Klimaatspijbelaars

Foto: Reuters

Tot voor kort had niemand van de term gehoord, maar inmiddels zal het me niets verbazen als ‘klimaatspijbelaar’ hét woord van 2019 wordt. De zestienjarige Greta Thunberg introduceerde het begrip een halfjaar geleden, toen de Zweedse scholiere begon met haar stakingen. Eerst staakte ze fulltime, tot aan de Zweedse verkiezingen. Tegenwoordig legt ze alleen op vrijdagen haar schoolwerk naast zich neer. Ze is vastbesloten om daarmee door te gaan tot Zweden voldoet aan het klimaatakkoord van Parijs.

Jongeren in Brussel volgden het voorbeeld van Thunberg. Sinds begin januari organiseerden zij reeds vier edities van ‘Spijbelen voor het klimaat’. Aan deze marsen namen tot nu toe bijna vijftigduizend scholieren deel. Deze week treden ook Nederlandse leerlingen in de voetsporen van hun Vlaamse broeders en zusters. De organisatie Youth for Climate Nederland roept scholieren op om donderdagochtend naar het Haagse Malieveld te komen om te demonstreren. Scholieren die een dag vrij willen om voor het klimaat te strijden, worden gesteund door de Algemene Vereniging Schoolleiders. Minister Slob ziet liever dat leerlingen dit in hun vrije tijd zouden doen, maar iedere individuele school mag zelf bepalen of ze de actie steunt.

Mijn eigen middelbare school, het Vossius Gymnasium, haalde Nieuwsuur omdat de rector een van de eersten was die openlijk toestemming verleende. Als leerlingen voor het klimaat willen spijbelen, hoeven zij alleen een handgeschreven brief in te leveren met daarin een motivatie voor het ‘spijbelen’ plus de handtekening van hun ouders. Rector Van Muilekom meent namelijk dat ‘je maatschappelijk en politiek idealisme van kinderen moet waarderen en daar ruimte voor moet geven’.

Ik bekeek de uitzending met een glimlach. Dit was precies hoe ik me mijn middelbare school herinner: progressief, idealistisch en met de opdracht leerlingen op te laten groeien tot kritische wereldburgers. Hoewel, toen ik vijftien jaar geleden op het Vossius zat was het tegelijkertijd ook een van de witste scholen van Nederland. Veel van mijn medeleerlingen gingen bovendien minstens vijf keer per jaar met het vliegtuig op vakantie naar oorden als Florida of Bali, woonden in grote villa’s en stuntten regelmatig met hun benzine slurpende Vespa-scooters op het schoolplein.

Precies dát was de kritiek die al snel volgde op de klimaatspijbelaars, meestal van een oudere generatie die toch ook ooit idealistisch moet zijn geweest: ‘Die leerlingen willen gewoon een dagje vrij. Ze zeggen dat ze gaan demonsteren, maar daar klopt natuurlijk niets van. Die blijven in hun bed stinken of gaan blowen’, las ik meer dan eens. Ook een populair standpunt: ‘De kinderen van nu vliegen overal heen met EasyJet voor nog geen vijf tientjes, maar als ze een dagje vrij kunnen krijgen, geven ze opeens om het klimaat.’

Het zal ongetwijfeld waar zijn dat sommige leerlingen misbruik zullen maken van deze mogelijkheid en de bioscoop prefereren boven het Malieveld. Maar met dat zure, cynische gezeur komen we geen steek verder. Ik vind het fantastisch dat de tieners van nu bewustzijn willen generen voor het klimaatprobleem. Misschien doet een deel van hen dat alleen omdat het tegenwoordig ‘cool’ is om veganistisch te eten en je zorgen te maken over de akkoorden van Parijs. En wat dan nog? Weten volwassenen altijd waarom ze iets doen of laten? Hebben wij het antwoord op grote vraagstukken als het klimaatprobleem of migratie? Zijn wij überhaupt nog onbevangen genoeg om onze idealen na te streven?

Steeds vaker denk ik dat wij volwassenen nog veel kunnen leren van kinderen. Of in ieder geval méér dan we aan onszelf willen toegeven.

DELEN
Natascha van Weezel
Schrijver. Filmmaker.