Moslimbashen als verdienmodel

Muslims-synagogue.jpg
Foto: © AP

Angst verkoopt. De beveiligingsindustrie vaart er wel bij. Hoe banger het volk, hoe meer men bereid is uit te geven aan veiligheidsmaatregelen. Verzekeringsmaatschappijen leven ook van angst. Geen volk ter wereld, is zo goed verzekerd als de Nederlanders. We geven kapitalen uit aan het vele onheil dat ons eventueel zou kunnen overkomen.

We laten ons graag bang maken en dat weten media en politici ook. Positieve of genuanceerde verhalen verkopen niet. Naar een acht uur journaal met alleen maar positief nieuws zou haast niemand meer kijken. Berichten die de burgers angst aanjagen, krijgen een prominentere plaats in het nieuws dan in het verleden. Haalden berichten over relatief kleine criminaliteit vroeger alleen het regionale nieuws en soms De Telegraaf, tegenwoordig is het al snel landelijk nieuws. We horen hierdoor tegenwoordig veel meer over criminaliteit zonder dat er feitelijk sprake is van een toename van criminaliteit. In werkelijkheid neemt de criminaliteit al zeven jaar af.

Media versimpelen graag. De moordende concurrentie dwingt ze berichten snel te brengen. Voor het checken van feiten is niet veel tijd. Bij een genuanceerd verhaal zappen de kijkers immers al snel naar een andere zender en bij lange artikelen haken veel lezers af.

Moderne politici begrijpen dat en praten steeds meer in soundbytes. Iedere politieke boodschap is verworden tot een frame van maximaal 140 tekens. Politici zijn steeds vaker in doorlopende staat van woede, ontzetting en verbazing. De media zijn immers gevoeliger voor emoties dan voor argumenten.

Het is voor politici beter grof en direct te zijn; dat suggereert immers eerder daadkracht dan de woordenbrij van de elite. De moderne politicus benoemt ook liever problemen dan oplossingen en zet ‘goed’ en ‘kwaad’ duidelijk tegenover elkaar: ‘wij’ [gewone mensen] tegen ‘de elite’, ‘Nederlanders’ versus ‘niet-Nederlanders’, ‘rechts’ versus ‘links’, ‘autochtoon’ versus ‘allochtoon’, ‘joods-christelijk’ versus ‘moslims’, etc.

Het is vijf voor twaalf

En ten slotte: alles gaat naar de hel, de verdoemenis en de bliksem als er niet snel wat verandert. Het is vijf voor twaalf, tijd om angst te zaaien.

Een bijzonder geliefd onderwerp om de mensen bang voor te maken, is de islam of moslims. Angst voor de islam scoort. Het is misschien niet erg origineel, maar het blijkt wel bijzonder effectief. Angst voor de islam levert hogere verkoopcijfers, meer hits en meer kiezers op.

En, ja, natuurlijk, er zijn intolerante en extremistische moslims die de angst voor de islam bijzonder effectief voeden: zo vinden wereldwijd verreweg de meeste aanslagen uit naam van de islam plaats. In Europa en de Verenigde Staten, is dat overigens niet het geval. In de VS en Europa zijn moslims sinds 2001 verantwoordelijk voor slechts een fractie van het aantal aanslagen, de meeste aanslagen worden gepleegd door extreem-rechts, extreem-links, nationalisten of seperatisten. Zulke nuanceringen lees en hoor je zelden. Liever wordt de angst voor de islam verder aangejaagd.

Tips

Om Nederlanders bang te maken voor de islam, worden door media en politici vaak bepaalde regels gehanteerd. Het gaat om ongeschreven regels.

Maar, stel dat die regels, voor een beginnend redacteur of politicus wel zouden zijn opgeschreven, dan zouden ze er ongeveer zo uit kunnen zien:

  • Schets een beeld van een snelle toename van het aantal moslims. Spreek alleen over immigratie van moslims en laat de emigratie achterwege. Voor Turkse Nederlanders geldt bijvoorbeeld al een aantal jaren dat er vanuit Nederland meer mensen naar Turkije migreren dan vice versa. Dat is niet handig te verleden wanneer u wilt waarschuwen voor ‘islamisering’.

