Leefbaar Rotterdam zet culturele integratie op de agenda

Foto: Pexels

De verantwoordelijke wethouder Ronald Schneider is intussen over heel iets anders gesneuveld en het monsterverbond in de maasstad tussen Leefbaar Rotterdam en D66 is slechts ternauwernood gered, maar ‘zijn’ campagneposters die onder de slogan ‘in Nederland kies je je partner zelf’ kussende paren tonen, hangen er nog steeds.

Ze hebben de nodige ophef veroorzaakt, bij mensen die er aanstoot aan nemen en –
misschien nog meer – bij mensen die vooral vrezen dat ànderen er aanstoot aan nemen. Daarbij wordt mede vanwege de boodschapper de boodschap gewantrouwd.

‘Een Leefbaar-wethouder die een campagne voert voor diversiteit. Geloof je het zelf?’, aldus de Rotterdamse partij Nida. Anderzijds kon Schneider rekenen op steun uit onverdachte hoek, van Shirin Musa van Femmes for Freedom.

Met de leus en de strekking lijkt mij ook weinig mis. Er zijn bewust vier foto’s uitgekozen van stelletjes die in eigen omgeving problemen kunnen verwachten, bijvoorbeeld van een joodse jongen en een moslima. De gekozen combinaties zijn door enkele critici als stigmatiserend en het zoenen als aanstootgevend voor minderheden afgedaan. Maar een deel van de boze reacties illustreert juist dat zowel het recht op openlijk zoenen als op vrije partnerkeuze in bepaalde kringen inderdaad nog omstreden is. Dat maakt voor eenieder die beide rechten onderschrijft zo’n campagne dan ook legitiem.

De cruciale vraag is, hoeveel inwoners beide rechten NIET onderschrijven en waar die vooral te vinden zijn. Zoenen in het openbaar was vroeger ook niet voor alle autochtone Nederlanders een vanzelfsprekendheid en als het om homo’s gaat, ziet een groot deel hunner dat nog steeds liever niet. De spreekwoordelijke tolerantie blijkt dan niet alleen onder traditionele katholieken of protestanten op grenzen te stuiten. In dat opzicht reageren alle orthodoxe gelovigen eender.

Met de vrije partnerkeuze ligt het wat gecompliceerder. In een nog niet zo ver verleden werd het ook in autochtone kring vaak als problematisch ervaren, indien de eigen zoon of dochter als partner iemand van een andere ‘soort’ uitkoos, of dat nu om een andere stand ging of een ander kerkgenootschap.

‘Naar beneden trouwen’ gold in adellijke of goedburgerlijke kringen als ongepast, pas met het geleidelijk slijten van de standsverschillen vanaf de jaren zestig is dat veranderd. Toch vond Beatrix indertijd het huwelijk van haar zus Margriet met de burgermanszoon Pieter van Vollenhoven eigenlijk ongepast – ofschoon haar keuze voor Claus nu ook niet bepaald een keuze voor hoge Europese adel was.

‘Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen.’ Die oude volkswijsheid is nu vooral voor de meeste Nederlanders passé, omdat zij helemaal niet meer geloven of het geloof op een vrijzinnige wijze zijn gaan belijden. Maar in de tijd dat men het nog veel serieuzer nam, stuitte een gemengd huwelijk tussen katholieken en protestanten vaak nog op heftige bezwaren, niet minder dan nu menig moslim het zou betreuren, als zijn kind met een christen trouwt – en zich bekeert – of omgekeerd. Dat is op zich ook niet onlogisch: wie het eigen geloof echt serieus neemt, meent dat er ook maar één weg naar het heil voert, anders verliest elk orthodox geloof met al z’n leefregels veel van zijn zin. Ook in zwaar-gereformeerde kring leidt geloofsafval nog vaak tot familiedrama’s die in sociale uitsluiting kunnen resulteren.

Wel is er één cruciaal aspect waarin zich het Westen al veel langer van de meeste andere culturen onderscheidt: de ‘trouwplicht’ als zodanig bestaat hier maatschappelijk niet. Dat verschil valt met harde cijfers te illustreren. Het aantal ongetrouwde vrouwen van boven de dertig. Dat bedraagt in onze contreien al eeuwen twintig tot dertig procent. Met andere woorden, het is volstrekt normaal, iedereen heeft ze in de familie. Zodra je de Karpaten oversteekt, daalt dat percentage meteen naar drie.

Ervan uitgaande dat de hormonen bij Arabische moslims niet anders functioneren dan bij Europese christenen en dit verschil dus geen genetische oorzaak heeft – dat zou pas racistisch zijn! – moeten er dus culturele factoren zijn. Die hebben te maken met een vanouds veel sterker individualisme bij ons versus een patriarchale cultuur elders, waarbij het eigen leven geen persoonlijke kwestie, maar een collectieve van de hele familie is, omdat alle familieleden erop afgerekend worden. Een hoofdcriterium voor culturele integratie van migranten is dan ook, of in dat opzicht ook westerse normen dominant worden. Dat vergt tijd.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.