Westerse samenlevingen ervaren multidimensionale identiteitscrisis

Foto: AP

Enkele maanden geleden gaf ik een lezing aan een groep SGP-aanhangers. Tijdens de vragenronde zei een oudere mevrouw: ‘Waarom mogen wij in jullie landen geen kerken bouwen, terwijl wij hier worden overstroomd met nieuwe moskeeën?’ Mijn antwoord daarop was: ‘Oh? Onderweg hierheen zag ik heel veel kerken…’ Mijn antwoord klinkt nogal sarcastisch, maar ik wilde mijn toehoorders een duidelijke boodschap meegeven: mijn land is Nederland en daar moeten we mee dealen. Natuurlijk snap ik de zorgen van mensen wel, maar dat is geen reden om een emotionele discussie te voeren.

Dit verhaal staat niet op zichzelf. Het uitgangspunt van het debat omtrent ‘moslims en de islam in het Westen’ is vaak negatief. De premisse is namelijk dat er problemen danwel botsingen zijn met betrekking tot geloof, normen, waarden en cultuur.

Zeker, er bestaat een spanningsveld rondom deze punten. Niettemin laten veel analyses de psychosociale en emotionele factoren buiten beschouwing. En juist die factoren spelen wel degelijk een zeer grote rol in dit maatschappelijke debat.

Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat veel zorgen en angsten over de islam in Nederland voornamelijk gebaseerd zijn op emotie en niet zozeer op echte feiten.

Westerse samenlevingen in het algemeen, en dus ook als Nederland, ervaren een multidimensionale identiteitscrisis. Bij sommige autochtone Nederlanders bestaat er onzekerheid over de eigen identiteit en het zogenaamde Nederlander-zijn. Deze spanning is het resultaat van jaren van ontzuiling, secularisering en globalisering.

Sommige autochtone Nederlanders maken zich zorgen over de toekomst van hun ‘eigen’ cultuur. De christelijke feestdagen zijn in gevaar (althans, volgens voormalig Elsevier-columnist Syp Wynia), activisten van kleur keren zich tegen de exclusieve Dodenherdenking en Hollandse ‘helden’ staan ter discussie. Dat deze gebruiken en tradities niet meer heilig zijn heeft alles te maken met een veranderende wereld, waar ook Nederland deel van uitmaakt. De wereld wordt kleiner en de diversiteit in de Nederlandse samenleving neemt toe. Dit heeft gevolgen voor de Nederlandse identiteit, die onherroepelijk zal veranderen. Dit neemt niet weg dat we mogen waken over de fundamenten van onze samenleving.

Deze ontwikkelingen zorgen voor spanningen en die zijn steeds meer voelbaar, te meer daar dit alles gebeurt in een context van grote immigratiestromen richting Europa. Er komen nieuwe burgers bij, die op een andere plek in de wereld hun oorsprong hebben, maar volwaardige Nederlandse burgers zijn.

Deze nieuwe burgers eisen hun plekje op en zijn na verloop van tijd volledig ingeburgerd. Ze hebben weliswaar een andere kleur en soms ook andere opvattingen, desalniettemin ze zijn 100 procent Nederlands: ze spreken de taal, ze denken en dromen in het Nederlands en ze zijn loyaal aan de Nederlandse staat.

Voor een deel van Nederland is het lastig om met deze veranderingen om te gaan. Deze gevoelens worden nog eens versterkt door terreuraanvallen op Europa en criminaliteit onder migranten. Dit kan vervolgens weer leiden tot irritatie en soms een racistische houding ten opzichte van alles wat anders is.

Persoonlijk geloof ik dat de grote meerderheid van de aanhangers van de PVV, FvD en soortgelijke partijen oprecht bezorgd is en angst ervaart om de eigen Nederlandse identiteit te verliezen. Wat mij betreft moeten we daar ook begrip voor hebben en juist daarover in gesprek gaan.

Politieke partijen als de PVV teren op de ontstane angst en komen met nationalistische en populistische oplossingen. Bescherming van de eigen identiteit en het bekende vijandbeeld staan hierbij centraal. Vandaag is de islam de ‘vijand’, morgen kan het weer wat anders zijn, denk bijvoorbeeld aan de EU of het ‘Polenmeldpunt’ van destijds.

In de debatten over de Nederlandse identiteit komen de gevoelens van angst en twijfel het meest expliciet naar voren. Niet alleen aan de kant van niet-islamitisch Nederland, maar ook aan de kant van moslims. Zij zijn onzeker over hun identiteit en over zelfbeschikking, het mogelijke verlies van oriëntatiepunten en spirituele bronnen van kracht.

Dit unheimische gevoel wordt versterkt door discriminatie, racisme en toenemend populisme. Provocerende acties van de PVV, maar ook van organisaties als Identitair Verzet en Pegida, diepen de kloof nog eens verder uit. Ten slotte helpt ook de ‘bias’ in de media niet. Moslims en de islam worden steevast benadert vanuit het idee dat er een probleem is, dat toch vooral benoemd moet worden.

Veel moslims voelen zich door een combinatie van bovengenoemde zaken buitengesloten. Bij sommige jongeren proef ik zelfs een minderwaardigheidscomplex. De negatieve benadering die ze als persoon ervaren heeft effect op hun dagelijks leven. Improductiviteit, passiviteit en zelfs apathie zijn het gevolg. En dát is voor niemand goed.

Het samengaan van alle aangestipte factoren in dit debat leidt in brede zin tot ‘vervreemding’. Mijns inziens een zeer zorgelijke ontwikkeling waar we actief tegen op moeten treden.

We kunnen op de politiek wachten om dit het probleem op te lossen of op intellectuelen die daar boeken over gaan schrijven. Ik denk echter dat we het moeten hebben van de kleine verhalen van ons ‘gewone mensen’. Er wordt simpelweg te weinig naar elkaar geluisterd en daar moet verandering in komen. De zorgen die er over en weer zijn moeten serieus genomen worden.

Elkaar ontmoeten en met elkaar over onze zorgen en angsten in gesprek gaan is ontzettend belangrijk. Zo komen we er namelijk achter dat het met de vermeende botsing van geloof, normen, waarden en cultuur best wel meevalt. Immers, we kennen allen dezelfde angsten en hebben allen dezelfde dromen: we zijn bang voor geweld en onderdrukking en strijden voor gelijkheid, veiligheid en vrijheid.

DELEN
Azzedine Karrat
Imam, theoloog en onderzoeker.