Moslimcommissie tegen terrorisme

Foto: Reuters

Op 26 februari 1814 stelde de Nederlandse ‘Soeverein Vorst’, de latere Koning Willem I, bij Koninklijk Besluit een ‘Commissie tot Zaken der Israëlieten’ in, in 1817 omgedoopt in de ‘Hoofdcommissie tot Zaken der Israëlieten’ die tot 1870 zou functioneren. De commissie stond onder het gezag van de overheid. Hij bestond uit zeven tot negen leden uit beide joodse gemeenschappen, de Sefardische en de Asjkenazische. Rabbijnen waren de Hoofdcommissie onderhorig terwijl de Hoofdcommissie zelf onder strak toezicht van de overheid stond. Overheid en Hoofdcommissie zouden de voorgenomen en onomkeerbare emancipatie van de joden ter hand nemen en uitvoeren, een doel dat sterk geïnspireerd was door het Verlichtings- en Franse Revolutie-ideaal van de gelijkheid der burgers. De Fransen mochten in 1813 dan het land verlaten hebben, hun verlichtingsgedachtegoed zou bepalend blijken te zijn voor het Nederland van de negentiende eeuw.

De geschiedenis spreekt
Deze geschiedenis van de joden in Nederland kwam mij in de herinnering toen ik reacties las op mijn opiniestuk in de Volkskrant (7 juni 2017). In het stuk pleit ik voor een bindend lidmaatschap van alle hier te lande bestaande islamitische centra en moskeeën van een nationaal overlegorgaan, voorgezeten door de overheid. De achtergrond van deze gedachte was anders dan de instelling indertijd van de ‘Hoofdcommissie tot Zaken der Israëlieten’. Het ging mij om de vaststelling dat personen die aanslagen hebben gepleegd in naam van de islam vaak kortere of langere tijden verkeerd hebben in islamitische centra of moskeeën en dat er daarmee een mogelijkheid ligt voor islamitische leidslieden om dit soort informatie door te geven aan de autoriteiten. Overigens lijkt mij de instelling van een dergelijk overleg hoe dan ook nuttig voor het nader vormgeven van de islam in Nederland, net zoals dat indertijd het geval was met het vormgeven van een moderne joodse gemeenschap in ons land.

Kritiek
Er was evenwel flinke kritiek op mijn voorstel. Ronduit beledigend vond ik de diverse associaties die op Twitter werden gemaakt met de Joodse Raad in de Tweede Wereldoorlog die niets anders dan een instrument in handen van de Duitse bezetters was in het kader van de Endlösung der Judenfrage. Maar anderen kwamen met serieuze argumenten. Gaat de instelling van een dergelijk overleg niet tegen de Grondwet in die immers bepaalt dat mensen in gelijke situatie gelijk behandeld moeten worden? Waarom dan ook niet andere (geloofs)groepen ‘onder curatele’ zetten? Okay Pala van de Hizb ut-Tahrir vergeleek verder mijn suggestie met islamitische landen waar veiligheidsdiensten de moskeeën daadwerkelijk onder curatele hebben gezet. Het was, kortom, een hellend vlak waarop ik mijn bevond. Ik vond en vind het allemaal schromelijk overdreven. De politie en de AIVD doen wat ze kunnen, maar er zijn grenzen. Het is alle hens aan dek en de overheid is het heus wel toevertrouwd om de grenzen van de godsdienstvrijheid, zoals verwoord in artikel zes van de Grondwet, te respecteren. Een artikel waar overigens ook staat dat de overheid regels mag stellen aan die godsdienstvrijheid ‘ter bestrijding en voorkoming van wanordelijkheden’. Me dunkt dat het signaleren van radicalisering en potentieel overgaan tot geweld onder dat artikel valt.

Win-win
De ‘Hoofdcommissie tot Zaken der Moslims’ die ik voorstel kan communicatiekanalen creëren om voor de staatsveiligheid belangrijke informatie door te geven naar de bevoegde gremia. Maar de Hoofdcommissie dient natuurlijk een veel groter takenpakket te hebben. De moslimgemeenschap en overheid zullen baat hebben bij korte lijnen en daarmee de hele samenleving. Een punt dat ik niet vaak genoeg kan herhalen, is dat het de bedoeling van de terroristen is om onze samenleving en democratische instellingen kapot te maken en ons uit elkaar te drijven. Als wij naar elkaar gaan wijzen, dan hebben de terroristen – weer – gewonnen. Met de voorgestelde commissie verstevigen we de basis van onze inclusieve samenleving en creëren we nieuwe wegen om het terrorisme te bestrijden. Volgens mij is dat in ieders belang.

DELEN
Jan Jaap de Ruiter
Arabist aan de Tilburg University.