Je kunt veel zeggen van het vmbo, saai is het er nooit

Foto: Artemis & Co. Trudy Coenen.

‘Hoe houd je het vol?’, vragen mensen mij weleens. Al zo’n veertig jaar sta ik voor de klas, waarvan de laatste vijfentwintig jaar op het Montessori College Oost in Amsterdam. Een vmbo-school met voornamelijk kinderen uit gezinnen met ‘niet-Nederlandse’ wortels. Vaak wel hier geboren, soms zijn hun ouders hier ook geboren, maar het etiket ‘niet-Nederlands’ is hardnekkig.

Vooral door de berichtgeving over onderwijs op vmbo-scholen snap ik de hoe-houd-je-het-vol-vraag wel. Als ‘zwarte’ scholen in het nieuws komen gaat het meestal over drugs, geweld, spijbelen, ongemotiveerde leerlingen, hoog ziekteverzuim van de leraren en meer ellendige zaken. We moeten het verwachtingspatroon vooral niet overhoop gooien, lijkt soms de regel op redacties. Het gaat in de media zelden over leerlingen die hard werken, hun best doen, goede cijfers halen of gewoon in één keer slagen (ik ken ze!), want dat verstoort het beeld, toch?

Les geven is een vak waar ik indertijd voor gekozen heb, omdat ik kinderen leuk vind en omdat ik het boeiend vind om ze dingen te leren. Nooit een moment spijt gehad van mijn beroepskeuze, ook na veertig jaar vind ik de kinderen nog net zo leuk als vroeger en heb ik nog steeds plezier in mijn vak. En met ‘kinderen’ bedoel ik álle kinderen.

Het opgeblazen negativisme over ‘allochtonenonderwijs’ (vreemde term, alsof kinderen met een ‘niet-Nederlandse’ afkomst geheel anders les zouden moeten krijgen) in de media stoort me dan ook zeer. Er lijken vooral heel veel problemen te bestaan en het heeft tot gevolg dat docenten die het ‘volhouden’ automatisch als helden worden beschouwd en de kinderen die een aanslag doen op het uithoudingsvermogen van de docent als boosdoeners. Docenten worden dan afgeschilderd als idealisten met een masochistische instelling. Maar lesgeven is gewoon een vak! Het doel is om kinderen iets te leren, een leraar is daarvoor opgeleid en heeft als het goed is interesse voor kinderen, wat voor kinderen dan ook. Als het goed is heb je plezier in je vak en ben je geïnteresseerd in kinderen. Een timmerman die nul interesse heeft voor hamer, zaag en hout kan beter een ander vak kiezen. Heeft hij wel interesse voor zijn vak dan noemen we hem een vakman en geen idealist. Datzelfde geldt voor een docent, in welk soort onderwijs dan ook.

De komende tijd zal ik schrijven over wat ik meemaak op school. Over mooie dingen, lastige dingen, successen, maar ook mislukkingen, want ja, er gaat ook weleens iets mis (het is soms net de echte wereld, zo’n school). Je kunt veel zeggen van het vmbo, saai is het er nooit.

DELEN
Trudy Coenen
Docent Nederlands op het Montessori College Oost, een 'zwarte' vmbo-school in Amsterdam. Leraar van het Jaar 2010. Auteur van het boek 'Spijbelen doe je maar thuis: verhalen van een docent op het vmbo' (2013).