Leer van Ali, de beuk erin tegen anti-islam-klimaat!

Foto: Reuters
Met de dood van Muhammad Ali, de legendarische Amerikaanse bokser en burgerrechtenactivist, twee weken geleden, is een tijdperk afgesloten. Bij zijn overlijden werd hij in kranten, op tv en op internet geroemd als een man die onder de moeilijkste omstandigheden toch bleef staan voor zijn principes. Zelfs Donald Trump roemde Ali als een groot man.

Dat was vijftig jaar geleden wel anders. In een tijd dat dienstweigeren zo ongeveer gelijk stond aan landverraad, weigerde Ali in Vietnam te gaan vechten. ”Ik heb geen ruzie met de Vietcong [het Noord-Vietnamese leger]”, zei hij.

Het kostte hem zijn wereldtitel boksen en kwam hem bijna op gevangenisstraf te staan. Hij verloor ruim drie kostbare jaren van zijn carrière. Daar kwam nog bij dat Ali, geboren als Cassius Clay, zich in de jaren zestig tot de islam bekeerde. Dat op zichzelf was geen heel opzienbarend nieuws in die tijd, eerder een curiositeit. Dat Ali, die door een groot deel van blank Amerika bij zijn oorspronkelijke ‘slavennaam’ werd aangesproken, zich aansloot bij de in die tijd als radicaal bekend staande Nation of Islam, vond men veel schokkender. Ali kwam in contact met de legendarische Malcolm X (1925-1965), het beroemdste lid van de Nation. Het was de tijd dat er in de Verenigde Staten apartheid bestond, met gescheiden voorzieningen voor blank en zwart, net als in Zuid-Afrika. En hoewel een flink deel van blank Amerika, vooral in de noordelijke staten, niets moest hebben van de racisten die de zuidelijke staten domineerden, was het idee dat je buurman zwart is ook voor hen nog moeilijk te aanvaarden. Het was de tijd van de beruchte moorden op voorvechters van gelijke rechten zoals X en Martin Luther King (1929-1968). Ali werd ook meermaals bedreigd, maar bleef zich compromisloos inzetten voor de zaak. Hij stelde de dubbele moraal in Amerika genadeloos aan de kaak waarin de zwarte bevolking wel moest gaan vechten in Zuidoost-Azië ”om daar de democratie te brengen”, maar thuis behandeld werd als tweederangs burger. Nu wordt deze compromisloze man als een held geëerd. Het kan verkeren.

Ik moest hieraan denken toen ik de portretten van Abou Hafs, Nourdeen Wildeman en Salaheddine Benchikhi in de NRC van 3 juni las. Drie compromisloze jonge moslims die zeggen dat zij geen boodschap hebben aan al die lieden die vinden dat er geen plaats is voor islam in dit land. Hoezo is hier geen plaats voor moslims? Wie bepaalt dat? Wie heeft het hier voor het zeggen en waarom zou een geboren en getogen Nederlander die toevallig moslim is daar minder over te zeggen hebben dan een ander? Dat is ongeveer de boodschap van de drie activisten. Ook bij hen geen goed woord over voor al die moslims die het op een akkoordje willen gooien met de gevestigde orde en voor de dubbele moraal die bijvoorbeeld te zien is bij de reacties op de aanslagen in Brussel en die in Ankara. Moslims moeten veel duidelijker en veel compromislozer het anti-islam-klimaat in Nederland aan de kaak stellen. ”De strategie van het gestrekte been”, noemt Hafs dat.

Heel opmerkelijk is de constatering in het artikel dat de onverzoenlijke toon van mensen als Hafs, Wildeman en Benchikhi juist de kloof tussen moslims en niet-moslims vergroot en dus het doel van volwaardig burgerschap juist verder weg brengt. Een interessante maar nogal kromme redenering, omdat je daarmee dus eigenlijk zegt dat alleen als iedereen het van harte met je eens is en je aanpak volledig onderschrijft, je actie kunt voeren tegen onrecht. Is actie en verzet in zijn aard niet altijd ontregelend? En schop je niet altijd per definitie tegen zere benen? De mannen in het artikel in de NRC willen onomwonden duidelijk maken dat er veel mis is in Nederland en dat het klimaat jegens moslims tamelijk verziekt is. De onlangs verschenen rapporten van het Rotterdamse moslimplatform SPIOR en van de Amsterdamse onderzoekster Ineke van der Valk over uitingen van haat tegen moslims en de islam laten aan duidelijkheid niets te wensen over.

Zijn het Nederland van nu en het Amerika van de jaren zestig onvergelijkbaar? Natuurlijk wordt dat straks weer geroepen. ”Daar was echt onrecht en hier zijn we alleen bezig een ordelijke samenleving te maken.” Dat werd ongetwijfeld ook gezegd tegen mensen als Ali en X. ”Ondankbare honden die jullie zijn.” Daar zit de overeenkomst. Toen en nu zeggen activisten: stop met je hypocriete praatjes over gelijkheid, over rechten, over vrijheid en over waarden als je niet eens in staat bent om je bevolking gelijkwaardig te behandelen. Stop met je steeds opschuivende voorwaarden en eisen. Wij bepalen ook mee hoe de samenleving eruit ziet en daar hebben we jullie goedkeuring niet voor nodig.

En zo rolt de geschiedenis verder.

DELEN
Thijl Sunier
Antropoloog. Hoogleraar Islam in Europese Samenlevingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voorzitter van de Netherlands Interuniversity School for Islamic Studies.