  • De aanwezigheid van moslims, is overigens volstrekt irrelevant om angst voor ze te creëren. In Duitsland begon de anti-islam-beweging PEGIDA bijvoorbeeld in Dresden, waar slechts 0,4 procent van de bevolking moslim is.

  • Moslims zijn overigens per definitie daders en nooit slachtoffers; op z’n hoogst slachtoffers van de islamitische ‘ideologie’. Let daarbij ook op wanneer u over ‘islamitisch terrorisme’ spreekt: vermelden vooral niet dat het merendeel van de slachtoffers ook moslim is. Dat past niet in het frame van een clash of civilizations.

  • Kruip zelf in een slachtofferrol. Uw vrijheid wordt bedreigd door de moslims. Dat ze een kleine minderheid met weinig politieke macht vormen, is niet relevant. Verwijt tegelijkertijd moslims dat juist zij in een slachtofferrol kruipen.

  • Wees alert en maak van ieder lokaal incident een zaak van landelijke proportie: een Sint zonder kruis, een hal zonder kerstboom, een stiltecentrum of een mallotige advocaat zonder respect voor de rechter. Het zijn allemaal uiterst serieuze bedreigingen voor de rechtsstaat die om aparte wetgeving vragen.

  • Verwijs altijd naar de islamitische wereld als een groot, machtig monolithisch blok en ontken dat de islam vanaf haar oprichting uiteengevallen is in vele elkaar bekampende stromingen en vormen van volksislam. Toon u ook onwetend over het gegeven dat het zelfs de moslims in Nederland nog nooit gelukt is om gezamenlijk één islamitisch overlegorgaan of islamitische omroep te vormen.

  • Hanteer dezelfde stelling als de salafisten, namelijk dat er maar één interpretatie van de islam mogelijk is en iedere moslim uiteindelijk een fundamentalist is.

  • Toon u een ware theoloog en strooi kwistig met citaten uit de Koran, uiteraard alleen wanneer ze uw betoog ondersteunen.

  • Associeer moslims met geweld. Hanteer daarbij de volgende overzichtelijke vergelijking: ‘allochtoon = moslim = extremist’.

  • Spreek niet negatief over ‘moslims’, maar wel over hun ‘ideologie’, de islam. Dat uit juridische overwegingen.

  • Ontmenselijk burgers waar u het niet zo op heeft. Gebruik daarom beeldspraak als ‘straatterroristen’, ‘rifratten’ en ‘geitenneukers’.

  • Ga geen publieke discussie of debat aan, zeker niet met moslims. Voordat u het weet krijgen ze namelijk menselijke trekjes en voldoen ze niet aan het angstbeeld dat u van hen heeft geschetst.

  • De mening van een moslim deugt niet tot het tegendeel is bewezen. Het begrip taqqiya is het ultieme middel om iedere uitspraak van een moslim verdacht te maken. Iemand te beschuldigen aan taqqiya te doen, is een effectieve methode om iemands mening bij voorbaat verdacht te verklaren en het geeft de verdachtmaking ook nog enig theologisch gewicht.

  • Tot slot: een moslim kan nooit één van ons worden. We blijven hem of haar daarom tot in generaties ‘allochtoon’ noemen en trekken de integriteit van schijnbaar geïntegreerde moslims in twijfel door ze het label ‘wolf in schaapskleren’ te geven.

Ewoud Butter is hoofdredacteur van de nieuws- en opiniewebsite Republiek Allochtonië en mede-oprichter en redacteur van de website Polderislam, die achtergrondinformatie biedt over moslims, islamitische stromingen en de institutionalisering van de islam in Nederland. Hij deed onderzoek naar radicalisering en begeleidde diverse projecten in Noord-Holland. Volg hem op Twitter: @ewoudbutter

DELEN
Ewoud Butter
Politicoloog. Hoofdredacteur van de nieuws- en opiniewebsite Republiek Allochtonië.