Mijn beloofde land

Foto: AP

Het is inmiddels een halfjaar geleden dat ik in het Midden-Oosten was om een televisieserie te maken over jongeren in Israël en de Palestijnse gebieden. Een maand lang reisde ik samen met een zevenkoppige crew van Tel Aviv tot Nablus en van de grens met Libanon tot de Negev-woestijn. Ik denk nog bijna iedere dag aan de ontmoetingen die ik daar had: aan de twee modeontwerpsters uit Ramallah, waarvan één lesbisch bleek te zijn; aan de joodse social media-influencer die grof geld verdient met het promoten van wapens; en aan de Israëlische vredesactivist Avner, die door landgenoten wordt bedreigd met de dood.

Op 9 april vinden er verkiezingen plaats in Israël. Ik volg de campagnes minder intensief dan voorheen. Niet omdat Israël mij opeens minder kan schelen, maar ik heb er geen vertrouwen meer in dat er een partij aan de macht komt waarmee ik mij kan identificeren. Sinds jaar en dag zwaait de rechtse Likoed-partij immers de scepter, met premier Netanyahu aan het roer.

Netanyahu’s populariteit is nog steeds ongekend, al krijgt Likoed geduchte concurrentie uit rechts-nationalistische hoek van Yamin Chadash (Nieuw Rechts). Deze partij is tegen de vorming van een Palestijnse staat en komt op voor de belangen van Joodse inwoners van Judea en Samaria – dat is de Bijbelse benaming van de Westelijke Jordaanoever. Ha’avoda (de Arbeidspartij), die begin jaren negentig grote successen boekte onder premier Yitzhak Rabin en verantwoordelijk was voor de Oslo-akkoorden, lijkt haast te zijn weggevaagd. Net als het nog linksere Meretz.

Wat voor toekomst heeft een land als de enige reële keuze rechts of extreemrechts is?

Op wat voor manier zal Israël de komende decennia veranderen? Eén van de personen die ik tijdens mijn serie sprak, was de negenentwintigjarige Zvi. Hij woont met zijn vrouw en vier kinderen in de nederzetting Yitzhar. Dat is niet alleen volgens het internationale recht een illegale nederzetting in Palestijns gebied, maar zelfs volgens Israëlische definities. De bewoners hebben dit stuk land namelijk zonder toestemming van wie dan ook geconfisqueerd. Ze wonen in caravans en hopen dat ze van een nieuwe, nog rechtsere regering toestemming krijgen om deze mobiele huizen te vervangen door stenen exemplaren. Toen we daar aankwamen in onze crew-bus, mochten we niet doorrijden. Onze chauffeur was namelijk Arabisch en de bewoners van Yitzhar wensen geen Arabieren in hun dorp. Zwi zei droogjes: ‘Niet alle Arabieren zijn terroristen, maar alle terroristen zijn Arabieren. Dus moeten we het zekere voor het onzekere nemen.’ Ik geloof dat ik zelden zo verbaasd en boos ben geweest als op dat moment. Tahir was een geweldige chauffeur en een ontzettend leuk mens. Wie was deze kolonist om over hem te oordelen?

Als de toon in Israël verder verhardt en uitspraken als deze geen uitzondering meer vormen, weet ik eerlijk gezegd niet of Israël voor mij nog het Beloofde Land kan zijn. Ja, het is mijn moederland. Ja, mijn familie woont er. En ja, ik vind het fijn om mijn zomers daar door te brengen. Natuurlijk zijn er ook Israëli’s die zich verzetten tegen de rechtse trend. Zo iemand is Hillel, die uit principiële overwegingen weigerde om het leger in te gaan en daardoor bijna een jaar lang in een militaire gevangenis werd opgesloten. Hoopgevend is ook het verhaal van Yigal en Arab. Yigal verloor zijn zusje door een bomaanslag van Hamas en Arabs zusje werd door een Israëlische kogel gedood. Toch zijn Yigal en Arab nu beste vrienden geworden.

Het in onrealistisch om te denken dat jongens als Avner, Hillel of Yigal ooit premier van Israël zullen worden. De vredesduiven zijn simpelweg met veel te weinig om die droom waar te maken. Maar is het nou echt te veel gevraagd om te hopen op een middenweg?

DELEN
Natascha van Weezel
Schrijver. Filmmaker.