Met dank aan Frank Boeijen

Foto: Reuters

Ik denk weleens: waar doe ik het allemaal voor? Zoals onlangs. Ik was met een collega aan het surveilleren, komen er proestende kinderen uit de gang bij de trap vandaan gerend. Blijkt een leerling een busje pepperspray leeggespoten te hebben in het trappenhuis. Gewoon, in de school. Het was een meisje uit een van mijn klassen, duidelijk zichtbaar op de beveiligingsbeelden die we na het incident bekeken. ‘Jullie moeten weg, ik ga iets spuiten’, had ze de andere leerlingen nog gewaarschuwd.

Pepperspray is écht gemeen spul, dus vanwaar haar roekeloze actie? Geen idee. Wellicht een aanval van balorigheid. Het gebruik van pepperspray is verboden, dus de leerling werd uit de klas gevist – ‘pak je spullen maar’ – en overgedragen aan de politie. Waarna overigens wel bleek dat de klas z’n klassiekers kende. ‘Free Laneda!’ scandeerden de leerlingen, nog net niet met opgeheven vuist in de lucht toen hun klasgenoot werd opgehaald. Het mocht niet baten.

Of wat een collega laatst meemaakte, een zorgklas (ofwel een klas vol – meestal – meiden) waarbij een aantal leerlingen geen boek bij zich had (wel krultang en make-up) zodat de aandacht in de les schaars en minimaal was. Komt de conciërge binnen: ‘Er staat een jarige te wachten in een limo’. De halve klas stormt uit de banken naar beneden, waar de limo inderdaad stond te wachten. Had een oom geregeld. De directeur moest eraan te pas komen om de meiden van de straat te plukken, terug de klas in. De jarige job verdween in de auto die klaarstond.

Raken we de regie kwijt?, denk ik dan. Hoe pakken we die terug? En blijft er eigenlijk wel iets hangen van wat wij de leerlingen proberen te leren in onze lessen? Een paar weken geleden werd ik gebeld door Jeffrey. Jeffrey zat in 2002 bij mij in de klas, komt oorspronkelijk uit Ghana en was pas een paar jaar in Nederland toen hij bij mij in de klas kwam. In zijn klas zaten nog andere leerlingen voor wie Nederland nieuw was, leerlingen die opnieuw moesten beginnen. En waar begin je dan mee? Met de taal natuurlijk. In de schakelklas leren nieuwe leerlingen eerst de taal en na één of twee jaar stromen ze door naar een reguliere klas.

Jeffrey belde me omdat hij het idee had opgevat om een reünie te organiseren voor zijn klas die zo’n vijftien jaar geleden was geslaagd. Iedereen was zijn eigen weg gegaan, maar Jeffrey had nog wel af en toe contact met May – die verpleegkundige was geworden, gewerkt had bij de KNVB en in die hoedanigheid de halve wereld had overgevlogen. Inmiddels werkt ze in het VU-ziekenhuis. Hij was gaan spitten en had een aantal leerlingen weten op te sporen die hij uitgenodigd had voor een etentje. Ik zou op de bewuste reünie de verrassing zijn. Daarvoor hoefde ik gelukkig niet uit een taart te springen, maar ik zou bij wijze van surprise binnenkomen als de rest van de genodigden er allemaal waren.

Ik vond het een leuk idee en nadat ik buiten een appje had gekregen dat iedereen er was, ging ik naar binnen. Verbazing alom natuurlijk. Wat ik me wel afvroeg: Jeffrey had me dan wel enthousiast uitgenodigd, maar zouden de andere leerlingen me nog kennen? Wat heet. Ik zat naast Charlita, jarenlang grondstewardess geweest, maar na een ernstig auto-ongeluk afgekeurd en nu bezig met het ontwerpen van een eigen sportkledinglijn. ‘Het was mijn eerste jaar in Nederland’, zei ze in accentloos Nederlands, ‘ik was zo bang! U bent voor mij een baken geweest om me aan vast te houden.’ Dat ik dat nooit door heb gehad, wat gek, dacht ik. ‘Had ik maar beter opgelet bij economie, dan had ik veel meer op kunnen steken’, zei een ander spijtig.

‘Jullie hebben ons zoveel geleerd! We begonnen helemaal op nul in die schakelklas’, zei Charlita. Onmiddellijk ging het in koor: ‘Linda, Linda, Linda!’ Tijdens de lessen Nederlands werd de taal geoefend met behulp van liedjes. Daar werden dan woorden uit weggelaten en die moesten de kinderen invullen. Zo te horen was dat goed blijven plakken. Ik denk dat het om een nummer van Frank Boeijen ging: ‘Linda, Linda, Linda – ik wil alles voor je doen.’

De leerlingen wisten zich ook nog heel goed te herinneren dat we uit eten waren geweest. Die ene keer uit eten of een schoolreis naar Londen was voor altijd in de geheugens gebrand van mijn leerlingen van toen. Ik mag dan vaak het idee hebben dat wat ik vertel het ene oor in gaat en het andere weer uit, wat ik deze avond ook leerde en niet snel zal vergeten was dat ik de invloed van een leerkracht niet moet onderschatten. En dat sommige liedjes het hoofd nooit meer verlaten.

DELEN
Trudy Coenen
Docent Nederlands op het Montessori College Oost, een 'zwarte' vmbo-school in Amsterdam. Leraar van het Jaar 2010. Auteur van het boek 'Spijbelen doe je maar thuis: verhalen van een docent op het vmbo' (2013).