruim twintig jaar gewaarschuwd voor het gevaar van de ‘islamisering’ van onze samenleving. Pim Fortuyn zette het op de agenda en de strijd tegen de ‘islamisering’ is inmiddels al ruim twaalf jaar het belangrijkste agendapunt van Geert Wilders’ PVV. Gaat het dan zo hard met die ‘islamisering’? Is er reden tot zorg?

Wat is ‘islamisering’?
De term ‘islamisering’ wordt gebruikt om een proces aan te duiden waarbij de samenleving door een groeiend aantal moslims en zichtbare instituties als moskeeën een meer islamitisch karakter zou krijgen.

Door wie wordt de term gebruikt?
De term werd aanvankelijk zelden door de Nederlandse pers gebruikt, maar dat veranderde toen Fortuyn in 1997 zijn boekje Tegen de islamisering van onze cultuur publiceerde. Aan het begin van deze eeuw werd de term vooral populair onder aanhangers van de Eurabië-theorie, onder wie Wilders. Volgens deze complottheorie van Bat Ye’or (pseudoniem van Gisèle Orebi) zal een geïslamiseerd Europa uiteindelijk opgaan in de Arabische wereld. Door een toenemend percentage moslims en een toenemende invloed van het islamitische gedachtegoed zal de islam steeds dominanter worden in Europa. Grootschalige immigratie en hoge geboortecijfers zouden een onderdeel zijn van de strategie van moslims om Europa over te nemen.

Is er sprake van ‘islamisering’?
De afgelopen twintig jaar is er sprake geweest van een verdubbeling van het aantal moslims in Nederland van ongeveer een half miljoen naar een miljoen. Maar, omdat de totale bevolking ook groeide, nam het aandeel moslims met een krappe procent toe, tot nu ongeveer 5 procent van de bevolking. Zowel in 2016 als 2017 beschouwde 5,1 procent van de bevolking boven de vijftien jaar zichzelf als moslim. Moslims vormen daarmee een relatief kleine groep in vergelijking met het veel sneller groeiende deel van de bevolking (50,1 procent) dat zich niet meer tot een kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke groepering rekent of de afnemende groep christenen (39 procent).

In 331 (86 procent) van de Nederlandse gemeenten ligt het percentage moslims – ver – onder het landelijk gemiddelde van 4,9 procent. Daarvan is in 40 gemeenten het percentage moslims zelfs 0. Er zijn 54 gemeenten waar het aandeel volwassen moslims per gemeente boven het landelijk gemiddelde van 4,9 procent ligt. In de vier grote steden ligt het percentage inwoners dat zichzelf als moslim beschouwt weliswaar hoger, maar met tussen de 10 procent (Utrecht) en 16 procent (Den Haag) van de bevolking, blijft het aandeel moslims in de grote steden niet erg groot. Voormalig VVD-leider Frits Bolkestein voorspelde in 2005 dat Amsterdam in 2015 een islamitische meerderheid zou hebben, maar die voorspelling kwam bij lange niet uit: het aantal Amsterdammers dat zichzelf als moslim beschouwt, ligt al jaren rond de 12 tot 14 procent.

Ook van een toename van het aantal islamitische instituties is amper sprake. Het aantal moskeeën ligt al jaren tussen de 450 en 500; het aantal islamitische basisscholen neemt amper toe (5 procent van de islamitische kinderen gaat naar een islamitische school) en de geschiedenis van de Nederlandse moslimomroepen is een aaneenschakeling van tragische mislukkingen.

Waarom dan toch die aandacht voor ‘islamisering’?
In de eerste plaats omdat het een onderwerp is dat vooral door de PVV wordt geagendeerd. Dat wordt ook duidelijk uit de grafiek die laat zien hoe vaak het woord ‘islamisering’ in vier grote Nederlandse kranten gebruikt werd.

Hoewel Fortuyn het begrip ‘islamisering’ eerder agendeerde, is het vooral Wilders geweest die ‘islamisering’ op de politieke agenda zette toen zijn partij in 2006 met negen zetels in de Tweede Kamer kwam. Tijdens een interview met de Volkskrant in oktober 2006 stelde hij: ‘Nederland staat aan de vooravond van een ‘tsunami van islamisering’. Moslims zullen de Nederlandse samenleving overspoelen en zorgen voor criminaliteit en overlast, ook op het platteland. Hun intolerante en gewelddadige cultuur zal de Nederlandse samenleving raken ‘in het hart, in onze identiteit’.’

In de jaren daarna hield Wilders het onderwerp op de agenda, onder andere met zijn film Fitna, maar kwam het woord ‘islamisering’ ook vaker voor in de buitenlandberichtgeving van de media, bijvoorbeeld wanneer over zusterpartijen van de PVV werd bericht of over de opkomst van islamisten in Turkije. In 2010 kwam de meeste aandacht in de kranten voor ‘islamisering’ door vooral de deelname van de PVV aan gemeenteraadsverkiezingen, de winst van deze partij bij de Tweede Kamerverkiezingen en de deelname van de PVV als gedoogpartner aan het eerste kabinet-Rutte. Na 2010 werd er wat minder over ‘islamisering’ gesproken, tot in 2015, toen Nederlandse kranten aandacht gingen besteden aan de opkomst van Pegida in Duitsland. Later in dat jaar gingen de berichten over ‘islamisering’ ook over de komst van vluchtelingen naar West-Europa in 2015 en werd ingespeeld op angsten voor ‘omvolking’.

Is de angst voor een islamitische machtsovername in Nederland reëel?
Nee. Allereerst omdat de meeste moslims daar helemaal geen interesse in hebben. En mochten er moslims zijn die daar wel van dromen, dan zullen ze moeten leven met het idee dat ze in de Nederlandse samenleving een minderheid vormen en dat dat zo zal blijven. Bovendien: de diversiteit onder Nederlandse moslims is zo groot dat de vorming van een machtig politiek machtsblok gedoemd zal zijn te mislukken.

Zijn er dan geen problemen?
Natuurlijk, die zijn er. Daar waar verschillende leefstijlen en levensbeschouwingen samenleven, kan het flink botsen. Waar de wet of mensenrechten worden geschonden, moet uiteraard worden opgetreden. En jihadisme vormt voor de hele samenleving, inclusief bijna alle moslims, een reële bedreiging, net als trouwens bijvoorbeeld toenemend rechtsextremisme.

Voor partijen als de PVV zijn het aanwakkeren van polarisatie en het voeden van angsten, zoals de angst voor ‘islamisering’, onderdelen van een lucratief electoraal winstmodel. Die angsten zijn voor een deel van de bevolking echt; het zorgwekkende is dat ze op weinig reële feiten zijn gebaseerd.

DELEN
Ewoud Butter
Politicoloog. Hoofdredacteur van de nieuws- en opiniewebsite Republiek Allochtonië.