Moderne islam domineert ondanks islamofobie

Foto: Reuters
Professor Richard Alba, één van de belangrijkste onderzoekers in de Verenigde Staten op het gebied van migratie en integratie, is voor twee maanden bij ons op de Vrije Universiteit Amsterdam op bezoek als gasthoogleraar. Hij heeft in het Amerikaanse debat het begrip assimilatie in een nieuw jasje gestoken en noemt het neo-assimilatie. Eén van de belangrijkste aanvullingen op het oude begrip assimilatie – wat in de VS min of meer gebruikt wordt zoals hier in Nederland het begrip integratie wordt gebruikt – is dat Alba stelt dat de American mainstream zelf etnisch en religieus diverser wordt door het opnemen van steeds weer nieuwe groepen. Belangrijk in dit proces is dat de ‘gevestigde’ Amerikaan nieuwkomers toelaat in die mainstream, zodat die zich steeds kan uitbreiden en vernieuwen.

In Europa heerste ook de gedachte dat nieuwe migranten geruisloos zouden assimileren, opgaan in de mainstream dus. Twee recent uitgekomen onderzoeken onder moslims in Frankrijk en Nederland laten zien dat de werkelijkheid weerbarstiger is. Het Franse onderzoek heeft de titel Een Franse islam is mogelijk en de kop in het dagblad Trouw over het Nederlandse onderzoek was: Secularisatie onder moslimjongeren zet door. De algehele tendens, zo laten deze koppen zien, is nog steeds assimilatie: voor het merendeel van de jongeren van wie de ouders ook moslim zijn, is religie steeds meer een persoonlijke aangelegenheid. Er ontstaat een moderne islam, een islam die aansluit bij het leven in Europa.

Maar er is ook een tegengestelde tendens. Zowel in Frankrijk als in Nederland is er een aanzienlijke groep jongeren – bijna één op de vijf volgens onderzoek – die juist strenger in de leer zijn dan hun ouders. Sommigen van hen streven naar een politieke vertaling van de islam, iets wat in de generatie van hun ouders niet of nauwelijks voorkwam. De ontwikkeling van deze groep staat diametraal tegenover wat er verwacht werd dat er gebeurt met de tweede en derde generaties. Er is zelfs niet eens een vergelijkbaar woord voor dat proces, zoals assimilatie en integratie de woorden zijn voor het verkleinen van verschillen.

Wellicht komt de term reactive identity, van de Cubaans-Amerikaanse socioloog Rubén G. Rumbaut het dichtst in de buurt van wat hier aan de hand is. Een identiteit die wordt gevormd in reactie op de ervaren behandeling vanuit de samenleving: ‘Jij valt mijn religie aan, dan ga ik er nog sterker en zichtbaarder achter staan.’

Uit het Nederlandse onderzoek, waarvoor een groep veertienjarige jongeren vanaf 2010 is gevolgd, blijkt dat 17 procent van de jongeren het geloof belangrijker vindt dan hun ouders. Deze jongeren waren acht jaar oud toen Theo van Gogh (1957-2004) werd vermoord en nu zijn ze twintig. Dit is de generatie die de islam niet anders heeft gekend dan als de religie die door de Nederlandse mainstream negatief gebrandmerkt wordt. Een deel van deze jongeren ontwikkelt in reactie daarop een nieuwe identiteit, een strengere en soms ook politiek radicale islam.

Het meest opvallende aan de twee rapporten is dat zo veel moslimjongeren, die in hetzelfde klimaat van islamofobie zijn groot geworden, de weg van de moderne en de vredelievende islam volgen.

DELEN
Maurice Crul
Onderwijssocioloog. Hoogleraar Onderwijs en Diversiteit aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam.